In zijn eerste zes maanden als directeur van Boijmans Van Beuningen ging Sjarel Ex met de stofkam door de begroting. Nu is het tijd om zijn inhoudelijke plannen te ontvouwen.
Dit is een grap, dacht Sjarel Ex. Het was zijn eerste week als directeur van museum Boijmans Van Beuningen en het Sprengel-museum in Hannover belde. Wunderbar vonden zijn Duitse collega's het dat Ex nu in Rotterdam zat. En voelde hij er iets voor om samen een grote expositie te brengen over Kurt Schwitters?
Ex: ,,Ik dacht: Iemand weet dat ik hier net zit en wil me voor de gek houden. Een expositie over Kurt Schwitters, de held van de avant-garde, ongelooflijk! Maar het was echt waar.''
Dat museum Boijmans van een ander kaliber is dan het Centraal Museum in Utrecht, waar Ex vijftien jaar werkte tot zijn benoeming (jl. juni) in Rotterdam, wist hij natuurlijk wel. ,,Maar door dat telefoontje werd ik er meteen bij bepaald hoe groot het aanzien van dit museum is. Over de hele wereld wordt Boijmans serieus genomen. Waarom belt het Sprengel-museum ons? Omdat wij met onze Mondriaans en Kandinsky's de context bieden voor een expositie over Schwitters.'' De tentoonstelling over de dichter en beeldend kunstenaar Kurt Schwitters (1887-1948) gaat in maart 2007 open. Centraal staat de reconstructie van de 'Merzbau', de grote grotachtige sculptuur waaraan Schwitters jarenlang werkte in de kelder van zijn huis, vertelt Ex. Daarin verwerkte hij alle indrukken die hij opdeed op straat en in contacten met vrienden. Kunstenaars die op bezoek kwamen, lieten meestal ook iets uit de persoonlijke sfeer achter voor zijn sculptuur: dat kon een schilderij zijn, maar ook een pluk haar. In de Tweede Wereldoorlog werd het levenswerk van Schwitters verwoest bij een bombardement van de geallieerden. De kunstenaar overleed na de oorlog, maar op basis van foto's en met hulp van zijn zoon is de 'Merzbau' gereconstrueerd.
Sjarel Ex (Terwinselen, 1957) heeft het 'fantastisch' naar zijn zin in Boijmans. Nu hij er ruim een halfjaar zit wil hij wel praten over zijn plannen met het museum. De afgelopen maanden waren er nog wat vuiltjes weg te werken. Zo bleken de schulden van het museum bij nader inzien 1,3 miljoen hoger dan de 6,4 miljoen euro die de gemeenteraad beschikbaar had gesteld om schoon schip te maken na een miljoenenfraude en een verbouwing met forse kostenoverschrijdingen. Ex is tijdens zijn inwerkperiode met de stofkam door het museum gegaan, wat heeft geresulteerd in een 'honderd-dagenbrief'. Een 'boodschappenlijst' noemt hij het zelf. Zo zijn er problemen met de klimaatbeheersing in de anderhalf jaar geleden opgeleverde nieuwbouw, zijn er zilvervisjes gesignaleerd en is er opborrelend grondwater in de kelder, wat al tot ernstige schade heeft geleid aan een schilderij. Aan al deze zaken wordt inmiddels gewerkt en de gemeente 'steekt haar nek ver uit', zegt Ex, door ook die 1,3 miljoen euro voor haar rekening te nemen.
In de plaatselijke politiek bestaat waardering voor Ex' voortvarende aanpak, al zijn er ook zorgen over de nieuwe tegenvallers. Ex: ,,De lijst van kinderziektes en andere problemen is inderdaad lang, maar die worden opgelost. Je moet niet vergeten dat we hier praten over een gebouw van 20000 vierkante meter. Ik maak me meer zorgen over de dingen die niet op de lijst staan, omdat we die over het hoofd hebben gezien.''
Afgezien van deze praktische problemen gaat het goed met Boijmans, vindt Ex. ,,Het museum straalt na een aantal moeilijke jaren nieuwe energie uit. Ik zie voor Boijmans een geweldige toekomst. Dit jaar hebben we 30000 bezoekers méér getrokken dan de 150000 die werden verwacht. De Koenigs-collectie en 'Zinnen en Minnen' hebben daarvoor gezorgd. Maar er komen ook mensen kijken naar de nieuwe opstelling en de reacties zijn positief.'' Ex maakt er geen geheim van dat hij van Boijmans een spraakmakend topmuseum wil maken.
