'Waar blijft toch de nieuwe Toscanini, Serafin of De Sabata?', vroeg muziekrecensent Eddie Vetter zich deze week af in De Telegraaf. Zijn verzuchting kwam aan het einde van een bespreking ('Opwinding zonder ontroering') van het Requiem van Giuseppe Verdi, die eind vorige week drie keer werd uitgevoerd door het Rotterdams Philharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor onder leiding van Valery Gergjev. Vetter eindigde zijn recensie met: 'Gergjev leek de aangewezen persoon voor de mateloze uitdrukkingskracht van Verdi's Requiem, maar hij blijkt het toch niet helemaal te zijn.'
In deze krant was Sandra Kooke ook al onaangenaam verrast door het ontbreken van urgentie of wezenlijke zeggingskracht bij Gergjev. 'De schok, de vonk, de siddering, die dit Requiem moet kunnen overbrengen op de luisteraar bleef uit', schreef zij. Kooke hoorde het Requiem op vrijdag in de Rotterdamse Doelen, Vetter was bij de uitvoering tijdens de matinee in het Amsterdamse Concertgebouw een dag later, dus van een ongeïnspireerde uitglijder was geen sprake. Bij de zaterdagmatinee was ik zelf ook en de teleurstelling die beide collega's voelden, deelde ik volledig.
Arturo Toscanini, Tullio Serafin en Victor de Sabata, de drie legendarische Italiaanse dirigenten die Vetter noemt, lieten hun sporen na in de opvoeringsgeschiedenis van Verdi's dodenmis. Dirigenten die ieder op hun eigen manier wél de waarachtigheid achter Verdi's noten vonden. Dirigenten ook die de tijd en moeite namen om hun visie te delen mét, of op te leggen áán de zangers en musici met wie ze de Verdi-vonk moesten zien te vinden. Dat betekende: repeteren! In veel gevallen: heel vaak repeteren. De drie stonden bekend om hun moordende repetitieschema's, maar het resultaat was er dan ook vaak naar. Kom daar eens om bij Gergjev. Welgeteld één repetitie (meer een algemene doorloop) vindt hij meer dan genoeg. Voor de rest vertrouwt hij op de elektriciteit en de inspiratie van het moment.
Het imago van Gergjev als geniale vliegende kiep in de dirigentenwereld keert zich langzaam tegen hemzelf. Een Verdi-Requiem met alleen maar buitenkant getuigt van minachting voor de componist. Het op het laatste moment aankomen om dan alleen maar een doorloop te doen, getuigt ook van weinig respect voor je mede-musici. Verdi's dodenmis geeft zijn geheimen moeilijk prijs; ook iemand als Riccardo Chailly kwam er pas na lang zoeken achter.
Een paar dagen voor de Gergjev-uitvoering, dirigeerde zijn collega Michel Tabachnik in Groningen een fantastisch voorbereid en uitgevoerd Verdi Requiem. Hoewel je met dit soort beweringen voorzichtig moet zijn, weet ik bijna zeker dat Tabachnik ook zelf veel meer voldoening uit de uitvoeringen heeft gehaald dan Gergjev.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.