*

 

Sneeuwklokjes horen eigenlijk niet thuis

Henk van Halm − 27/01/05, 00:00

in ons land, al doen ze het nog zo goed op plaatsen waar ze vaste voet hebben gekregen. Het populaire bolgewasje komt oorspronkelijk uit zuidelijker landen in Europa. Het werd in ons land al in de Middeleeuwen als sierplant in kloostertuinen gekweekt en in de zeventiende eeuw werd het als verwilderde plant van verschillende landgoederen gemeld. In de bossen van de buitens groeit het sneeuwklokje als een echte wilde plant. Op zonnige februaridagen ontvangen de bloemen veel bezoek van insecten, die voor bestuiving zorgen. Tot nu toe zag ik alleen honingbijen, strontvliegen en tegen het eind van de bloei een enkele akkerhommelkoningin op de hangende belletjes.

In de tuin hangen de takken van de hazelaar vol geelgroene meeldraadkatjes. Als de zon door de takken schijnt, zijn in het tegenlicht ook de vrouwelijke bloemen te zien als dikke groene knoppen met op hun top een rood spinnetje, de stampers. Tussen het dorre blad op de grond komen de witgenerfde sprieten op van de vogelmelk. In de stad klinkt de orgelende zang van de merels volop. Daan Schoonhoven (Goois VogelNet) hoorde al op nieuwjaarsdag een merel luidkeels en zuiver zingen. Robert Kohl (Utrechts VogelNet) had een druk zingende merel op 5 januari in de Amersfoortse wijk Bekenstein en Harry Haakman hoorde voor het eerst weer merels zingen in het Utrechtse Wittevrouwen op 6 januari. Op dezelfde datum hoorde Ronald Sinoo (Goois VogelNet) een volop zingende merel in de Hilversumse Meent. Dat is allemaal recordvroeg!

mailIcon print |