Onder een dekzeil op landgoed Oud-Poelgeest in Oegstgeest ligt een restant van het bewind van een oud-wethouder van cultuur uit buurgemeente Leiden, in de vorm van 140 blauwe glasplaten. Het wachten is op het moment dat alle vergunningen rond zijn en de Bredase kunstenaar Piet Hein Stulemeijer ze opnieuw tot een beeld kan vormen.
We mogen van geluk spreken dat Stulemeijer deze gelegenheid nog krijgt. De toenmalige wethouder van cultuur had het gedemonteerde kunstwerk liever meteen met de kraak meegegeven. Maar sloop van kunst was de gemeenteraad van Leiden iets te gortig. Op het nippertje besloot hij het beeld in de aanbieding te doen. Het krijgt nu een herkansing in Oegstgeest.
Stulemeijer keek er wel van op, eufemistisch gesproken, toen hij de afgelopen week in de krant las dat de oud-wethouder van D66 het heeft geschopt tot minister van bestuurlijke vernieuwing en koninkrijksrelaties. ,,Dat zal toch niet de Pechtold zijn met wie ik te maken had, dacht ik eerst. Ik geloofde het pas toen ik las dat zijn voornaam Alexander was. D66 lijkt me te klein om twee leden te hebben die Alexander Pechtold heten. Eén lijkt me ook meer dan genoeg.''
De spiegelende glazen platen vormden tot de zomer van 2001 het Vredesmonument op de Garenmarkt in Leiden. Het beeld zag eruit als een scheefstaande kubus, met manshoge openingen in twee zijden. Vorm, materiaal en locatie waren een onlosmakelijk geheel en symboliseerden een zienswijze op vrede. De scheve stand gaf de wankele positie van vrede weer, het glas de kwetsbaarheid, en de locatie met het zicht op de Leidse synagoge hield de herinnering aan de schande van de jodenvervolging in stand.
De toeschouwer die het beeld betrad door een van de openingen, zag zichzelf tientallen malen terug in de blauwe spiegels. Met dat zelfconfronterende effect drukte Stulemeijer zijn idee uit dat vrede begint bij de mensen zelf.
Vandalen zagen dat anders. Het monument was keer op keer hun doelwit, of dat van dronken cafébezoekers die zo'n spiegelend pissoir wel geinig vonden. Dat bracht Pechtold tot de conclusie dat het beeld onvoldoende 'draagvlak' onder de bevolking had. Hij zag het als een grote kostenpost die andere uitgaven wegdrukte. Slopen, was zijn voorstel. In het alternatief van verplaatsing zag hij niks. Op een rotonde, onbereikbaar voor vandalen, vormde het met al die spiegels een gevaar voor het verkeer, en een plek in een vijver vergde te hoge aanpassingskosten.
College-wethouder Jan Laurier (GroenLinks) verzette zich eveneens tegen verplaatsing, zij het om heel andere reden. Hij was het enige raadslid dat het monument wilde laten staan waar het stond. Zowel verplaatsing als sloop beschouwde hij als een capitulatie voor vandalisme. ,,Kwetsbaarheid hoort wel bij een vredesmonument'', zegt hij. ,,De beeldhouwer had bewust gekozen voor een beeld waar je in kon, van glas, op deze plek. Dat moet je niet verplaatsen naar het midden van een vijver, als het ware omringd door een slotgracht. Dan is het geen vredesmonument meer.''
Terugkijkend vindt Laurier de affaire een 'gênant' verhaal. ,,Dat je als wethouder van cultuur je zinnen zet op sloop van een beeld... Normaal zag ik niet zoveel in een eenzame tegenstem in de raad. Maar dit zat me hoog. Hier sluit je geen compromissen over. Anders buig je voor de macht van de straat.''
De uitkomst van het debat was dat Pechtold onder druk van vooral het CDA terugkwam van onmiddellijke sloop. Hij toonde zich bereid enkele maanden te wachten of Stulemeijer zijn beeld terug wilde hebben. Ook mocht een andere gemeente zich bij hem melden.
Op initiatief van oud-wethouder van Oegstgeest Kohlbeck (PvdA), bestuurslid van het landgoed, haalde Oud-Poelgeest het op. Daar ligt het al weer enkele jaren onder zeil. Eerst stuitte heroprichting op verzet van een lid van de plaatselijke monumentencommissie.
Willem Dool, directeur van het landgoed, meldt dat de gemeente onlangs de laatste bezwaren heeft afgewezen. Het wachten is nu op een bouwvergunning.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.