Kansen te over, meent hij, gelet op de hoge standaard van de collectie en de kwaliteit van de medewerkers. Zeker nu in Amsterdam het Stedelijk en het Rijksmuseum als gevolg van nieuwbouw jarenlang op een laag pitje functioneren, moet Boijmans flink aan de weg timmeren.
Bij het Centraal Museum heeft Ex zich ruimschoots bewezen als museumdirecteur. Onder zijn leiding werd het museum verbouwd en uitgebreid, kwamen er een nieuw depot, een kindermuseum en een bestandscatalogus. De benodigde miljoenen vergaarde Ex zelf: bij de overheid, bij bedrijven en particulieren. Met zijn charme en commerciële talent kreeg hij het voor elkaar dat het Centraal Museum twee keer zoveel eigen inkomsten heeft als subsidie. Hij maakte van het voorheen wat stoffige instituut een laagdrempelig swingend museum. Ook organiseerde hij een aantal grote projecten met kunst in de openbare ruimte. In dit alles is Ex de tegenpool van Chris Dercon, de vorige directeur van Boijmans, die geen teamworker was, een chaotische manier van leidinggeven had en wars was van spektakel en populisme. Het museum werd onder zijn leiding een intellectualistisch bolwerk met vaak ontoegankelijke tentoonstellingen en veel intern geruzie. Sjarel Ex is dan ook met veel krediet aan de slag gegaan in Rotterdam. Als er al kritiek klonk, gold die zijn hang naar spektakel en entertainment en vermeende gebrek aan inhoudelijkheid.
Zelf is Ex altijd 'verbaasd' over het beeld dat in de media van hem wordt geschetst. ,,Daar herken ik me vaak niet in.'' Als voorbeeld noemt hij zijn eerste jaren bij het Centraal Museum, waarin hij werd afgeschilderd als een 'jonge hond'. ,,Zelf dacht ik meer aan jong belegen.'' Natuurlijk is de neiging groot om, als je nieuw in een organisatie komt, alles op de schop te nemen. Maar de afgelopen maanden heeft hij zich met opzet 'stil' gehouden om eerst alles te inventariseren en te achterhalen wat er omgaat in de hoofden van zijn medewerkers. Maar om terug te komen op zijn vermeende gebrek aan inhoudelijkheid: ,,Ik ben directeur maar óók kunsthistoricus. Ik ben specialist op het gebied van het modernisme en De Stijl. Behalve over Vilmos Huszar (op wie hij cum laude is afgestudeerd, red.) heb ik gepubliceerd over Piet Zwart, Lajos Débneth en Theo van Doesburg. En ook over hedendaagse kunst. Met name mijn studie naar de invloed van de kunstenaars rondom het tijdschrift De Stijl op het Duitse Bauhaus in Weimar is een mooi onderzoek geweest, met een publicatie die in Nederland en Duitsland is verschenen. Ik wil een inhoudelijke directeur zijn die zich ook bemoeit met aankopen en het educatieve beleid. En ik ga ook exposities maken, al lopen er hier genoeg mensen rond die dat heel goed kunnen.''
Zijn eerste tentoonstelling bij Boijmans staat voor april gepland. Naast de expositie over Dalí, die naar verwachting veel bezoekers zal trekken, zal dan ook het werk van Paul Noble (Northumbria, 1967) te zien zijn. Ex is zeer onder de indruk van Noble, die hij al jaren volgt. ,,Zijn enorm grote tekeningen laten overzichten en soms weer fragmenten zien van een imaginaire stad die hij Nobson Village heeft gedoopt, en die in zijn fantasie steeds verder uitdijt. De kwaliteit van de tekeningen zit in de bijzondere fantasie en het formaat, maar ook in het materiaal. Noble tekent ze namelijk met een gewoon potlood. Er zijn tekeningen bij waaraan hij een heel jaar werkt. De laatste jaren maakt hij ook installaties en video's, maar die stad blijft toch het hoofdmotief. Noble is een kunstenaar die aan een wat wel wordt genoemd 'persoonlijke mythologie' werkt en dat heeft me altijd zeer geïnteresseerd, het eigen universum dat een kunstenaar creëert.
