Laatst weer eens onderweg in Duitsland. Majestueuze autobanen, razende Audi's en helder aangeduide uitvaarten. In het Ostwestfalense Herford schurken vakwerkhuizen dicht tegen elkaar aan in een goeddeels naoorlogse reconstructie van hoe gezellig Duitsland ooit was.
'Fallerhuizen' zeggen wij dan tegen elkaar.
Ik heb er nog een in de kast: een Fallercatalogus. Duitse modelbouw, uitgave 1998/99. In de Utrechtse hobbywinkel waar ze modeltreinen verkopen liggen uiteraard de nieuwste uitgaven van 2004/2005 à raison van euro15,00, maar ingrijpende verschillen kon ik niet ontdekken. In de modelbouwwereld zijn de maatschappelijke verschuivingen gering. Waarom is zoveel van die modelbouw en die treintjes eigenlijk Duits, vroeg ik de chagrijnige eigenaar van de winkel. ,,Omdat het een groot land is en het er veel regent'', zei hij op een toon die geen nadere uitleg duldde. Was ook niet nodig, ik was volmaakt tevreden met het antwoord.
Voor me zie ik tienduizenden Duitse zolderkamers onder druipende naaldbomen waar evenzovele vaders met hun zonen gipsend en knutselend in de weer zijn met ruimtevullende maquettes die een ongeschonden, nijver en welvarend stukje Heimat verbeelden met spoorwegen als kransslagaders. Want de spoorlijn is de basis. Zonder het spoor komt het landschap niet tot leven. En voor de inrichting van dat landschap zorgt de firma Faller.
Faller, in de jaren na de oorlog opgericht door twee knutselende broers uit het Zwarte Woud, deelt de wereld in in tijdzones: de laatsten lopen van 1945 tot 1977 (het einde van de stoomloc) en van 1977 tot heden, maar wie door de catalogus bladert, ziet dat de vooroorlogse tijden domineren. En dat is begrijpelijk. Als je al een wereld mag cre eren, als was je even Onze Lieve Heer, dan toch niet die van het Duitsland van het jaren vijftig of zestig, met al zijn naargeestige wederopbouw van eenvormige huizenblokken met fantasieloos stuc aan de gevels? Dan wil je terug naar de oertijden van de stoomtrein, de kolkende industrialisatie naast het idyllische platteland, 18de-eeuwse vakwerkhuizen naast voorname Jugendstil-panden, een wereld waarin die oorlog is uitgebannen, alsof ie er nooit is geweest. Deze wereld wordt bevolkt door Preissler-figuren. Wellevende miniaturen. Van een man die in een groet even zijn hoed optilt, een zwaaiende postbode bij een tuinhek, een vredig gezin op een terras met houten stoelen met een hart in de rugleuning.
Ik keek eens op de Faller-website naar de lijst met nieuwe producten en noteer anno 2005: een ontslakkingsinstallatie, een oude kolenmijn, een Schwarzwald-boerderij, het Pension Zur Krone, een Konditorei met Weinstube. Daarnaast ook boomgroepen: 3 eiken, 2 beuken, 3 berken, want in Duitsland zingen de bossen. Zo'n Duitse zolder verlaat je niet zonder tranen in je ogen.
Maar er is niet alleen maar romantiek. Een stedelijk model moet ook dynamisch zijn, dus kun je ook een stadhuis krijgen dat juist wordt afgebroken, of een huis met bouwsteiger ertegen. Ook heel mooi: het brandende Finanzamt. Persoonlijk werd ik geroerd door het filiaal van Edeka. Moderne laagbouw met breed glasfront en complete interieurinrichting. 'De verlichting van het model krijgt een extra effectvolle dimensie door het aanbrengen van mini-draadlampjes 671 en het reclame-embleem op het dak, dat met de Faller-motor 629 kan worden aangedreven.'
Ik zou er de hele dag boodschappen willen doen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.