*

 

Plankenkoorts maakte Oskar Back de grondlegger van de Nederlandse vioolschool.

door Sandra Kooke − 21/05/05, 00:00

Gekleed in een ribfluwelen lichtbruine jas, met glimmende schoenen en een messcherpe vouw in zijn pantalon en om zich heen een wolk van Eau de Lubin. Zo herinnert Theo Olof zich zijn leermeester Oskar Back. Een aristocratische man, een charmeur, bezitter van een rode Buick Cabriolet, bevriend met koningin Elisabeth van België. Maar ook een man die vanwege ernstige plankenkoorts zijn toekomst als violist inruilde voor een lespraktijk.

Vanaf de jaren twintig tot zijn dood in 1963 kwamen alle talentvolle violisten van Nederland aan zijn deur in de Jacob Obrechtstraat in Amsterdam. Hij zadelde ze op met de oefeningen van de vreselijke Ottokar Sevcik, liet Hongaarse woede-aanvallen op hen neerkomen en leverde hen af als volleerd violisten. Theo Olof, Herman Krebbers, Willem Noske, Simon Kooke, Jo Juda, Christiaan Bor, Jean Louis Stuurop, Gijs Beths: ze hebben allemaal les van hem gehad.

Aan het begin van de twintigste eeuw was Back zelf nog een wonderkind. In zijn studietijd soleerde hij ooit in zijn geboorteplaats Wenen met Johannes Brahms als dirigent. Op zijn zestiende reisde hij naar Brussel om les te nemen bij de grote Eugène Ysaye. Omdat die erg vaak op reis was, kreeg hij les van een assistent en werd hij zelf al snel ook assistent.

Dat kwam goed uit, want de plankenkoorts sloeg toe zodra hij op een podium stond. Na de Eerste Wereldoorlog verhuisde hij naar Amsterdam, waar hij al snel naam maakte als leraar.

Geen toegankelijke man, maar toch beschouwde Theo Olof hem als een soort pleegvader. Olof: ,,Het was geen man om vertrouwelijk mee te praten. Hij zag ons altijd als jonkies. Maar hij stelde wel echt belang in ons. Hij was bevriend met mijn pleegmoeder en achter mijn rug om hadden zij contact en spraken ze over mij. Hij was voor mij het voorbeeld van savoir-vivre. Als er mensen over de vloer kwamen, zag ik hoe hij sprak en deed. Hij was op en top de gentleman. Hij sprak bijvoorbeeld vloeiend Frans. Hij straalde voor mij uit hoe je als volwassene moest zijn.''

Vioolspelen kon hij ook geweldig goed, al konden alleen zijn leerlingen dat weten. Olof: ,,Hij had een schitterende toon en techniek, de toon van Fritz Kreisler die hij enorm bewonderde. Samen met Ysaye was dat zijn voorbeeld. Hij kwam uit de school van Ysaye en dat betekende zeer romantisch spelen met veel vibrato. Hij was erg nauwkeurig in toonvorming en vibrato.''

Twee keer per week had de kleine Theo les. De lessen liepen vaak uit tot twee uur. Had hij niet goed gestudeerd, dan moest hij 's avonds terugkomen. Olof: ,,En dan kreeg je een Hongaarse woede-aanval over je heen en stond je te trillen op je benen. Ik keek erg tegen hem op en gaf hem altijd gelijk als ik op mijn kop kreeg.''

De les begon met de oefeningen van Sevcik. Daarna kwamen de stukken: altijd een sonate of partita van Bach -volgens Back de bijbel van de violist- en daarnaast andere sonates, concerten enzovoorts. Alles, tot en met Bach aan toe, werd romantisch gespeeld met veel hoge posities op de lage snaren. Olof: ,,Nu zou je er niet meer over piekeren dat zo te spelen. Door die positiewisselingen was je gedwongen tot heel veel glissandi. Zelfs bij Bach! Dat kan nu absoluut niet meer.''

Praten over muziek deed meneer Back niet veel. Analyse werd gegeven in de theorielessen aan het Muzieklyceum. Back speelde voor hoe hij het stuk wilde hebben.

Om de jongens aan het studeren te krijgen speelde Back Theo Olof en leeftijdsgenoot Herman Krebbers tegen elkaar uit. 'Hij speelt dat beter dan jij', 'Hoor eens hoe hij dat doet'. Olof lacht als hij eraan denkt. ,,We trapten er niet in. En ik denk dat hij het niet eens echt meende. Hij wilde ons alleen opporren.'

De vriendschap tussen Olof en Krebbers, die al zeventig jaar bestaat, dateert van hun studietijd bij Back. Olof was in een gezellig pleeggezin ondergebracht, Krebbers had het zwaarder bij verschillende strenge pleegouders. Stiekem gingen ze naar de bioscoop of een ijsje eten. Samen speelden ze ontelbare malen het Dubbelconcert van Bach. Zoals die keer dat koningin Elisabeth bij Back op de thee kwam.

Olof beschouwde Back tot zijn dood in 1963 als zijn leraar. Hij kwam al zijn programma's met hem doornemen. Zijn invloed op het Nederlandse muziekleven bleef groot, al was het maar door het naar hem genoemde vioolconcours, het Nationaal Vioolconcours Oskar Back. Na de eerste aflevering werd dat omgedoopt tot Nationaal Vioolconcours, omdat de oprichters, het echtpaar Alvares Correa, bang waren dat de naam Oskar Back Concours de indruk zou wekken dat zijn leerlingen of de leerlingen van zijn leerlingen voorgetrokken zouden worden. De naam van Back is echter zo invloedrijk, dat het in de volksmond het Oskar Back Concours is gaan heten.

En het leverde niet de geringste winnaars af, zo valt te lezen in Olofs boek: Emmy Verhey (zij deed in 1967 bij het eerste concours als enige mee en won), Vera Beths, Peter Brunt, Cécile Huynen, Jaap van Zweden, Theodora Geraets, Sonja van Beek. Bijna alle grote jongere violisten van Nederland zijn zo alsnog bij Oskar Back langs gegaan.

mailIcon print |