*

 

Ten strijde tegen een onheldere vijand

door Martijn Roessingh − 02/03/05, 00:00

Het kabinet wil 150 Nederlandse commando's naar Afghanistan sturen, die er de Amerikaanse special forces moeten gaan helpen bij de strijd tegen Al-Kaida. Maar gezien de complexe situatie in het land kan het nog jaren duren voor het laatste verzet is opgerold. Een schets van de situatie. Met op de volgende pagina een analyse over de motieven van het kabinet om het parlement niet om goedkeuring te vragen.

Het is bijna lente en het nieuwe offensief van het Afghaanse verzet kan dus weer beginnen. De strenge winter in het land heeft zijn activiteiten de afgelopen maanden ernstig beperkt tot een enkele aanslag en aanval in de zuidoostelijke provincies, aan de grens met Pakistan.

Dat verzet wordt meestal aangeduid als de Taliban, in combinatie met de radicaal-islamitische Al-Kaida-strijders. Maar zo sterk als ze ooit waren, zijn die twee niet meer. Hun hoogste leiderschap is op de vlucht of al gedood, hun strijdgroepen gefragmenteerd. Bij de presidentsverkiezingen van afgelopen oktober bleken ze niet in staat tot grootse aanvallen, hoewel ze dat wel hadden aangekondigd.

Een deel van de Taliban lijkt bovendien de overstap te gaan maken naar de Afghaanse regering van president Hamid Karzai. In ruil voor posten in de regering en de ministeries, zouden deze Taliban-commandanten bereid zijn hun verzet op te geven in het belang van 'nationale eenheid, begrip en vrede' -zoals een van hen, de voormalige ambassadeur van de Taliban bij de VN, het vorige week uitdrukte. Bovendien, en minstens zo belangrijk, hebben de Amerikanen na zo'n overstap amnestie toegezegd.

Sluipenderwijs vergroot de regering-Karzai in Kaboel zo de reikwijdte van haar gezag. Het Afghaanse leger heeft inmiddels ruim 20000 manschappen en tergend langzaam beginnen zelfs overheidsorganen te functioneren. De ruim 8000 man van de Navo-geleide ISAF-macht -de International Security Assistance Force die (met onder anderen Nederlandse militairen) tot nu toe vooral in en rond Kaboel en in de noordelijke provincies voor stabiliteit zorgde en de regering-Karzai beschermt- spreidt zijn vleugels uit naar de westelijke provincies. De machtigste krijgsheer in die regio, Ismael Khan van Herat, heeft inmiddels een post in de regering-Karzai geaccepteerd, een worst die ook de noordelijke krijgsheer Abdul Rashid Dostum is voorgehouden. In ruil doet Karzai niet al te moeilijk over de grove mensenrechtenschendingen van deze krijgsheren in het verleden. Zo hebben de milities van Dostum de dood op hun geweten van honderden Taliban-strijders in 2001, die ze na gevangenname letterlijk lieten stikken in containers.

Maar een succesverhaal is het allemaal nog lang niet. Het meest duidelijk blijkt uit de parlementsverkiezingen, die in eerste instantie vorig jaar zomer zouden plaatsvinden, vervolgens in oktober niet doorgingen, toen voor mei dit jaar op de agenda stonden en nu opnieuw lijken te worden uitgesteld. Grootste probleem is de voortdurende onveiligheid, maar ook woekert de onenigheid over het kiesstelsel voort. Kort gezegd is men in Kaboel bang dat te veel lokale potentaten verkozen gaan worden en nationale partijen in de knop worden gebroken. Daarnaast ruziet men over de grenzen van de kiesdistricten.

Twee weken geleden publiceerden de VN bovendien een rapport dat schokkend hard nog eens vaststelde hoe arm en onderontwikkeld Afghanistan eigenlijk is. Twintig jaar burgeroorlog en enkele jaren Talibanbewind hebben het onderwijs, de gezondheidszorg en de economie volledig aan gort geholpen. De levensverwachting is net 44 jaar, een op de vijf kinderen sterft voor zijn vijfde jaar en ieder halfuur sterft een Afghaanse vrouw aan de gevolgen van zwangerschap. Slechts een kwart van de mensen kan lezen en schrijven. Alleen Burundi, Mali, Burkina Faso, Niger en Sierra Leone zijn slechter af, concludeerden de VN.

Het gevaar is dat door de armoede en de onvrede daarover het prille, kwetsbare staatsapparaat alsnog instort en het land opnieuw in totale anarchie vervalt. Dat gevaar wordt nog vergroot door de enorme opiumproductie -goed voor een derde tot de helft van het totale bruto nationaal product. De enorme hoeveelheid geld die de productie van en handel in opium oplevert, zorgt er voor dat krijgsheren in de Afghaanse regio's grote inkomsten hebben en dat graag zo willen houden. Niet voor niets kondigde Karzai eind vorig jaar een 'djihad tegen de papavers' aan. Zolang de drugsgelden stromen, kan Kaboel niet winnen.

De strijd die vooral in het zuidoosten van Afghanistan onder vlag van de Amerikaanse operatie Enduring Freedom wordt gevoerd, vindt in die context plaats. Ruim drie jaar na de inval slagen de huidige 18000 Amerikaanse militairen er nog steeds niet in het Afghaanse verzet definitief uit te schakelen. De Nederlandse commando's moeten nu onder leiding van de Amerikanen mee helpen zoeken naar verzetsgroepen die eerder een complexe mengeling zijn van Taliban, lokale clans en krijgsheren, buitenlandse islamitische strijders en drugshandelaren, dan een heldere vijand. En dat laatste zou al lastig genoeg zijn geweest.

mailIcon print |