*

 

Het gelijk van een huilbaby

Rob Schouten − 02/03/05, 00:00

Mijn vader vertelde mij eens dat de grootste verandering die hij in z'n leven had meegemaakt het moment was waarop hij z'n eerste kind kreeg. Dus niet toen hij van Nederlands Hervormd Zevendedagsadventist werd, of toen hij met mijn moeder trouwde, maar toen ik hem kwam verrassen. Vreemde gedachte, dat je met al je vanzelfsprekendheid voor iemand anders de grote verandering belichaamt.

Hij heeft het geweten want ik was, volgens getuigen, een echte huilbaby. Al werd ik dan na de oorlog en midden in het welvaartstijdperk geboren, het leven beviel mij zo te horen niks, of het nou het zijne was of het mijne. Mijn ouders woonden in die dagen in bij een ouwe, pinnige juffrouw die niet tegen mijn geblèr kon, zodat zij er zelf nog veel zenuwachtiger van werden en ik natuurlijk ook weer harder begon te huilen van hun spanning, wat zoveel jaar later volgens mijn moeder ook nog eens een rampzalige puberteit opleverde. Huilbaby's huilen vaak door de ouders, lees ik in de krant, maar het blijft een beetje een kwestie van kip en ei. Ouders van huilbaby's zijn misschien wel gestrest maar hoe komt dat? Allicht ook door de grote verandering in hun leven: het kind. Dus huilen baby's tenslotte toch ook weer om hun eigen aanwezigheid. Het onderzoek naar de huilbaby's kwam wat ongenuanceerd over. Van de 88 exemplaren bleken er slechts twee een voedselallergie te hebben (wat ten onrechte vaak als oorzaak wordt opgevoerd), voor de rest kon men alleen stressfactoren bij de geboorte of in de omgeving aangeven. Maar wat ik wil weten is of bijvoorbeeld meisjes meer huilen dan jongens, of eerste kinderen het moeilijker hebben dan volgende, of kinderen de boel sneller bij elkaar krijsen als ze bij arme sloebers geboren worden dan wanneer men ze op rustgevende landgoederen baart. Onlangs zat ik in het vliegtuig een paar rijen van een huilbaby vandaan. Je voelde hoe de ouders zaten te stressen, het kind wanhopig susten, tegen de borst drukten, gadegeslagen door tientallen geĆ«rgerde medepassagiers. Het ging natuurlijk niet, hoog bleef de prille mens boven de vliegtuigmotoren uit gieren: ik wil niet, ik vind het niks! En alle reizigers kregen het weer eens te horen: het leven is verschrikkelijk! Jullie haten me allemaal en mijn ouders zijn zenuwpezen. Eerlijk gezegd kon ik de krijsende boreling geen ongelijk geven.

mailIcon print |