De jonge Ratzinger heeft interessante dingen gezegd over de oecumene. Voor een gesprek met Benedictus VI hoeven die uitspraken niet in de doofpot te blijven.
Het is begrijpelijk dat de nieuwe paus wordt verbonden met zijn handelen als prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer. Maar is het helemaal terecht? En vooral: helpt het ons oecumenisch verder? Als dertiger was hij al nauw betrokken bij het Tweede Vaticaans Concilie. Ratzinger werd toen gerekend tot de gematigd progressieve vleugel. Vooral na zijn benoeming tot prefect van de Congregatie (1981) ontpopte hij zich echter als een oerconservatief theoloog.
In 1966 gaf de jonge Ratzinger een genuanceerd oordeel over de resultaten van het concilie. Voor hem had het concilie drie wezenlijke vernieuwingen: de liturgie, de verhouding tot de wereld en de oecumene. Bij het punt oecumene, de verhouding van de Rooms-Katholieke Kerk tot de andere kerken, moeten we hem ook nu nog serieus nemen.
Men kan het zich makkelijk maken. De lezing van 40 jaar geleden is dan een typisch voorbeeld van een vervlogen droom, of een jeugdzonde. Maar is het niet eerlijker de 'hele Ratzinger' serieus te nemen? Dan spreken protestanten hem aan op wat hij toen heeft gezegd.
De PKN en de rk kerk dragen een bijzondere oecumenische verantwoordelijkheid. Zij representeren de twee christelijke tradities die de Nederlandse cultuur ingrijpend hebben gekleurd. Daarom is een gezonde oecumenische verhouding tussen deze twee kerken van vitaal belang voor kerk én samenleving.
De PKN zal moeten blijven beseffen, dat de rk kerk in Nederland niet kan bestaan zonder de band met de bisschop van Rome. De bisschoppenconferentie wijst er consequent op. Dus moet de PKN ook willen praten met paus Benedictus XVI.
Dat gesprek kan de PKN niet overlaten aan de beide wereldwijde families van geloofsgenoten. De ene, de Lutherse Wereldfederatie (LWF), is al een eind op weg, tot en met een gezamenlijke verklaring van lutherse kerken en de rk kerk over de rechtvaardigingsleer, vanouds het strijdpunt bij uitstek. Het is niet allereerst de vraag, of de calvinistische kerken (verenigd in de WARC, de World Alliance of Reformed Churches) zich ook achter die verklaring zullen scharen. Belangrijker is de vraag of zij werkelijk het gesprek met de rk kerk aangaan. Daarvoor is meer nodig dan een officiële dialoog van theologen. Die is er al, maar het ontbreekt nogal eens aan commitment en aan bereidheid tot zelfkritiek. In de praktijk nemen kerken uit de Reformatie -ook de PKN- deze oecumenische uitdaging niet altijd serieus. De gekwetstheid over het Ratzinger-document Dominus Iesus (2000), waarin protestantse kerken niet als 'kerk in de volle zin van het woord' werden erkend, is vaak sterker dan de bereidheid de vragen die daarin doorklinken, werkelijk serieus te nemen. Oecumene veronderstelt echter vooral dat laatste.
Van de 'oude Ratzinger' weten we in elk geval dat hij de vragen die bepalend zijn voor onze omgang met de geseculariseerde cultuur, door en door kent. Maar wat kan de 'jonge Ratzinger' bijdragen aan het gesprek van de PKN met de hele rk kerk (d.w.z. met Utrecht én Rome)? En aan het gesprek van LWF en WARC met het Vaticaan?
In zijn lezing van 1966 signaleert hij vier oecumenische risico's. Aan katholieke zijde een overhaaste stellingname waarin alle verschillen met andere kerken tot 'misverstanden' worden verklaard, én de tegenpool: het 'integrisme' dat oecumene als niet-katholiek bij voorbaat afwijst. In beide gevallen wordt de oecumenische uitdaging miskend. Aan protestantse zijde wijst hij op het wantrouwen waarin elke katholieke stap in de oecumene wordt afgedaan als 'louter tactiek', én het overvragen waarin elke katholieke uitspraak wordt gemeten aan Luther (of Calvijn), zonder de eigen posities aan een kritisch onderzoek te onderwerpen. Ook dat is onvruchtbaar. Is dat vandaag werkelijk anders?
Zeker, ook toen sprak Ratzinger over de 'unieke wijze waarop de rk kerk zichzelf Kerk noemt'. Tegelijk zag hij het als een winstpunt van het concilie dat deze kerk in haar officiële spreken met volle overtuiging 'ook gemeenschappen die uit de Reformatie zijn voortgekomen als kerk aanduidt'. Daar mag hij ook nu op aangesproken worden. Hij zal zich er niet vanaf maken. Daarom zijn geduld, vasthoudendheid, hoop en zelfkritiek noodzakelijk. Bij alle partijen.
Met een paus die zo genuanceerd kan spreken, valt te praten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.