Het spreekt vanzelf dat elk argument in de ethiek een tegenargument heeft, maar tenslotte is het soms nodig wit wit en zwart zwart te noemen, zoals Johannes Paulus II deed.
In Trouw van 30 maart pleit Jan-Pierre Wils, uitgaande van de 'zaak-Schiavo', voor een ethiek van het redelijke midden. Intussen zijn zowel de paus als mevrouw Schiavo overleden. Wat kunnen wij ons achteraf van deze discussie aantrekken?
Om te beginnen heeft Wils gelijk als hij stelt dat de meeste ethische oordelen een aspect van voorlopigheid hebben. Hoe ferm je standpunt is, er is nog een ander verhaal. Zonder medische toeters en bellen zou Schiavo allang zijn overleden, haar coma was onomkeerbaar en zij zou zelf hoogstwaarschijnlijk niet als een plant in leven gehouden willen worden. Omgekeerd zou het winst zijn wanneer degenen die wilden dat Schiavo moest kunnen sterven, zich bewust waren van de keerzijden van dát standpunt.
Wat dat alles echter te maken heeft met 'de schoonheid en goedheid van het grijs', en waarom de paus geen helder, radicaal standpunt mocht innemen, is onduidelijk. Dat een standpunt voorlopig is betekent niet dat goed en kwaad niet meer bestaan! Ik kan mijn morele oordelen met alle voorbehoud omringen, maar uiteindelijk moet ik bij gelegenheid ook mogen zeggen dat ik, alles wegend, iets (heel) slecht vind of juist (erg) goed. Prima als iemand zich vooral voor de grijstinten interesseert, maar je mag niemand ontzeggen om ook in termen van zwart en wit te spreken. Dat dit veelvuldig als 'religieus simplisme' of 'revanchistisch fundamentalisme' afgedaan wordt, is een vermoeiende vorm van etikettenplakkerij die de discussie smoort in plaats van haar verder te voeren.
Goed en kwaad staan in een merkwaardige paradox naast elkaar. Dat is heel wat anders dan dat ze onherkenbaar vermengd zouden zijn of dat bepaalde culturen op voorhand gevrijwaard zouden zijn van het dodelijk zwart. In alle tijden en culturen, ook de onze, ligt het gevaar van de demonie op de loer; nu eens openlijk, dan weer versluierd. Iemand heeft het volste recht om op dat gevaar te wijzen, hoe onaangenaam dit soms ook mag overkomen.
Aristoteles' voorbehoud dat morele oordelen nooit helemaal zeker zijn, is dus geen reden om goed en kwaad zoals jij ze ziet niet langer te benoemen. Laat het bij morele discussies dus maar knetteren, als er maar wordt geargumenteerd en niet op de persoon wordt gespeeld.
Niettemin is Wils' benauwdheid na te voelen: het leek Johannes Paulus II zozeer te gaan om de zuiverheid dat een open moreel beraad bij hem nauwelijks de kans kreeg. Hoewel het Vaticaan wel degelijk redeneert op basis van argumenten en zich niet lukraak aan de traditie vasthoudt, zijn die argumenten dikwijls slecht doorgekomen. De indruk is gewekt dat het Vaticaan, hoe thomistisch en dus aristotelisch men er ook denkt, niets ophad met het voorbehoud van Aristoteles. Niet overtuigingskracht maar machtsposities leken het pleit in morele discussies te beslechten. Voor velen die zichzelf als verlicht beschouwen, was dit een reden om uitspraken van de paus al op voorhand als verdacht of onaanvaardbaar te bestempelen. Het wachten is niet op een nieuwe paus die de verschillen dichtsmeert, want zwart blijft soms zwart en wit wit. Te hopen is wel dat er in de toekomst meer ruimte zal zijn voor echte inhoudelijke discussie.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.