*

 

Op een uur rijden liggen de roestige resten van de eerste wereldoorlog

door Pelle Matla − 19/02/05, 00:00

Nergens vallen verleden en heden zo samen als op een gure winterdag in Bullecourt. Op de rand van een helling doemt het silhouet op van de oude spoordijk. Het standbeeld van een Australische soldaat kijkt uit over de velden: nu van brons, toen ook al verstijfd van de kou. Als wandelaar voel je de stilte voor de storm als je met je laarzen diep wegzakt in de vette klei van de akkers.

Zo ongeveer moet het gevoeld hebben in het voorjaar van 1917, toen duizenden Engelsen en Australiërs wachtten op het fluitsignaal om uit hun loopgraven te klimmen en de Duitse stellingen aan te vallen. Het was een van de bloedige veldslagen in de oorlog van '14-'18. ,,Vanaf die spoorlijn trokken de Australiërs op tegen de Duitsers'', roept Jean Letaille tegen de wind in. Hij wijst over het omgeploegde land. ,,Dáár kwamen de tanks. Het was toen een stuk kouder dan nu. Het vroor.'' Letaille was tot begin jaren negentig burgemeester van Bullecourt . Hij heeft een klein museum aan de oorlog gewijd.

Voor de meeste Nederlanders is de Eerste Wereldoorlog ver weg. Nederland bleef neutraal in die 'Grote Oorlog'. Toch groeit ook in ons land de belangstelling. Nederlandse uitgevers publiceren momenteel veel boeken over het thema, er is een heuse reisgids naar de slagvelden verkrijgbaar en in het Delfts Legermuseum is nu een expositie gewijd aan Nederland tijdens Eerste Wereldoorlog.

Maar voor wie zich echt wil inleven is een bezoek aan de slagvelden onontbeerlijk. Het stukje Frankrijk rond Bullecourt, van nog geen 20 vierkante kilometer groot, bevat de hele Eerste Wereldoorlog in een notendop. Het ligt op zo'n drie uur rijden van Nederland, ingeklemd tussen de provinciesteden Arras, Bapaume en Cambrai. Twee dagen rondwandelen is genoeg om een idee te krijgen van de barre omstandigheden waarin soldaten de Eerste Wereldoorlog moesten uitvechten.

De velden rond het dorp spugen nog steeds resten uit van de strijd. Hier liggen overal roestende bommen, soms in stapeltjes van tien, twintig stuks. Onder de struiken van de spoordijk liggen de hulzen zelfs bij pakken. Verdwaalde handgranaten zwerven onder aan het talud, granaatscherven en ander schroot liggen her en der op de akkers. Een bajonet valt in je handen uiteen.

Jean Letaille laat aan de rand van een veld even buiten het dorp de meest recente vondst zien: een Engelse 18-ponder, nog helemaal gaaf. ,,Een boer belde me: 'Ik heb een granaat in mijn ploeg.' Ik zei: 'Wrik hem er maar tussenuit.' Maar dat durfde hij niet. Ik ben gaan kijken en heb dit exemplaar naar de kant gesleept.'' Er gebeuren nog steeds ongelukken mee, waarschuwt hij. Voorbeelden te over: onvoorzichtige wandelaars, boeren uit de omgeving. Onlangs nog overkwam het een collega uit een naburig dorp. ,,Hij heeft drie maanden in het ziekenhuis gelegen omdat een granaat ontplofte toen hij op het land aan het werk was. Een granaatsplinter dicht bij zijn hart hebben ze er niet uitgekregen. Het zijn de moderne landbouwmachines. Die draaien zo hard dat ze de granaten stuk slaan.''

Als boer ploegde Letaille zelf jarenlang het oude oorlogstuig op. Dat ligt nu in een schuurtje op zijn erf. Tussen allerlei wapens liggen ook veel persoonlijke uitrustingstukken in vitrinekasten. Zoals het horloge, de portefeuille en de scheerzeep van de Australische sergeant Jack White, gesneuveld in 1917 en pas in 1994 teruggevonden. Zijn dochter, tien maanden oud toen Jack naar het front vertrok, kwam hem begraven.

De duizenden soldaten die hier sneuvelden, werden in de strijd niet allemaal eervol begraven. Velen bleven liggen in de modder. Daarom worden af en toe nog menselijke resten gevonden. In het voorjaar van 2004 overkwam het een Nederlandse wandelaar die de velden van Bullecourt bezocht. ,,Ik liep het dorp uit, met het kruisbeeld aan mijn linkerhand. Even verderop zag ik in het talud van een veld een schouderblad, ik herkende het meteen.'' Hij is nog steeds onder de indruk van zijn vondst en wil liever anoniem blijven, uit respect voor de dode. ,,Ik vond het erg confronterend. Je komt zomaar een knul tegen die in grote eenzaamheid gestorven moet zijn.''

mailIcon print |