Andere exposities die in voorbereiding zijn betreffen Bauhaus, Charley Toorop en de Japanse mode-ontwerper Issey Miyake. Ook komt er een tentoonstelling van de vroege Nederlandse schilderkunst uit de vijftiende eeuw, in samenwerking met het Rijksmuseum, vertelt Ex, die daarmee duidelijk maakt dat Boijmans nadrukkelijk mikt op meer bezoekers uit het buitenland. ,,Maar daarnaast willen we ook de thuisbasis niet vergeten.'' Komende zomer wil hij een deel van het museum beschikbaar stellen aan Rotterdamse vormgevers en kunstenaars. Dit 'Project Rotterdam' moet de 'power' zichtbaar maken die in Rotterdam schuilt op het terrein van vormgeving en beeldende kunst. Ook heeft hij plannen voor ruimere openingstijden en de inrichting van een 'straatgalerij', die gratis toegankelijk is en waar het publiek terechtkan voor informatie over wat er te doen is in het museum.
Als het aan Ex ligt komen de Rotterdammers binnenkort ook naar Boijmans om het omstreden beeld Santaclaus (ook wel Kabouter Buttplug genoemd) van Paul McCarthy te bekijken. De gemeente zit met dit beeld in de maag, omdat er geen plek voor kan worden gevonden. De zes meter hoge bronzen kerstman met dildo in de hand is bedoeld als kritiek op het doorgeslagen consumentisme in de westerse wereld. Volgens de kunstenaar en de Rotterdamse beeldencommissie komt het beeld daarom het beste tot zijn recht op een drukke plaats in het centrum van de stad. Maar de meerderheid van de gemeenteraad zet de 'sekskabouter' het liefst ergens neer waar mensen er niet onverhoeds mee worden geconfronteerd. Sjarel Ex wil Santaclaus graag 'tijdelijk logies en ontbijt' verlenen in de museumtuin, mede omdat hij vindt dat het beeld niet weggestopt mag worden in een loods. ,,Het is bedoeld voor de openbare ruimte en dáár hoort het ook besproken te worden. Bovendien is het een heel goed beeld van een van de grootste kunstenaars van deze tijd. Rotterdam mag daar trots op zijn.''
Kunst moet ook omstreden durven te zijn, vindt Ex. Dat het beeld van McCarthy zulke heftige reacties oproept, maakt duidelijk dat het beantwoordt aan de bedoelingen van de kunstenaar. Ex streeft ernaar dat museum Boijmans vaker en nadrukkelijker aanwezig is in dergelijke discussies. ,,Zolang dergelijke acties maar vanuit de inhoud worden gevoerd.'' De tijd is er ook rijp voor, meent hij. ,,Mensen staan open voor kunst en cultuur, omdat ze op zoek zijn naar zingeving in deze verwarrende tijden. Als museum heb je de taak daar iets mee te doen. In ieder geval moet je je ervan bewust zijn dat kunst ook troost kan bieden. Met die rol van het museum wil ik graag iets doen.''
,,Er is een enorme nieuwsgierigheid naar onze cultuur, naar wat de kunst ons heeft gebracht en wat de kunstenaars ons leren. Steeds vaker merk ik dat het inhoudelijke de nadruk krijgt, kwaliteit dus, je wordt er een rijker mens van, zonder dat het over materialistische zaken gaat. Je merkt dat op allerlei manieren. Onze cursussen en lezingen zitten altijd vol, er is veel behoefte aan informatie. De schenkingen van collecties en kunstwerken aan het museum nemen toe. Mensen willen graag in discussie, willen de kunstenaar ontmoeten, hangen aan de lippen van onze rondleiders. Mensen gaan na hun (vervroegde) afscheid in maatschappelijke functies werken en soms weer studeren, vaak kunstgeschiedenis. Maar het komt in alle leeftijden voor. Laatst zag ik een klasje peuters van een gekleurde school uit de binnenstad gehurkt zitten rond een beeld van Duane Hanson, van een kleuter in een zitje, dat in de surrealistenzaal staat. De herkenning (hé, dat zijn wij), de lol (wat gebeurt daar, is dat jochie echt?), de nieuwsgierigheid (waarom zit hij daar?) en de bewondering (wat knap, want dat zijn wij) straalden ervan af. Geweldig!''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.