*

 

Gezondheidszorg moet klantvriendelijker

door Wilfried van der Bles − 19/12/05, 00:00

Per 1 januari treedt de nieuwe zorgverzekering in werking. Daar zal het niet bij blijven. Ook de zorg zelf gaat op de schop. Is de toekomst aan buurtklinieken en gespecialiseerde ziekenhuizen?

Een chirurg en voormalig huisarts uit Utrecht probeert volgend jaar een landelijke keten van buurtklinieken van de grond te krijgen. Minister Hoogervorst voorspelde deze week in Leiden dat gespecialiseerde verpleegkundigen taken zullen overnemen van huisartsen en specialisten. En ziekenhuizen zullen zich specialiseren.

Volgens zorgspecialist Tjeu van Lierop, bedrijfsadviseur in dienst van management consultant bureau Bouman MIM Van Spaendonck in Zaltbommel, zijn het onontkoombare ontwikkelingen. De zorg moet klantvriendelijker en efficiënter. Dat heeft volgens hem gevolgen voor de interne organisatie van de ziekenhuizen (aanpakken van wachttijden), maar ook voor de externe organisatie. Dit laatste betekent: regionale taakverdeling en specialisatie.

Van Lierop: “Niet ieder ziekenhuis hoeft goed te zijn in alles. Als je kanker hebt, wil je topklinische zorg. Maar bij een heupoperatie gaat het om routine. Dat kan beter in een gespecialiseerd ziekenhuis. Regionaal zouden de ziekenhuizen de taken onderling moeten verdelen. Per regio één ziekenhuis voor topzorg en voor de rest gespecialiseerde klinieken. Het voordeel is dat elk ziekenhuis in het eigen specialisme erg goed kan worden. Zo'n taakverdeling is bovendien goed voor de specialisten. Ze verliezen hun bevoegdheid als ze jaarlijks niet een minimum aantal verrichtingen doen. In kleinere ziekenhuizen is dat nu soms een probleem. Ik denk dat we uitkomen op regio's ter grootte van halve provincies.“

Van Lierop voorspelt dat ook de huisartsenzorg drastisch zal veranderen. Natuurlijk, de huisarts van vroeger is al niet meer. Er zijn huisartsenposten gekomen, groepspraktijken en gezondheidscentra. Maar dat is volgens hem niet de kern: “Ik spreek wel eens van het zwarte gat. Het zorgveld is zo groot en ingewikkeld, dat je je afvraagt hoe de patiënt kan weten waar hij moet zijn. Historisch gezien is het de huisarts die je helpt bij het kiezen. Maar ook hij mist het overzicht. Hij heeft niet alleen te maken met puur medische problemen, maar ook nog eens met sociaal-psychologische. Het gat wordt steeds groter. Er zijn zoveel specialismen, zoveel therapieën. Ook bij de preventie van ziekten heeft de huisarts een rol. Hij moet een schaap zijn met vijf poten.“

“Ik denk dat huisartsen moeten kiezen: blijven werken in de breedte, de diepte in en kiezen voor hun vak. In dat geval schuiven ze een stukje op naar de medisch specialist. Enerzijds stoten ze taken af naar andere beroepsgroepen zoals maatschappelijk werkers, psychologen en verpleegkundigen. Anderzijds nemen ze taken over van ziekenhuizen. Zoals kleine operaties. Die kunnen in buurtklinieken worden gedaan. Ik weet het: zo gaat de persoonlijke relatie tussen arts en patiënt verloren. Maar die is -met veel artsen in deeltijd- toch al deels verloren. Dat proces gaat verder. De collegebanken zijn voor meer dan de helft bevolkt met vrouwelijke studenten. Dat leidt vermoedelijk tot nog veel meer deeltijdbanen.“

mailIcon print |