*

 

Turken hebben geen vertrouwen in hulpclubs

door Erdal Balci − 07/01/05, 00:00

ANKARA - De bedelende vrouw op het centrale busstation is goed gevoed. Haar lange, zwarte, versleten jas weet de overtollige kilo's goed te verbergen, maar het bolle gezicht van de vrouw verraadt dat ze goed te eten krijgt. Daarom doet de baby met het bleke gezicht in haar schoot het werk. Een vrouw op weg naar een van de vele bussen haalt een Turkse pond uit haar portemonnee, overhandigt het en zegt er bij: ,,Het is voor de kleine.''

De vrouw die vanwege de baby over haar hart streek vertelt even later bij de bus dat ze niets gegeven heeft aan de slachtoffers van de zeebeving. ,,Als ik zeker zou weten dat het goed terecht zou komen, dan zou ik niet twijfelen. Maar mijn gevoel zegt mij dat dit niet het geval zal zijn.''

De meeste Turken lijken er net zo over te denken. De overheid staat met 1,25 miljoen dollar ergens onder aan de lijst van internationale donateurs en er is geen televisiecampagne op touw gezet om geld in te zamelen. Mensen die wel geld willen geven aan de slachtoffers van de tsunami kunnen alleen bij sommige banken terecht waar speciale rekeningen zijn geopend. Het loopt echter niet bepaald storm op die rekeningen.

Dat is teleurstellend voor een land dat in 1999 zelf ook te maken had met een grote aardbeving en daarbij op omvangrijke financiƫle hulp uit het buitenland mocht rekenen. Nurettin Bayat, vrijwilliger bij een liefdadigheidsorganisatie in Ankara, verklaart de Turkse vrekkigheid uit de slechte ervaringen met grootschalige collectes na de aardbeving van 1999. ,,Het corruptieschandaal bij de Turkse Rode Halve Maan dat toen boven water kwam, heeft het vertrouwen van veel mensen geschaad. Ze vrezen nu dat hun giften niet bij de echte behoeftigen terecht zullen komen. Als ze iets geven, willen ze met hun eigen ogen zien dat het goed terecht komt. Veel mensen rijden tegenwoordig in eigen auto's naar de armenwijken om kleding, schoenen en ook geld uit te delen.''

Een van de mensen die geen geld toevertrouwen aan hulpclubs is Ayse Demirel, eigenares van een dameskapsalon. Ze heeft haar eigen methode voor goede werken: elke maand geeft zij honderd lira aan een meisje op de school waar haar zoon ook op zit. ,,Het is een pientere meid met ontzettend arme ouders. Het geld dat ik geef besteden ze aan haar studie. Als ik die honderd lira niet geef, moet ze zeer waarschijnlijk stoppen met school. Natuurlijk zou ik ook de slachtoffers van de tsunami willen helpen, maar ik wil niet dat mijn geld in het een of andere zwarte gat van een hulporganisatie verdwijnt.''

mailIcon print |