*

 

Gezin met vier ouders

Gonny ten Haaft − 07/01/05, 00:00

Isa (10), Per en Boas (8) wonen de helft van de week bij hun homoseksuele vaders. De andere helft wonen ze bij hun lesbische moeders. Trouw volgt het ongebruikelijke gezin vanaf het begin. De zonen Per en Boas vinden hun leefsituatie heel normaal. Dochter Isa, die nu de puberteit nadert, is inmiddels minder onbevangen.

Vrijdagmiddag halfzes. De pizza ruikt al heerlijk in de oven, maar het wachten is nog op Per (8), die een verjaardagsfeestje heeft. Zijn tweelingbroer Boas en oudere zus Isa (10) springen nog even met Erik, hun vader, op de trampoline in de tuin. Sjors, hun andere vader, staat nog onder de douche, want hij is vandaag per fiets van Harderwijk naar zijn werk in Apeldoorn geweest. Dat is tweemaal veertig kilometer.

Zodra Per thuis is schuift het hele stel aan de lange keukentafel. Erik zet een grote bakplaat in het midden en legt uit hoe de pizza is verdeeld: er zijn stukjes met olijven, met geitenkaas, met ansjovis, en salami. ,,Ik hoop dat ie smaakt'', zegt Erik. ,,Ik maak niet zo vaak pizza. Deze is van biologisch meel.''

De pizza gaat schoon op, iedereen smult. Gezamenlijk blikken ze vooruit op een vol weekend: Per gaat dezelfde avond nog naar een scoutingkamp, Boas heeft de volgende dag een korfbal- en Isa een voetbalwedstrijd. De vaders zijn druk met plannen: wie brengt en haalt welk kind, wie kijkt er naar welke wedstrijd.

Dit weekend plannen de vaders, volgend weekend de moeders. Al sinds hun geboorte wonen de kinderen op maandag, dinsdag en woensdag bij hun moeders, Jopi Prins (44) en Janneke Eskes (51). Op donderdag en vrijdag wonen ze bij hun vaders, Erik Storck (42) en Sjors van Vulpen (43). In het weekend is het 'om en om'.

,,Isa zei vorig jaar dat het niet eerlijk verdeeld is'', vertelt Janneke. ,,Dat Sjors en Erik de kinderen iets minder vaak 'hebben' dan Jopi en ik. Ik vond dat opvallend: ze formuleerde het vanuit het perspectief van de ouders, niet vanuit haarzelf. De kinderen voelen hoe belangrijk ze voor ons zijn.''

In goed overleg besloten de ouders het weekendrooster te wijzigen. Voorheen gingen de kinderen, als ze bij de vaders waren, op zondagmiddag vijf uur alweer naar de moeders. Nu blijven ze tot maandagochtend: een vader brengt hen naar school, een moeder haalt hen op. ,,Dat werkt ook beter'', merkt Jopi. ,,Dan hebben ze de overgang van het ene huis naar het andere niet meer in het weekend.''

Het is de derde keer dat Erik, Sjors, Jopi en Janneke in Trouw over hun bijzondere gezinsomstandigheden vertellen. Tien jaar geleden -het eerste interview- woonden de vaders nog in Apeldoorn, de moeders in Harderwijk. Isa is dan een baby van drie maanden. Jopi is haar biologische moeder, Sjors haar biologische vader.

Vijf jaar later -het tweede interview- hebben Erik en Sjors net een huis gevonden in Harderwijk, vlakbij Jopi en Janneke. Isa is alweer vijf, haar tweelingbroertjes zijn drie. Per en Boas zijn de halfbroertjes van Isa: Jopi is hun biologische moeder, Erik hun biologische vader. Het gaat hen goed, al zijn er in het verleden wel de nodige moeilijkheden geweest.

Nu, weer vijf jaar later, zijn die moeilijkheden er niet. Tevredenheid alom. ,,We hebben drie gezonde kinderen en daar staan we voor'', zegt Janneke. ,,Daar ben ik trots op. Het was een bijzondere beslissing om dit met zijn vieren te gaan doen; wij wisten ook niet waar we aan begonnen.''

