*

 

We stonden er al een half uur en nog altijd niks; alleen maar voorbodes van iets

Rob Schouten − 05/04/05, 00:00

,,Televisie is maar een slap aftreksel, hier moet je bij zijn'', hoorde ik oud-renner Maarten Ducroo op televisie roepen. En omdat we afgelopen weekend nu eenmaal toch in de buurt waren dachten we: kom, we gaan eens kijken. Ergens tussen Harelbeke en Desselgem parkeerden we de auto en voegden ons bij de plaatselijke nieuwsgierigen: mannen die met de Leeuw van Vlaanderen zwaaiden, moeders die hun kinderen in toom trachtten te houden, hitsige meisjes, flandriens, overal schots en scheef in de berm geplante auto's, publiek zo ver het oog reikte.

,,Allez, ze komen'', hoorde ik iemand schreeuwen, ,,d'n elikopter komt.'' En inderdaad kwam er een wentelwiek over, maar dat was het exemplaar van de politie en ze kwamen, allez, helemaal nog niet. Wel een menigte motoren die intimiderend en claxonnerend langs suisde om de weg te bereiden voor... en dan weer een tijdje niks. Even later, een cohort autootjes vol gnuivende gasten, zwaaiend, alweer claxonnerend, en met plakkaatjes VIP of Volgers erop. Wij keken of we bekende Belgen ontwaardden; premier Verhofstadt, koningin Paola. Maar nee, het was louter lokale grootheid die hier rondgekard werd.

Wacht, even naar de overkant oversteken: daar kon je het allicht beter zien. Maar wat? Een bejaarde fietser sukkelde voorbij, in de luwte van de karavaan, fel aangemoedigd door z'n dorpsgenoten. Even verderop werd hij door een boze motoragent van het parcours afgereden. En weer trosjes motoren en volgauto's, reclamebusjes die iets onverstaanbaars uitschetterden. Een motorrijder maakte een lelijke schuiver en kwam terecht op de plek die ik juist verlaten had. Sensatiebelust dromden kijkers eropaf; hij mankeerde niets, maar staarde beteuterd naar zijn in duigen gevallen imago. ,,D'r had 'ne kind kunnen staan'', hoorde ik iemand zeggen.

Nieuwe motoren, nu allemaal met sirenes. En auto's met daarop Wedstrijd. We stonden er al een halfuur en nog altijd niks, alleen maar voorbodes van iets. Eindelijk de helikopter en ja, zeven wielrenners, nogal op hun gemak rondpedalerend; ik herkende er geeneen. Weer niks. En dan ineens zijn ze er allemaal, rustig kauwend op hapjes, bidons wegsmijtend, door het publiek als relikwieën opgepakt. Twee, drie minuten en het was voorbij. Niemand herkend. En daar stapten we weer in de auto, terug naar Amsterdam. Als we ons haastten konden we de finish nog op tv zien, van de Ronde van Vlaanderen.

mailIcon print |