*

 

Het is de schuld van de lezer

Frits van Exter (fvanexter@trouw.nl) − 29/01/05, 00:00

Vraag tien willekeurige journalisten of zij de foto van de mishandeling van Iraakse gevangenen door Britse soldaten zouden afdrukken op de voorpagina en de meeste zullen zeggen 'natuurlijk, het is nieuws'. Stel dezelfde vraag aan tien lezers en de meeste zullen zeggen 'nee, zoiets mens onterends hoef ik niet te zien'.

Ik heb dit niet getest maar baseer me op een vergelijkbare proef die onlangs in Amerika is uitgevoerd. Op grond van ons besluit de Britse beelden te plaatsen en enkele negatieve reacties van lezers daarop, verwacht ik een vergelijkbare uitkomst. Soms wordt daarbij aangevoerd dat de abonnee zijn kinderen niet zo wil confronteren met de verschrikkingen van deze wereld, maar vaak blijkt dat de volwassen lezer het zelf ook niet wil.

Dit gaat om meer dan de discussie over de functie van schokkende foto's, het gaat over de functie van de krant. Beelden hebben natuurlijk een grotere impact en daar heb je rekening mee te houden, maar de keuze weerspiegelt uiteindelijk de houding van de gehele krant: wij vinden dit nieuws dat u moet weten. Maar daar denken lezers soms heel anders over. Zij vinden het nieuws vaak te deprimerend en leggen daarom de krant weg of zappen naar het 'Showbiz-journaal'.

Geconfronteerd met dalende oplage- en kijkcijfers zoeken nieuwsbrengers de oorzaken in de eerste plaats bij zichzelf. Terecht, want er valt veel te verbeteren, maar het is de vraag of dat genoeg is. Evan Cornog betoogt in het laatste nummer van de Columbia Journalism Review: ,,Misschien is het probleem en derhalve ook de oplossing breder en dieper geworteld. Misschien moeten wij tot op zekere hoogte de lezers de schuld geven.''

Vooral jongeren wenden zich meer af van het nieuws omdat zij zich minder betrokken voelen bij de samenleving, stelt Cornog. Zelfs internet is voor hen geen belangrijke nieuwsbron. Het is vooral een medium waarin zij zich kunnen verdiepen in hun particuliere interesses. Amerikanen trekken zich steeds verder terug uit allerlei gemeenschapsactiviteiten en zelfs de televisie is in de huiskamer geen gezamenlijk trefpunt meer: iedereen kijkt op zijn eigen kamer naar zijn eigen kanaal. Die trends zijn ook in Nederland zichtbaar en dat is niet alleen voor dagbladen slecht nieuws.

Misschien vindt u het vreemd dat ik hier over begin, uitgerekend aan de vooravond van onze overstap naar een compact formaat en uitgerekend nu wij alom verkondigen dat de krant leesbaarder, handzamer en toegankelijker wordt -alles voor de lezers. Het lijkt niet handig de lezer nu te verwijten dat hij wegduikt voor het nieuws dat hij als goed burger toch zou moeten weten.

Toch moet dit ons bezighouden. Wij kunnen veel doen om nieuwe generaties lezers beter aan ons te binden. Wij kunnen formaten en formules wijzigen, wij kunnen het op papier doen en op internet en wij kunnen zelfs proberen wat minder deprimerend te zijn. Maar uiteindelijk moeten we het toch hebben van de aanwas van voldoende bewuste en betrokken burgers.

Groeiende afzijdigheid is geen probleem van de media, maar van de samenleving. De aanpak gaat de macht van media dan ook te boven. Cornog en anderen zoeken de oplossing in opvoeding en onderwijs: het kweken van mondige en actieve burgers. Alleen zij kunnen de vraag naar journalistiek van hoge kwaliteit verzekeren en alleen zij kunnen op hun beurt de journalistiek opvoeden.

Komende week hopen wij niet alleen op een mooie lancering van Trouw compact, maar ook op goed nieuws voor alle media in het rapport over het mediabeleid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Er zal veel aandacht zijn voor de financiering van de publieke omroepen, maar hopelijk biedt hij ook perspectief voor degenen die menen dat de samenleving niet zonder echt nieuws kan. In een compacte krant uiteraard.

mailIcon print |