*

 

We filmen alleen de witte hulpverleners

door Han Koch − 02/03/05, 00:00

Nooit eerder sprak een ramp zo tot de verbeelding. Nederland doneerde een recordbedrag op Giro 555. Henk Franken van de Samenwerkende hulporganisaties vertelt hoe vooral dankzij lokale hulpverleners de wederopbouw in Azië op gang komt.

Eind januari stond er al ruim 160 miljoen euro op Giro 555. Vandaag maakt de organisatie bekend hoeveel de actie voor de zeebeving in Azië in totaal heeft opgeleverd. De grens van 200 miljoen zal niet worden overschreden. Maar dat het om een bijna niet te evenaren recordbedrag gaat, staat vast.

Juist daarom volgt het publiek nauwlettend hoe en waaraan de samenwerkende hulporganisaties het geld van giro 555 uitgeven. Henk Franken, directeur van Unicef en voorzitter van de Samenwerkende hulporganisaties, vindt dat de donateurs recht hebben op verantwoording. Hij kent hun belangrijkste vraag: wordt het geld wel professioneel besteed?

Van al het geld dat wereldwijd is toegezegd voor hulp aan de tsunami-slachtoffers, is het merendeel afkomstig van particulieren. Henk Franken bevestigt dat het op dit moment vooral hún geld is dat in Azië wordt besteed. Ook landen hebben geld toegezegd. Toch is Franken niet bang dat die landen achterover gaan leunen, omdat de particuliere donateurs toch al hebben betaald. Dat gebeurde wel na de aardbeving in Bam of de orkaan Mitch.

,,Het aandeel van het particuliere geld is bij deze actie groter dan ooit. En dat geld van particulieren is ook veel sneller beschikbaar. Bij overheden moet je eerst in tweevoud verzoeken indienen, dan zes weken wachten en dan komt er eens een keer wat. Particuliere geld wordt dus sneller uitgegeven, dat klopt. Het is inderdaad ook zo dat veel landen -bilaterale hulp- toezeggen, maar niet altijd uitbetalen. De ervaring leert dat een bepaald percentage van dat geld nooit binnenkomt. Nederland is wat dat betreft keurig; wat het toezegt, betaalt het ook.''

,,Het zou best zo kunnen zijn dat dit keer -als de aandacht voor de ramp blijft bestaan- de bilaterale en multilaterale donoren de knip wél open moeten trekken. Onder druk van alle media-aandacht aandacht zullen die donoren hun beloften dit keer misschien beter nakomen dan bij vorige acties. Na de actie voor de aardbeving van Bam in Iran was de aandacht meteen weer weg. Daar zijn veel landen hun beloften dan ook niet nagekomen. ''

Henk Franken, van huis uit socioloog, kent de wereld van de internationale hulpverlening. Hij werkte jaren bij Foster Parents Plan, en werd daarna directeur van Unicef Nederland. Na de zeebeving trad hij op als voorzitter van de Samenwerkende hulporganisaties, die via Giro 555 een recordbedrag inzamelden.

De hulporganisaties zijn sindsdien benaderd door heel wat organisaties die in Azië aan de slag willen, het liefst met geld van 555. Organisaties wilden vertrekken met schepen vol prefab-woningen naar Banda Atjeh, particulieren stortten zich op de aankoop van vissersboten en de Nederlandse stichting Motherhood stuurde een konvooi vrachtwagens met hulpgoederen naar India.

Niet elke aanvraag is toegewezen. ,,Normaal gesproken kunnen de organisaties die samen de SHO vormen, het ingezamelde geld ook uitgeven. Dat was dit keer anders: er was meer geld ingezameld dan wij konden besteden. Sommige organisaties zoals Artsen zonder Grenzen, maar later ook Unicef en Rode Kruis hebben het signaal afgegeven dat ze geen extra donaties meer hoefden. Ze zouden anders vijf jaar bezig zijn om het geld weg te zetten.''

Daarom, en omdat er sprake was van zoiets als een brede volksbeweging, nodigde Giro 555 'gastdeelnemers' uit. Tien procent van het ingezamelde geld is naar kleinere hulporganisaties gegaan. ,,Ze moesten wel voldoen aan een aantal criteria. Ze moeten onder andere een professioneel plan hebben voor de hulp die ze in Azië willen geven, en in staat zijn om ter plekke het werk uit te voeren. En, heel belangrijk, de gastdeelnemers moeten beschikken over het CBF-keurmerk, oftewel ze moeten kunnen laten zien dat ze hun boekhouding op orde hebben. Zo bleven er negen andere organisaties over, waaronder Plan Nederland, WorldVision, Care. Dat zijn dan wel weer de grote, want negentig procent voldoet niet aan alle voorwaarden.''

Uiteindelijk hebben toch ook kleine hulporganisaties hulp kunnen verlenen in Azië met het geld van Giro 555. Het aantal aanvragen was zo overweldigend dat de SHO volgens Franken een tussencategorie moest scheppen. De projecten in die categorie zouden niet worden uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de SHO, maar onder die van de afzonderlijke organisaties die de SHO vormen. Zo ontfermde Mensen in Nood, onderdeel van het katholieke Cordaid, zich over de stichting Motherhood.

Juist die kleine organisaties kregen veel publiciteit. Ze bepaalden daardoor mede het beeld in de media. Neem bijvoorbeeld de actie van Motherhood. De stichting trok met vrachtwagens naar India, deed er een maand over om met noodhulpgoederen, waaronder tenten, olijfolie en pleisters, de slachtoffers te bereiken en trok zeer veel media-aandacht.

mailIcon print |