Mannen op leeftijd met geld te veel kunnen zich elk jaar uitleven in de ultieme jongensdroom: de rally Barcelona-Dakar. Het levert doden, botbreuken en miljoenen op, maar wat schiet Afrika ermee op?
AMSTERDAM - ,,Goddank leven we nog'', is de standaardreactie van een coureur in de rally Barcelona-Dakar nadat zijn vehikel een paar maal over de kop is geslagen. In de afgelopen 26 versies van de Dakarrally vielen zeker vijftig doden onder deelnemers en volgers. In 1996 werd zelfs een volgens de persbureaus 'onvoorzichtig' kind in een dorp in Guinee doodgereden. Ook deze weken racen er weer motoren, auto's en trucks dwars door de Sahara en de Sahel.
Doden zijn er in 2005 nog niet gevallen, maar uitvallers en botbreuken zijn er al in overvloed. Bekende Nederlander Peter R. de Vries sloeg met zijn auto eergisteren vier keer over de kop. De grootste Nederlandse kanshebber Gerard de Rooy kantelde op diezelfde dag met truck en al. Die latente doodsvrees blijkt juist dé aantrekkingskracht voor veel deelnemers; zo ging de etappe van gisteren langs een mijnenveld in Mauretanië.
,,Het is een jongensdroom. Het gevaar loert achter elke duin'', weet motorrijder Jaap van der Kooy. Sportverslaggever Mart Smeets schreef al in 1996 een vernietigende column over 'Dakar' in Trouw, over sporters die als lemmingen hun dood tegemoet rennen. Smeets is nog niet van mening veranderd. ,,Nog steeds zie ik het vol verbazing aan, de rally én de nonchalance over de sterfgevallen. De mens kan niet van de natuur winnen, dat is net in Azië weer bewezen.''
Voor autobedrijven is 'Dakar' een hightech lab om met een topteam het materieel te perfectioneren. Deelname kost per persoon bijna 12000 euro, plus 2700 voor een motor en 4350 voor een auto. Daar komt bij het peperdure materiaal (bijvoorbeeld een geprepareerde Toyota-landcruiser van 110000 euro) en de uitgebreide voorbereiding.
De organisatie, het Franse bedrijf Aso, organiseert ook de Tour de France, de Parijse marathon en bezit de kranten l'Equipe en le Parisien. De winst houdt Aso strikt geheim. Maar gezien de vele reclame en de naar meer dan 170 landen verkochte uitzendrechten moet het budget in de vele tientallen miljoenen lopen.
Wat voor vergoeding de Afrikaanse gastlanden ontvangen vertelt Aso evenmin. De lokale economie lijkt er niet van te profiteren. Zo is de catering in handen van 40 Franse bedrijven, en als tussendoortje gaan oer-Hollandse soepblikken, worstjes en blokken kaas mee. Ook alle reserveonderdelen en de motorolie worden geimporteerd, net als het eigen hospitaal met chirurgen.
'Mannenzender' RTL5 besteedt dagelijks twee uur aan de Dakarrally en scoort daar naar eigen zeggen 'heel aardig' mee. Zo'n 4 à 500000 mensen kijken naar de uitzending na elf uur 's avonds.
De Nederlandse Senegalees Pierre Mbengue (32), die zich al jaren stoort aan de Dakarrally, ziet met lede ogen de groeiende populariteit aan. Mbengue, die met zijn stichting Yoff milieu-educatie verzorgt met veel aandacht voor Afrika, weet nog hoe de rally door zijn woonplaats Dakar kwam toen hij zeven jaar was. ,,Ze gooiden chips en koekjes naar de kinderen. Maar het lokale bestuur van ons vissersdorp Yoff waardeerde niet dat de coureurs de netten die op het strand lagen te drogen stuk reden. De dorpsouderen besloten dat de rally er niet meer in kwam.''
Het belangrijkste bezwaar van Mbengue is dat organisatie noch deelnemers rekening houden met de lokale bevolking en hun leefomstandigheden. De motoren rijden makkelijk 180 door de woestijn. ,,Dat mag hier niet eens op de snelweg.'' Mbengue vindt dat de route om de dorpen heen zou moeten voeren en dat er meer regels moeten komen over het rijden in de woestijn. ,,Soms zie je het hele konvooi van 700 voertuigen door het schaarse water van een rivier of oase rijden. Maar dat is voor de mensen daar drinkwater.'' Ook het kwetsbare Sahel-milieu is volgens de milieudeskundige niet gebaat bij de rally.
Geschrokken kamelen en schapen en een dikke laag stof, wie maakt zich daar nou druk om? Mbengue: ,,Dat is de arrogantie van Europa, dat in dit verhaal de grote winnaar is. De Europese Unie en Nederland hebben een verdrag getekend om semi-woestijngebieden te beschermen. De regering zou de organisatie tot de orde moeten roepen.'' Mbengue begrijpt niet dat Europa ontwikkelingshulp betaalt en tegelijkertijd uit ,,ruimtegebrek elders de boel vervuilt. Het is een enorme handel, maar de Afrikanen hebben er niets aan.''
Sinds twee jaar doet Aso aan ontwikkelingshulp. Jaarlijks is er 100000 euro voor dorpsprojecten in Senegal, en binnenkort ook Mauretanië. ,,Een schijntje'', zegt Mbengue, ,,om hun imago schoon te poetsen.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.