*

 

Iedere Zweed mist wel iemand

Petra Sjouwerman − 07/01/05, 00:00

Voor de meeste Zweden komt de ramp heel dichtbij. Op school of op het werk verschijnen mensen niet. Vlaggen hangen halfstok, en krantenlezers volgen Pigge Werkelin, op zoek naar zijn vermiste zoontje.

STOCKHOLM - ,,Zwijgen is het ergste. Laat zien dat je om iemand geeft'', zo luidt het advies van sociaal-democratisch parlementslid Kent Hürstedt, die in 1994 de ramp met de Estonia veerboot overleefde. Nu is hij aangesteld als regeringsadviseur over de ramp. Maar juist het betonen van meeleven zal niet voor elke Zweed makkelijk zijn. Tranen staan in de ogen van Leif Armstrong (60), manager bij zuivelgigant Arla: ,,Een naaste collega heeft zijn zoontje verloren. Wat moet ik tegen hem zeggen?''

De vlaggen in Stockholm hangen halfstok. Zweden (9 miljoen inwoners) is van alle Europese landen het zwaarst getroffen. Tot dusverre zijn er 52 doden en het aantal vermisten bedraagt 1903. De meesten komen uit Stockholm en omgeving. Maar omdat iedereen wel iemand kent die de ramp heeft meegemaakt of wordt vermist, heeft het gevolgen voor de gehele samenleving. Bedrijven missen werknemers, voetbalclubs spelers en trainers, op scholen ontbreken leerlingen en leraren.

Het verdriet van de Zweden was voelbaar toen woensdag in bijzijn van de Zweedse koninklijke familie en premier Persson de eerste zes kisten met slachtoffers uit Thailand arriveerden. De televisie zoomde tijdens de rechtstreekse uitzending in op de huilende prinsessen. De komende dagen en weken worden er nog veel meer kisten verwacht. De Zweedse koning Karel XVI Gustaaf is van plan naar Thailand af te reizen om daar de dankbaarheid van zijn land over te brengen voor de hulp aan Zweedse toeristen.

De ramp heeft inmiddels een gezicht gekregen: dat van Pigge Werkelin. Bijna dagelijks staat zijn portret in de krant Expressen, die Werkelins speurtocht naar zijn zoontje in Thailand op de voet volgt. Eerder bleken zijn echtgenote en zijn andere zoontje te zijn omgekomen.

Zweedse kranten hebben tot dusverre een belangrijke rol gespeeld bij het opsporen van vermisten. Fotootjes met vrolijke gezichten van veelal blonde kinderen, hun vaders en moeders,

lachen de lezers tegemoet. Daaronder telefoonnummers en emailadressen van bezorgde familieleden. Talloze krantenpagina's zijn gevuld met overlijdensberichten.

Mikael (16) loopt rond in het centrum van Stockholm met de collectebus voor het Rode Kruis. ,,Mijn moeder moest me komen ophalen. Ik had al mijn kleingeld in de collectebus gestopt en kon daardoor geen buskaartje kopen.'' De klasgenoot van zijn vriendin wordt vermist.

Veel kerstbomen staan er nog, maar dat zal niet lang duren, voorspelt studente Maria. ,,Traditiegetrouw worden die pas op 13 januari afgetuigd. Maar veel mensen willen deze Kerstmis het liefst zo snel mogelijk vergeten'', aldus studente Maria. De vriendin van haar kapper is nog steeds niet teruggevonden.

In Noorwegen en Denemarken koos men voor een officiële lijst met vermisten. Hierdoor daalde het aantal vermisten snel omdat Noren en Denen die inmiddels veilig waren teruggekeerd of buiten het rampgebied verbleven, zich hebben gemeld. Om redenen van privacy wilde de Zweedse regering zo'n lijst niet vrijgeven, en omdat men vreest voor inbraak in de huizen van de vermisten. Zelfs nadat de overkoepelende organisatie van beveiligingsbedrijven had aangeboden deze woningen gratis te bewaken, werd de lijst niet gepubliceerd.

Dit, en de nogal trage start van de regering -de minister van buitenlandse zaken heeft inmiddels toegegeven dat ze op tweede kerstdag niet naar het theater had moeten gaan- heeft een storm van kritiek losgemaakt. Politici bakkeleien nu over een in te stellen commissie die de rol van de regering bij het hanteren van de ramp moet onderzoeken. Daar zou VN-wapeninspecteur Hans Blix dan voorzitter van worden.

De regering wil wel met spoed een wetswijziging doorvoeren zodat het zogenaamde PKU-register met bloedmonsters van iedereen geboren in of na 1975, bedoeld voor medisch onderzoek, gebruikt kan worden bij de identificatie van de slachtoffers. Vooral omdat zich onder de vermisten ruim honderd kinderen en jongeren bevinden.

Ook heeft de minister van justitie voorgesteld om bij wijze van uitzondering de termijn voor het doodverklaren van een vermist persoon te verkorten tot twee maanden. De gebruikelijke termijn hiervoor is tien jaar.

mailIcon print |