Saddam Hoessein profiteerde royaal van het olie-voor-voedselprogramma. Een rapport over de gang van zaken kan VN-topman Kofi Annan last bezorgen.
AMSTERDAM - Het programma was zo goed bedoeld: Irak zou ondanks een economische boycot olie kunnen verkopen en de arme bevolking zou profiteren van de opbrengst. De rest van de wereld, vooral het rijke westen, zou minder afhankelijk worden van grote olieproducenten als Saoedi-Arabiƫ. Een mooi voorbeeld van een win-winsituatie, zoals dat heet.
Maar de grote profiteur van het olie-voor-voedselprogramma, dat liep van 1996 tot 2003, werd de Iraakse dictator Saddam Hoessein. Hij moet een fors deel van de totale opbrengst van 64 miljard dollar (tegen de huidige koers bijna 50 miljard euro) in eigen zak gestoken hebben, of verdeeld onder zijn trawanten.
Kruimels, ter waarde van vele miljoenen, bleven er over voor degenen die de olie kochten onder de marktprijs: Vooral Frankrijk, Rusland en China hebben geprofiteerd, zo blijkt uit documenten die na de oorlog opdoken.
Ook vertegenwoordigers van de Verenigde Naties zouden een sla-tje hebben geslagen uit het olie-voor-voedselprogramma. Vooral het toezien op de besteding van de opbrengsten uit de olieverkoop was een lucratieve bezigheid. Het geld mocht volgens een besluit van de Veiligheidsraad alleen besteed worden aan voedsel en medicijnen ten behoeve van het Iraakse volk, maar daar is de hand mee gelicht. Volgens geruchten hebben hoge VN-functionarissen zich persoonlijk verrijkt.
Van die beschuldigingen is niets gebleken in de feiten die tot nu toe naar buiten zijn gebracht door een onafhankelijke onderzoekscommissie onder leiding van Paul Volcker, de ex-voorzitter van het Amerikaanse stelsel van centrale banken. Wel is duidelijk dat de interne controles tekort schoten. Er was mismanagement, wanbeheer en een 'gebrek aan aandacht' bij de VN, aldus Volcker. Bedrijven konden te hoge rekeningen declareren.
Begin volgende week komt Volcker met een tussentijds rapport. Daar wordt niet alleen bij de VN in New York, maar ook in Washington met spanning naar uitgekeken. Het olie-voor-voedselprogramma is voor conservatief Amerika een symbool geworden voor alles wat fout is bij de VN: Een cultuur van pappen en nathouden, waarin niemand zijn verantwoordelijkheid neemt. De kwestie is een ideale stok om Kofi Annan mee te slaan.
De secretaris-generaal, ook in zijn tweede termijn door velen gewaardeerd als een kundig voorzitter, is gehaat bij de republikeinen. Dat heeft de Ghanees vooral te danken aan kritische opmerkingen over de oorlog tegen Irak, die volgens hem 'illegaal' was.
De Amerikaanse senator Norm Coleman heeft al betoogd dat Annan moet opstappen. President Bush heeft nooit echt afstand genomen van de harde kritiek. Coleman is een van de Amerikaanse politici die zelf een onderzoek naar het olie-voor-voedselprogramma uitvoeren. Inmiddels lopen er in Washington vijf onderzoeken, want het vertrouwen in het zelfreinigend vermogen van de VN is zeer gering.
Kofi Annan is zelf nooit beschuldigd van verrijking of corruptie. Maar het gerotzooi komt wel dichtbij, omdat zijn zoon erbij betrokken is. Kojo Annan werkte voor Cotecna, een Zwitsers onderzoeksbureau dat mede bepaalde of aankopen door Irak binnen de regels vielen.
Vader Annan heeft zich nooit willen uitlaten over de handel en wandel van zijn zoon. Maar heeft wel zijn spijt uitgesproken over de schade aan het aanzien van de VN die zo is ontstaan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.