*

 

Pittoresk Delfshaven is zo stil als een Begijnhof

Ruud van Haastrecht − 29/01/05, 00:00

Wereldberoemd is historisch Delfshaven. Ooit vertrokken er de grondleggers van de Verenigde Staten. De afgelopen jaren is dit oude stukje Rotterdam helemaal opgeknapt. Maar de toeristen blijven weg. En wie wel komt, kan nergens terecht.

ROTTERDAM - Beteuterd bestudeert een ouder Rotterdams echtpaar het bordje naast de gesloten Pelgrimvaderskerk. Slechts op zaterdagmiddagen is de befaamde kerk open voor het publiek. Hiervandaan vertrokken de Pilgrimfathers in 1620 naar het Nieuwe Land. De Amerikaanse toerist die in de kerk wil kijken of zijn voorouders op de passagierslijst stonden, staat dus meestal voor een dichte deur.

Yvonne Nesselaar is het een doorn in het oog. Ze roemt het Pilgrimfathers-memorial, een mini-museum gewijd aan de overtocht van de founding fathers naar Amerika. ,,Er komt nooit iemand kijken, wordt er dan geklaagd. Tsja, als hij altijd dicht is... Het is een kwestie van kip en ei.''

Al zes jaar doet Nesselaar de promotie van historisch Delfshaven. Het is ploegen op Rotterdamse bodem. Het typerendste voorbeeld vindt ze de vestiging van een aantal VVV-kantoortjes bij de toeristische attracties in de stad. Oud Delfshaven was over het hoofd gezien. ,,Exemplarisch voor hoe de stad altijd met historisch Delfshaven is omgegaan'', zegt ze; ,,als stiefkindje.''

Dankzij haar zit het kantoortje er toch, maar voor wie? Prachtig zonnig winterweer is het de hele week, maar op de keurig geplaveide kades langs de Achterhaven, Voorhaven en Aelbrechtskolk hoor je alleen krijsende meeuwen. De enkeling die in de levende ansichtkaart rondslentert, is Rotterdammer. Twee gepensioneerde heren, Gijs van de Merwe en Martin van den Bosch, komen hier graag. 'Het mooiste stukje Rotterdam', noemen ze het. ,,Die combinatie dat er nog wat te beleven valt en dat het oud is.'' Al moet je wel je ogen sluiten voor de omliggende bebouwing. ,,Zodra je Spangen in gaat, kom je in een totaal verpauperde buurt. Rotterdam is één groot rampenfonds wat dat aangaat.''

Eigenlijk zou je over de toeristen moeten struikelen, knikt Nesselaar. Grootse plannen heeft ze. In het vliegtuig van Amerika naar Nederland moet op het dienblad binnenkort een papieren onderlegger liggen met een foto van pittoresk Delfshaven en de tekst: 'Come visit your ancestors!' In de aankomsthal van Schiphol graag een richtingwijzer met 'Delfshaven 45 miles'. En achterop de Amsterdamse Uitkrant een paginagrote advertentie die de Amerikaanse toerist er fijntjes op wijst dat die over de verkeerde grachten slentert. Wat meedenken vanuit het Rotterdamse zou ook wel helpen. Binnenkort grijpt Nesselaar de telefoon om eens te informeren bij Cruise Rotterdam waarom die busladingen vol Amerikaanse cruisepassagiers naar Amsterdam stuurt in plaats van naar haar Delfshaven.

Sinds twee jaar worden in het Zakkendragershuisje uit 1653 weer tinnen soldaatjes en lepels gegoten. Het Havenbedrijf sponsort de ambachtelijke tingieterij voor drie jaar. Daarna moet ze zelf de broek ophouden. Volgens tingieter Henk Torenvlied is het nog maar de vraag of het Zakkendragershuisje open blijft. Niet omdat er geen vraag naar tin is, maar er komen simpelweg te weinig mensen langs. Vanuit de tingieterij aan de Voorstraat, op de kop van historisch Delfshaven, kan hij het goed turven. ,,Ik vind het tegenvallen hier, er komen niet meer dan vijfduizend toeristen per jaar. Het is hier net een begijnhof, zeg ik altijd.'' En als er al eens een bus toeristen voorrijdt, krijgen ze nauwelijks de tijd. ,,Toen die reuze-cruiseboot Queen Mary langskwam, toen kwamen hier honderden passagiers. Die werden als galeislaven hier door Delfshaven gejaagd. Er kwam hier één Amerikaan binnen die in een paar seconden een tinnen beertje moest kopen.''

Het winkelbestand helpt evenmin om de loop er in te krijgen. In de jaren tachtig bedacht het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam (OBR), de gemeentelijke dienst die historisch Delfshaven probeert te exploiteren, dat de historische omgeving een ideale plek is voor antiquairs en galeries. Intussen zitten die er volop, maar de meesten zijn alleen van donderdag tot zaterdag open plus één zondag per maand. Hun betrokkenheid bij historisch Delfshaven is meestal gering, vaak verdienen ze hun geld elders. Lucien Cornelius is één van de weinige antiquairs die doordeweeks wél open is. Maar 's zomers is hij vaak dicht. Dan staat hij op de Haagse Lange Voorhout, 'dé antiekmarkt van Nederland', anders redt hij het niet.

In de ondernemersvereniging zijn de openingstijden een terugkerend punt van discussie. Café Gommers ging zeven jaar 's ochtends open, maar er kwam geen hond. Tegenwoordig opent de kroeg pas in de namiddag de deur. ,,Terwijl dit het mooiste stukje Rotterdam is en vanaf twaalf uur mijn terras in de zon ligt'', wijst eigenaar Jos Gommers op het Oudhollands panorama buiten. Kunstenaars, die gratis mogen exposeren op de wanden, vormen nu zijn klandizie. Delfshaven is te klein als trekpleister, denkt hij. ,,Wat is er nou te zien? Een kerk, die molen... het is een uniek stukje stad, maar meer voor de Rotterdammers.''

mailIcon print |