Hij keek in de spiegel en besefte dat hij bedrijfsblind was geworden. Trinko Keen heeft geëvalueerd, én geleerd. Met 'frisse motivatie' doet de Arnhemmer een nieuwe aanval op de tafeltennistop.
DÜSSELDORF - Hij is open, altijd geweest. Trinko Keen heeft het hart op de tong en de mond nooit stil. ,,Nu weet ik wie ik ben en wat ik wil. Ik ben een tafeltennisser met een doel: Ik wil de top-20 in.''
Hij is er dichtbij. Bij de Open Duitse in november versloeg de 33-jarige Keen de halve wereldtop. Mede daardoor staat hij nu 22ste op de wereldranglijst. ,,Ik reken mezelf niet meer klein. Ik kan van de besten winnen.'' De Top-12, volgend weekeinde in het Franse Rennes, vormt de volgende graadmeter.
In 1998 leek hij dichtbij een definitieve doorbraak. Keen won brons op het EK in Eindhoven, in het enkelspel en het landentoernooi. ,,Dat was een goed jaar, maar ik was toch niet tevreden. Ik had niet het idee dat mijn prestaties consistent waren. Dat ik precies wist waaraan ik de successen te danken had. Het was gewoon niet grijpbaar.''
Dat onzekere gevoel -en de openheid erover- typeert hem. Hij werd vaak als twijfelaar, als piekeraar aangeduid. Dat vond Keen niet terecht. Het was eerder het fanatisme, misschien zelfs de perfectionistische inslag. Of onzekerheid.
Het was nooit goed genoeg. Als hij verloor ging hij gewoon vijf in plaats van vier uur per dag trainen. Maar als hij won... Dan moest hij beter, anders en langer gaan trainen om het niveau vast te houden. Zes uur per dag... Dat kon eventueel ook nog.
,,Ik wilde zó graag... Ik was zó fanatiek met de sport bezig. Ik had oogkleppen op. Maar als dan een tijdje de resultaten tegen zaten, als ik geen uitweg meer zag, als meer uren maken niet de oplossing bleek, had ik de neiging te gaan relativeren.''
,,Je moet zo ongelooflijk veel laten om de tafeltennistop te halen. Dat kon ik niet altijd opbrengen. Dan bedacht ik ineens dat er andere zaken in het leven waren. Dan liet ik me afleiden door van alles en nog wat.''
,,Mij is wel eens gemakzucht, eigenwijsheid verweten. Ik zou te weinig met mijn mogelijkheden doen, mijn talent verspillen. Onzin. Het was onwetendheid. Een voortdurende zoektocht naar succes. Naar de juiste methode. Naar zekerheden. En het was natuurlijk pionierswerk. Er waren geen goede voorbeelden. Ik moest het wiel zelf uitvinden.''
Zo ontstond het beeld van de twijfelaar, die verder keek dan zijn sportloopbaan en naar de HEAO ging. Die leergierig was. Die muziek maken ook mooi vond. En die sociaal was. Die kortom niet voor honderd procent met zijn sport bezig was.
Dat was een misverstand, betoogt Keen dus. ,,Ik heb mijn eigen weg gezocht. En inderdaad... Ik ben heel wat doodlopende wegen ingeslagen. Maar ik moest het zelf ervaren. Ik heb onderweg ook andere dingen geleerd. Die zijn voor mijn ontwikkeling tot wie ik nu ben, tot waar ik nu sta, ook van belang geweest.''
,,Ik kan naar eer en geweten zeggen dat ik alles altijd voor de volle honderd procent heb gedaan: tafeltennis, mijn studie, mijn werkzaamheden voor de atletencommissie van NOC-NSF. Met de ervaring die ik nu heb, kan ik zeggen dat het anders had gekund. Maar dat is achteraf. En veel te makkelijk. Als je er middenin zit, ben je bedrijfsblind. Dan zie je soms de oplossingen niet meer.''
Hij nam na de Olympische Spelen in Sydney gas terug. Keen keek in de spiegel en voerde talloze gesprekken met zijn coach en vertrouwensman Theo Rieken. ,,Ik heb afstand genomen. Ik ben met deze sport opgegroeid. Ik ben heel geleidelijk tafeltennisser geworden, maar een bewuste keuze was het niet. Wilde ik het echt wel? Of deed ik het eigenlijk vooral omdat ik het toevallig zo goed kon?''
De evaluatie was nuttig, hij ging met ,,frisse motivatie'' opnieuw aan de slag. ,,Ik ben weer tafeltennisser. Ik ga ervoor.''
,,Van mij geen zig-zag-beleid meer. Ik heb niet meer de energie om zes uur op een dag te trainen. Dus het moet in vier uur. En van die wetenschap word ik niet zenuwachtig. Ik weet namelijk dat het ook in die vier uur kan'', aldus de Arnhemmer die in de Bundesliga voor het Zuidduitse Plüderhausen uitkomt.
Hij neemt het zoals het komt. Keen heeft leren accepteren. Het heeft hem verder gebracht. Verder dan ooit. Het heeft hem innerlijke rust gegeven. Acceptatie van de omstandigheden. Van zichzelf. ,,Ik ben wie ik ben. Soms werkt mijn karakter me tegen. Maar ik kan daar nu mee omgaan. Datzelfde karakter heeft me ook in de wereldtop gebracht.''
Hij koos voor het tafeltennis. Hij koos voor zichzelf. Eindelijk écht. De sociale Keen toonde een ander gezicht en bij de bond schrokken ze zich een hoedje. Keen meldde zich na een fikse botsing af voor de nationale ploeg, waar zijn dubbelpartner Danny Heister als 'playing-captain' was aangesteld. ,,Van een machtsstrijd is geen sprake. Ik heb vijftien jaar lang alles gegeven voor de bond, nu heb ik voor mezelf gekozen. Ik was geschokt over de negatieve reacties. Ik had wat meer begrip, wat meer respect verwacht.''
De relatie tussen de 'tafeltennistweeling' is bekoeld. ,,Maar het romantische beeld over Keen en Heister klopte toch al niet'', zegt hij. De twee Arnhemmers groeiden samen op aan de tafel, twintig jaar lang. Ze stonden naast elkaar bij de begrafenissen van hun vaders, Keen zong een lied bij Heisters huwelijk. Ze wonnen en verloren. Ze deelden bekers en degradeerden samen.
Maar vrienden? ,,We hebben een unieke relatie. We hebben respect voor elkaar. Maar in de periode dat ik afstand van het tafeltennis nam, voelde ik ook dat er afstand tussen ons was. Dat we ieder onze eigen kant op zijn gegaan en dat we niet kunstmatig bij elkaar moesten willen blijven. Het is alleen jammer dat het even moest knallen. Gelukkig praten we inmiddels weer met elkaar.''
Keen heeft geevalueerd. En geleerd. Hij zal zichzelf niet meer voor de gek houden. En de buitenwereld evenmin. Hij piekert niet meer. Er is gewikt, er is gewogen, 'en nu is er besloten. ,,Ik heb gekozen... En de prestaties van eind vorig jaar bewijzen dat het voor mij een goede keuze was.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.