*

 

De voetbalsport heeft het drama van Heizel moeiteloos overleefd

door Peter Sierksma − 05/04/05, 00:00

Voor het eerst sinds het Brusselse Heizeldrama, waarbij 39 doden vielen, staan vanavond de voetbalclubs Liverpool en Juventus weer tegenover elkaar, in de kwartfinale van de Champions League. Fans herdenken de ramp, die het voetbal geen fractie minder populair heeft gemaakt.

Op 7 mei 1985, drie weken voor de finale LiverpoolJuventus in Brussel gespeeld zou worden, sprak Willem Frederik Hermans profetische woorden over voetbal en oorlog.

Anders dan Rinus Michels, die zijn roemruchte metafoor 'voetbal is oorlog' puur en alleen op het spel wilde betrekken, kwam Hermans tot een drastischer uitleg. Tijdens een symposium in de Nieuwe Kerk te Amsterdam naar aanleiding van de veertigste verjaardag van het einde van de Tweede Wereldoorlog, legde de schrijver een verrassend maar ook schokkend verband tussen oorlogsliteratuur en voetbal. ,,Beide wereldoorlogen'', sprak hij, ,,zouden de laatste zijn en vervangen worden door voetbalwedstrijden. De surrogaat-oorlog van het voetbalidealisme gaat meer en meer op een echte oorlog lijken. Het wordt tijd voor een voetbaloorlogsroman. Dat zal dan geen verzetsroman worden, want niemand verzet zich tegen voetbal.''

Ik herinner me nog dat er wat besmuikt gelachen werd . Daar had je Hermans weer. Wat was het raak wat hij zei. Maar hoe absurd ook om voetbal zoveel betekenis toe te kennen.

Hoe raak het was bleek dezelfde maand nog. Eerst vielen er aan het begin van de maand 52 doden en 60 zwaargewonden bij een brand in het stadion van Bradford, en 10 doden en 50 gewonden in Mexico tijdens de finale van het nationale kampioenschap.

Toch leek er die 29ste mei in Brussel geen vuiltje aan de lucht. Het was prachtig lenteweer en 'Langs de lijn'-presentator Felix Meurders verheugde zich op weg naar de studio in Hilversum op een mooi voetbalavondje .

Maar meteen toen hij aankwam, hoorde hij wat er in het Brusselse Heizelstadion aan de hand was. Meurders: ,,Het was echt afschuwelijk. De regisseur bracht me op de hoogte van de gebeurtenissen. Je krijgt dan meteen een brok in je keel. Maar tegelijkertijd moet er ook een uitzending komen en vraag je je af: hoe gaan we dit doen?''

,,We hebben toen in overleg met de verslaggevers in het stadion, Bert Nederlof en Leo Driessen, besloten om de gebeurtenissen zo sober en ingetogen mogelijk te verslaan. Bert bleef op zijn commentaarpost zitten en heeft de ruststand, het ene doelpunt van Platini (een strafschop) en de einduitslag gemeld. Leo is gaan rondlopen. Ik weet nog hoe hij verslag deed dat de mensen bleven liggen -niet wetend of ze dood waren of nog ademhaalden.''

Ook Trouw-verslaggever Matty Verkamman was ooggetuige van de ramp. Ook hij had zich verheugd op een heerlijke finale, maar eenmaal in het stadion had hij een angstig voorgevoel: ,, Waarom weet ik niet, maar op de een of andere manier voelde ik dat er iets in de lucht hing. Ik weet nog dat ik een beetje over koetjes en kalfjes stond te praten met twee collega's en dat ik in mijn ooghoek steeds maar groepjes supporters heen en weer zag rennen en hoe op een gegeven moment de Liverpool-supporters met flessen en stokken gooiden en de Juventus-aanhangers te lijf gingen. 'Dit gaat niet goed', zei ik. Ik ben toen de tribune opgegaan en zag even later hoe die Italianen klem kwamen te zitten tussen hun belagers en die stenen muur. Ik zie ze nog liggen, drie rijen dik. Het is verschrikkelijk om mensen zo doodgedrukt te zien worden. Ik dacht: dit is de inleiding van het einde van het voetbal. Dit kan zo'n sport nooit verdragen.''

Einde of niet, de inleiding tot het einde van het voetbal leidde tot een situatie van grote vervreemding. Behalve kritiek op de Belgische politie, de Uefa en de onveilige staat van het Heizelstadion, was er de vraag of de wedstrijd na het drama nog wel gespeeld had mogen worden. En toen hij (om erger te voorkomen) toch doorging, of de televisie en radio nog wel hadden moeten uitzenden. Henk Huurdeman van de Volkskrant keek en kroop in de huid van de kijker. ,,En wat deden wij? Draaiden we de knop om? Waren we, kortom, consequent? '' Nee dus, want uiteindelijk bleef iedereen kijken en maakten veel voetballiefhebbers zich met Ian Rush uiteindelijk ook nog druk om de 'gestolen strafschop' van Juventus. Huurdeman: ,,Het Italiaanse vreugdevertoon na afloop van de wedstrijd is gênant. Maar hoeveel doden heeft de kijker nodig om van zijn verslaving af te komen?''