In het dagelijks leven staan de twee stellen er nauwelijks meer bij stil dat hun 'constructie' bijzonder is. Toen Jopi de afgelopen maanden in Amsterdam een groep lesbische vrouwen met een kinderwens begeleidde, besefte ze ineens weer hoe ongewoon het is als twee lesbische vrouwen en twee homoseksuele mannen samen kinderen opvoeden.

,,De vrouwen uit deze groep waren erg verbaasd over ons verhaal'', vertelt Jopi. ,,Zelf denken zij aan een donor ver uit de buurt. Ze willen hooguit weten waar de vader woont. Wij wilden graag een vader voor de kinderen'', vult Janneke aan.

En dat begint al als ze heel klein zijn, vinden de moeders. Jopi raakt altijd nog ontroerd als een dreumes in het stoelje voorop bij een vader op de fiets zit. ,,Ook nu, als ik hoor hoe ze met hun vriendjes over hun vader praten. Ze hebben zelfs twee vaders aan wie ze zich kunnen spiegelen. Dat vind ik belangrijk.''

Ook voor Per en Boas spreekt het (nog) vanzelf dat ze vier ouders hebben. Ze vertellen, zonder blikken of blozen, dat ze twee papa's en twee mama's hebben. Laatst nam Per de telefoon op toen er iemand van een telefonische enquête belde. De man vroeg of zijn vader of moeder thuis was. Jopi hoorde hoe Per antwoordde: 'Mijn vaders wonen ergens anders, welke moeder wilt u hebben?'

,,Als iemand hun vraagt hoe het zit, met die twee papa's en twee mama's, vinden ze dat al gauw gezeur'', merkt Janneke. ,,Een enkele keer legt Per het wel uit, maar dan wordt het al gauw zo omslachtig dat niemand het meer snapt.''

Bij Isa, denken de vier ouders, ligt dit anders. Logisch, want ze is twee jaar ouder. ,,Ze verbergt het niet, maar ze heeft ook niet meer dat onbevangene van Per en Boas'', vertelt Sjors. Janneke: ,,Een kind wil niet afwijkend zijn. Isa zal tegenover anderen niet zelf over haar situatie beginnen. Ze weet precies hoe het zit. Een jaar geleden zei ze ineens 'Jullie zijn mijn halfbroertjes' tegen Per en Boas.''

Op school mocht Isa laatst een stamboom tekenen. Tot verbazing van haar vier ouders, tekende zij slechts takken naar Jopi, haar biologische moeder, en Sjors, haar biologische vader. ,,Ik had gedacht dat ze een heel bos zou tekenen'', lacht Jopi. ,,Per en Boas zouden dat vast gedaan hebben.''

Isa, Per en Boas zitten alle drie op de Vrije School in Harderwijk. Op de eerste ouderavond hebben de ouders uitgelegd 'hoe het zit'. Daarna hebben ze nooit rare reacties gehad. ,,We krijgen juist complimenten'', vertelt Sjors. ,,Iedereen ziet daar drie leuke kinderen rondrennen.''

En leuke ouders, veronderstellen ze. En dat betekent geen twee, maar vier energieke vrijwilligers. Sjors zit in het schoolbestuur, Erik is dirigent van het schoolkoor, Janneke en Erik helpen bij het breien en Jopi springt in bij allerlei losse activiteiten, zoals knutselen en een lezing organiseren. Als er een schoolreisje is, worden Sjors en Erik automatisch al op de lijst van ouders-vrijwilligers gezet.

Op een ouderavond komen ze het liefst met z'n drieëen. ,,De vierde blijft thuis bij de kinderen'', vertelt Sjors. ,,Daar maken we bijna ruzie om, want iedereen wil mee.''

De drie kinderen vinden het heel gewoon dat ze in twee huizen opgroeien. Ze zijn nooit anders gewend geweest; als baby al hadden ze in ieder huis een box, kinderstoel en rammelaar. ,,Als ze bij ons komen, vertellen ze heel weinig over wat ze bij Erik en Sjors gedaan hebben'', vertelt Jopi. ,,Dat is des kinds: dit hoort bij de ene plek, dat bij de andere.''

