Het 'gedoe' rond een canon van de vaderlandse geschiedenis getuigt van veel onverstandig opportunisme, zeker van politici. Maar wil je toch een canon voor de scholen: die is er! Al meer dan vijftig jaar, evenwichtig en betrouwbaar.
Eind oktober presenteerden Piet de Rooy en Jan Bank in NRC-Handelsblad een nieuwe canon: wat iedereen móet weten van de Nederlandse geschiedenis. Hun samenvatting van twintig eeuwen Nederlandse geschiedenis geeft vooral aanleiding tot vragen.
Het is een karikatuur van onze geschiedenis geworden en geeft voeding aan de opvatting van sceptici als Anton Zijderveld en Cil Wigmans, die afgelopen donderdag in Trouw hun afkeer van een door de staat of de Onderwijsraad opgelegde canon niet onder stoelen of banken staken. Columnist J.A.A.van Doorn deed er zaterdag j.l. nog een schepje bovenop toen hij zei dat al dat 'gedoe' rond zo'n canon en de neiging tot staatspatriottisme daarachter hem niet bevalt.
Terecht. Al dat 'gedoe' getuigt van veel onverstandig opportunisme, zeker als de politiek zich begint te roeren. In oktober 2003 vond dezelfde minister Van der Hoeven die nu het belang van de geschiedenis 'als richtsnoer van onze cultuur' onderstreept, het nog een goed idee om geschiedenis af te schaffen als verplicht vak in de bovenbouw van havo en vwo.
Maar ondanks alle gedoe is het wel goed dat er weer serieus over een canon wordt nagedacht. Dat de staat daarbij op afstand moet blijven is helder. In een democratie behoort er van regeringswege niet te worden gedicteerd wat er in de schoolboeken staat.
Het gaat bij een canon niet om een keuze tussen Cruijff of Thorbecke, of tussen Willem van Oranje en Pim Fortuyn. Het gaat erom dat je vaststelt welke grote lijnen er in die geschiedenis zichtbaar zijn en wat de relatie is tussen dat verleden en het heden. En dat leidt tot andersoortige vragen en problemen: Moet een canon vooral gewijd zijn aan staatkundige geschiedenis? Leidt dit dan niet onvermijdelijk tot een ouderwetse 'grote mannengeschiedenis'? Is het eigenlijk wel verantwoord om een canon van de vaderlandse geschiedenis te schrijven voor een land dat altijd zo internationaal georiënteerd is geweest? Zo blijft de Tweede Wereldoorlog beginnen in mei 1940 en is de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië vooral een Nederlands probleem.
Een briefschrijver in NRC Handelsblad suggereerde om 'een prachtig verhaal te laten samenstellen door de beste schrijvers die we rijk zijn'. De man dacht daarbij niet aan Arnon Grunberg, Harry Mulisch of Cees Nooteboom, en zelfs niet aan populaire historici als Maarten van Rossem. Nee, het werd de historici nog maar eens ingewreven: jullie ontberen het vertellende vermogen van schrijvers als Geert Mak en Nelleke Noordervliet, of, voor kinderen, Imme Dros.
Wellicht is het resultaat van de roep om een nieuw 'ouderwets rijtje' historische figuren en de mislukte verkiezing van de Grootste Nederlander aller Tijden wel dat we als historici weer eens gaan nadenken over datgene waarvan wij vinden dat het brede publiek kennis moet nemen om de eigen tijd te kunnen begrijpen en duiden. Het brede publiek ziet geschiedenis hoofdzakelijk als een vorm van amusement. Populaire geschiedenisromans worden of gelezen als 'een feest van herkenning' of juist als 'een confrontatie met het onbekende'. Hoe boeiend allemaal ook, de xenofobe jeugd uit Uden en Dokkum, de homofobe Marokkaanse jongeren of de in niqaabs gehulde vriendinnen van Mohammed B. bereik je er niet mee.
Geschiedenis houdt niet op bij de landsgrenzen. Maar wil je toch een canon van de vaderlandse geschiedenis voor de scholen: die is er. Al meer dan vijftig jaar, evenwichtig en betrouwbaar. In 'Erflaters der beschaving' (1938-1940; herziene druk 1971) beschrijven Jan en Annie Romein-Verschoor 36 figuren die van grote invloed zijn geweest op de vaderlandse geschiedenis. Ze staan niet op zich, maar representeren bepaalde gebeurtenissen, ideeën, waarden en gedachten die de Nederlandse geschiedenis gekleurd hebben. Er is door het (socialistische) echtpaar Romein dan ook geen krampachtige keuze gemaakt waarbij de ene zuil of voorkeur de andere wegdrukte. Dus lees je zowel over J.P. Coen als over Multatuli en zowel van Kuyper als van Domela Nieuwenhuis. En zo hoort het.
Met een paar wijzigingen kan de canon van de erflaters gemoderniseerd worden, want de basis staat nog altijd als een huis. En is dat ook niet een historische les? Gooi nooit je oude schoenen weg voordat je nieuwe hebt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.