Dat de duizendste aflevering van Kunststof, vanavond, een gewone uitzending wordt, pleit voor het radioprogramma. En karakteriseert het. Opsmuk verdraagt het niet. Oppervlakkigheid evenmin. Spontaniteit wel. Soms brutaliteit, soms gezellig kameraadschappelijk, als het moet met het mes op de keel. Snelle maar ook intieme radio, waar de tijd voor wordt genomen, vaak met hoorbaar plezier. Je zou erbij willen gaan zitten -zo'n programma is het.
Elke dag praat één van de drie presentatoren -Jellie Brouwer, Petra Possel en Frénk van der Linden- met een gast uit de wereld van cultuur en media. Dat doen ze goed: in 2003 won het programma de Zilveren Reiss-microfoon (de Nipkow-schijf voor de radio), in 2004 de Marconi Award voor het beste radioprogramma. Het NPS-programma begint dagelijks op het zwaar bevochten tijdstip van zeven uur 's avonds, direct na het Radio 1-journaal. Een lastige overgang. Wat de bijlagen zijn voor de krant, is Kunststof voor Radio 1. ,,Kunststof moet een logisch vervolg zijn'', zegt Petra Possel (41). De luisteraar is ondergedompeld in het snelle nieuws van de dag.
,,Om binnen de zender te passen en goed aan te sluiten op de programmering, moeten we actueel zijn. Anders kunnen we wel verhuizen naar 747 AM.'' De reden van de komst van een gast naar de studio ligt in de actualiteit. Daarom is vanavond Golden Earring-zanger Barry Hay te gast: zijn formatie bestaat veertig jaar en heeft een nieuwe cd uitgebracht. ,,Het is belangrijk om te blijven luisteren, net zoals het belangrijk was naar het Radio 1-journaal te luisteren -dat gevoel moet de luisteraar krijgen.'' Doet zich tijdens de uitzending belangrijk nieuws voor, dan wordt dat direct gebracht -ook als dat nieuws een doelpunt in een voetbalwedstrijd is.
Het programma -dat prikkelend en spitsvondig wordt aangekondigd door acteur Joost Prinsen- begint met een fragment van de dag. Of de gast wordt gevraagd wat hem die dag opviel in de kranten. Possel: ,,In dat eerste kwartiertje spreken we de gast niet direct aan op de reden van zijn komst. Over dat boek of die theatervoorstelling praten we even later wel. Het programma moet eerst worden neergezet. Het wordt gezellig, comfortabel. De gast komt los, gaat zich op z'n gemak voelen. Dat is eerste kwartier is essentieel. Het valt voor zo'n gast ook niet mee, een uur lang praten op live radio. Het gesprek moet ontstaan.''
Het Kunststof-succes is niet louter te danken aan de presentatoren. De redactie -bijna allemaal vrouwen, onder leiding van oud-Parool-journalist Frans Kotterer- duikt diep in het leven en werk van de gast. Possel: ,,Elk gesprek wordt zeer gedegen voorbereid. En dat gaat veel verder dan een blik in de knipselmap. Wat is het universum van de gast? De redactie belt om een gast heen. Met familieleden, vrienden, mensen van vroeger, schoolvrienden, collega's. We proberen een beeld te krijgen van wie hij of zij is. Als we een schrijver spreken naar aanleiding van zijn nieuwste boek, dan lézen we dat boek. We gaan naar toneelvoorstellingen en concerten. Heel consequent. Deden we dat niet, dan zouden we nooit goede gesprekken kunnen voeren. Je moet je gasten laten zien dat ze interessant zijn. Dat lukt zonder die voorbereiding niet.''
Het kan ook een nadeel zijn, die goede voorbereiding. Het komt regelmatig voor dat gasten met gebeurtenissen uit hun leven worden geconfronteerd die ze zich zelf niet eens kunnen herinneren.
,,Soms pakt het inderdaad verkeerd uit. Uit alle informatie die we verzamelen, probeer ik één thema te halen om het gesprek aan op te hangen. Dat wordt de kop boven het verhaal dat we gaan maken. Daar zit een risico in: je raakt zo gefixeerd op dat ene thema dat je amper nog oog hebt voor wellicht minstens zo interessant andere aspecten van het leven van je gast. Of een gast is heel anders dan je je had voorgesteld. Zo bleek Tom Egbers tot mijn verbazing een grenzeloos amicale man te zijn. Dan heb je ineens een heel ander gesprek.''
'Het bijzondere aan Kunststof is dat het zo onbijzonder is', schreef de jury van de Zilveren Reiss-microfoon in 2003. Moeilijk is het niet om gasten te vinden. Dat blijkt ook uit de grote variëteit aan geïnterviewden. Schrijvers, journalisten, theatermakers, producenten, omroepbobo's, musici, choreografen -allemaal lieten ze zich in de Amsterdamse Studio Desmet interviewen. En veelal melden ze zich zelf bij de redactie. ,,We proberen vaak debutanten in de uitzending te hebben. We zoeken naar een goede mix tussen bekenden en onbekenden. Máxima, die zou ik graag nog eens aan tafel hebben. Om over Argentijnse muziek te praten, en over heimwee. Niet over haar prinsessenleven. Lijkt me geweldig.''
Vast afsluitend onderdeel van het programma is 'de tegel'. Elke gast schrijft zijn levensmotto of andersoortige wijsheid op een witte tegel: 'Iedereen heeft ongelijk'. 'Nooit opgeven'. 'Wie gaat eten bij de buren, hoeft niet te gaan gluren'. Possel: ,,Tussen mij en de tegel komt het niet meer goed. Het levert nooit wat op. En je kunt er ook niets mee. Stel een gast schrijft iets bijzonder verrassends op. Tijd om er over door te praten hebben we dan niet. Hoe groot mijn verzet ook tegen de tegel, de redactie is er dol op. De tegel is inmiddels zo ingeburgerd dat we 'm nu niet meer wegkrijgen.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.