,,Dat vind ik juist zo knap'', vult Janneke aan. ,,Dat ze die plekken zo goed kunnen scheiden. Dat ze met ons meeleven als ze bij ons zijn en met Erik en Sjors als ze bij hen zijn. Zodra ze hun andere huis binnenstappen zijn ze echt dáár, met alles en iedereen dat daar bij hoort, inclusief andere opvoedingsregels en -normen.''

Ze benoemen de verschillen tussen de beide huishoudens soms wel. Zo vinden ze het toetje doorgaans lekkerder bij de moeders, het hoofdgerecht bij de vaders (die vaak vla en yoghurt als toetje hebben). Toch zeggen ze niet tegen de vaders dat ze een ander toetje willen 'omdat dat bij Jopi en Janneke ook mag'. Erik: ,,Ze marchanderen niet.''

Als de kinderen bij hun vaders zijn, vragen ze nooit of ze naar hun moeders mogen; als ze bij hun moeders zijn, willen ze niet naar hun vaders. Het is zelfs zo, zegt Jopi, dat de kinderen nauwelijks op haar reageren als ze bij Erik en Sjors naar binnen stapt. ,,Dan zeggen ze alleen maar, vrij achteloos, 'hoi'. Ik respecteer dat, ze zijn dan niet bij mij.''

Erik en Sjors herkennen dit. ,,Als ze bij Jopi en Janneke zijn, zijn ze echt dáár.''. Jopi vindt het soms bijna pijnlijk. ,,Als ik ze bij Erik en Sjors zie, voelt het bijna alsof het onze kinderen niet zijn. Maar vanuit het perspectief van Isa, Per en Boas is het begrijpelijk.''

Soms denken de moeders dat de kinderen bij hun vaders zelfstandiger, onafhankelijker worden. Het is een voorzichtige veronderstelling. Er zijn (praktische) voorbeelden: bij de vaders halen de kinderen 's ochtends soms de afwasmachine leeg en dekken ze de tafel. Ook smeren ze zelf hun boterhammen. Bij de moeders doen ze dat bijna nooit. ,,Misschien wil ik dat zelf blijven doen om hen toch nog een beetje klein te houden'', mijmert Jopi.

Moeilijk te zeggen, vinden ze alle vier. Misschien komt het ook wel doordat Erik gewoon strenger is. Strenger dan Sjors, zoals Janneke ook strenger is dan Jopi. Laatst had Jopi er schoon genoeg van dat de drie kinderen steeds aan het vechten waren. ,,Ze duwden en trokken, ze deden elkaar pijn. 'Volgens mij doen jullie dat bij Erik en Sjors nooit en ik vraag me af waarom', zei ik.'' ,,Omdat Erik strenger is'', antwoordde Isa meteen.

Zowel de vaders als de moeders vinden het jammer dat ze steeds stukjes uit het leven van hun kinderen missen. Ervaringen die de kinderen opdoen in de dagen dat ze in 'het andere huis' wonen, krijgen ze niet altijd te horen. Zo moest Jopi tot haar spijt ontdekken dat het drietal Finding Nemo al vijf keer bij Sjors en Erik had gezien.

Daar staat tegenover dat er een eigen leven mogelijk is op de dagen dat de kinderen er niet zijn. Dat betekent tijd om te werken, tijd voor jezelf, voor je partner en voor (huishoudelijke) klussen. Vervolgens kijk je weer vol verlangen uit naar het moment dat de kinderen zullen binnenstappen, zegt Erik.

,,Wij hebben altijd quality time voor de kinderen'', zegt Jopi. ,,Als er iets is, zijn we beschikbaar. Bij één of twee ouders kan dat niet altijd.'' ,,En nu de kinderen steeds meer eigen activiteiten hebben, kunnen we Jopi of Janneke inschakelen als we het zelf niet redden'', zegt Sjors. ,,De een brengt ze naar het voetbal, de ander naar een feestje, de derde naar korfbal.''

De twee gezinnen doen bijna nooit iets samen. Sinterklaas wordt in beide huizen gevierd, oud en nieuw gaat 'om en om', en de vakanties gaan 'halfom'. Verjaardagspartijtjes worden in onderling overleg verdeeld. Op tweede kerstdag doen ze wel iets met z'n zevenen -ouders en kinderen- voordat Isa, Per en Boas van het ene naar het andere huis vertrekken. Ook bij blije en droevige gebeurtenissen zoeken ze elkaar op.