De hoofdredactie van Trouw vroeg zich in het commentaar hetzelfde af, maar ging ook in op de toekomst: ,,Zijn 38 doden nu nog wel aanvaardbaar, en straks misschien 60 ook, of 100? (...) Het tijdstip nadert snel waarop de samenleving niet meer bereid zal zijn de extra kosten voor het vermaak van steeds minder voetballiefhebbers voor haar rekening te nemen. En terecht naar ons idee. Na Brussel lijkt ons alle reden orde op zaken te gaan stellen. Zowel nationaal als internationaal. Voorop staat wat ons betreft het terugdringen van de sociale kosten en niet het belang van de voetbalsport.''

Het is, tussen alle herdenkingsbijeenkomsten en artikelen in met name de Engelse en Italiaanse kranten door, vreemd dat commentaar terug te lezen. Want hoe vol de maat ook was, het belang van de voetbalsport heeft ruim gezegevierd. Twintig jaar na het Heizeldrama is de belangstelling voor voetbal groter dan ooit. In Engeland is het supportersgeweld de laatste paar jaar ingeperkt door een goed lik-op-stukbeleid en door inspanningen van de clubs, die in de stadions de hekken zoveel mogelijk hebben weggehaald en de eigen supporters zo goed mogelijk met stewards begeleiden.

Maar of de mentaliteit van de supporters ook wezenlijk veranderd is? Je hoeft maar naar de spreekkoren in de Nederlandse stadions en het gedrag van Britse en Duitse hooligans in het buitenland te kijken om er geen antwoord op te hoeven geven.

Wat betreft Nederland zijn vooral die kosten die teruggebracht dienden te worden opmerkelijk. Onlangs nog publiceerde NRC Handelsblad een lijstje met de totale kosten van één risicowedstrijd. Voor FC Utrecht-Ajax werd door de politie maar liefst 312840 euro uitgegeven om de wedstrijd in goede banen te leiden.

De vaak grimmige sfeer in de stadions is voor Verkamman in elk geval reden om nauwelijks nog naar competitiewedstrijden te gaan. ,,Ik ga altijd naar het Nederlands elftal toe, maar verder kijk ik net zo lief naar Canal Plus. In die zin heeft Hermans wel gelijk gehad.''

Niemand verzet zich tegen voetbal. Om de slag in het Heizelstadion -inmiddels Koning Boudewijn-stadion geheten- te herdenken, hebben supporters van zowel Liverpool als Juventus besloten vrienden te worden onder het mom van Memoria e amicizia. Vandaag zijn er ontmoetingen en zelfs vriendschappelijke voetbalwedstrijdjes georganiseerd om niet te vergeten maar wel te vergeven.

Voor oud-spits Ian Rush, die na Liverpool ook voor Juventus speelde, schijnt een speciale rol weggelegd. Enigszins bizar is dat wel, omdat juist hij het was die zich na afloop zo opwond over het oneerlijke verloop van... de wedstrijd. Maar dat is vergeten, net zoals het bijna vergeten is dat Juventus-aanvoerder Scirea, die in 1990 bij een auto-ongeluk om het leven kwam, de gewonnen cup vergeleek met een urn waarin de as van de 33 slachtoffers voor eeuwig bewaard zou worden. Tijd om de bladzijde om te slaan, zegt Michel Platini in een Franse krant.

Maar niet iedereen lukt dat. Vooral in Engeland lees je tussen de regels door hoe diep veel Britten zich altijd nog schamen voor de ramp. Verslaggever Robert Philip van The Daily Telegraph schrijft hoe bij het uitchecken op het vliegveld van Brussel, een Belgische douanebeambte hem in zijn paspoort spuuwde.

Als geen ander zal hij de tekst op het monument dat aan het einde van deze maand onthuld zal worden in het Koning Boudewijn-stadion dan ook op waarde schatten. Die tekst is een gedicht van W.H.Auden en heet 'Funeral Blues'. Het is bij het grote publiek vooral bekend geworden door de film 'Four Weddings and a Funeral' en eindigt zo:

The stars are not wanted now: put out every one; / Pack up the moon and dismantle the sun; / Pour away the ocean and sweep up the wood. / For nothing now can ever come to any good.

Of in de vertaling van Jan Willem Schulte Nordholt: Sterren zijn overbodig, doof ze stuk voor stuk; / Pak de maan in, blus de zon van ons geluk; / Maai weg het woud, leg droog de oceaan. / Want niets meer komt er ooit nog goed voortaan.

mailIcon print |