Een paar keer per jaar gaan Jopi, Janneke, Erik en Sjors met elkaar eten. Aan meer afspraken heeft niemand behoefte. Ze bellen elkaar als er iets is en ze zien elkaar wekelijks bij de overdracht van de kinderen. ,,Veel mensen vragen mij of we het niet voortdurend met Erik en Sjors over de opvoeding moeten hebben'', vertelt Jopi. ,,'Ik voed niet op', denk ik dan, 'ik ga met ze om'.''

Over de grotere opvoedingsvragen zijn er tot op heden nooit meningsverschillen geweest. Neem de keuze voor een school: alle vier voelden onmiddellijk veel voor de Vrije School, die toevallig vlakbij is. Of de inentingen: na enig zoeken op internet en in boeken, besloten de vier ouders gezamenlijk van enkele inentingen af te zien.

Over kleinere opvoedingsvragen (hoe laat naar bed, hoe vaak achter de computer) maken noch de ouders, noch de kinderen zich druk. ,,We hebben geleerd elkaar de ruimte te laten'', bespiegelt Janneke. ,,Het grootbrengen van de kinderen kan ieder op zijn eigen manier doen. Dat werkt het best, hebben we gemerkt.''

Beide stellen zijn getrouwd. Ze hebben een aantal dezelfde interesses en er is niemand die rookt. Hoe langer ze elkaar kennen, hoe meer ze naar elkaar toegroeien. Ze typeren dit als 'onbewuste beïnvloeding'.

Zo eten Erik en Sjors tegenwoordig vaker vegetarisch, zoals Jopi en Janneke al langer doen. Ook halen ze vlees bij de scharrelslager en gebruiken rietsuiker en biologisch meel. Jopi en Janneke op hun beurt eten nu wel eens vlees -laatst zelfs een keer wild in een restaurant. Beide huishoudens delen een abonnement op een biologisch groentepakket. De ouders die de kinderen in het weekend hebben, krijgen het pakket.

De vier ouders beseffen dat hun verhaal harmonieus klinkt. Ze beseffen ook dat dit, als de kinderen in de puberteit komen, mogelijk verandert. Isa reageert immers nu al anders dan Per en Boas. Mogelijk praten ze dan anders over deze leefwijze, waarbij ze twee homoseksuele vaders en twee lesbische moeders hebben die in verschillende huizen wonen. Isa verwijst nu al eens naar de periode die gaat komen. 'Jongetje, jongetje', hield ze Erik laatst voor. ,,'Jij krijgt nog een zware tijd met me in de puberteit'.''

Voorlopig valt eerder op dat ze alle drie fel reageren als er negatieve opmerkingen over homoseksuelen worden gemaakt. Zo haalt Isa altijd hard uit naar de paus, van wie ze weet dat hij homoseksualiteit afkeurt. ,,Die loyaliteit met homoseksuelen krijgen ze van ons mee'', zegt Erik. ,,En die loyaliteit kan ook veranderen'', realiseert Janneke zich.

Hun eigen geaardheid blijft nog in het midden. Erik vraagt de kinderen wel eens of ze over vijftien jaar met een man of een vrouw getrouwd denken te zijn. ,,Isa houdt zich dan op de vlakte, bij de jongens is het nu eens een man, dan weer een vrouw.''

Als ze het spel 'Levensweg' spelen, blijkt dit ook. Dat is een spel waarbij de spelers elk een poppetje kiezen -blauw of roze- waarmee ze over het bord rijden. Als de auto een bepaald vakje gepasseerd is, mag de speler, dus het poppetje, trouwen. ,,Per en Boas kiezen de ene keer een blauw poppetje, de andere keer een roze'', vertelt Janneke. ,,Ook Isa kiest soms roze, soms blauw. Ik denk dat we een van de weinige gezinnen in Nederland zijn waarin de kinderen, ook al is het in een spel, soms voor een heteroseksuele en soms voor een homoseksuele relatie kiezen.''

mailIcon print |