'Een pondje stalkaas?' De kaasboer grijnst even scheef. 'Die moet ik aansnijden. Gaat u maar even verderop staan.'
Verderop staan? Wat is dat nu voor onzin? Geharde journalisten kunnen heel goed het mes zien gaan in een nieuwe kaas. Zeker bij een kaas die, volgens de kaasverkoper, gemaakt is door 'een oud mannetje dat honderdvijftig kazen per jaar maakt'. De zuivelleverancier haalt zijn schouders op; als ik eigenwijs wil zijn moet ik het zelf weten. Hij pakt zijn grote mes, plant het in de korst en breekt de kaas open.
De andere klanten doen geschrokken een stap terug. Ik hou me groot en blijf staan. Stalkaas, noemen ze dat? Mestkaas is een beter woord. Wat een lucht! En wat een smaak! Prikkelend op de tong, geurend tot achter de huig, smeuïg tot de laatste korrel. Zulke kazen, echte boerenkazen, vind je alleen in Nederland.
Maar diezelfde avond nog ontvang ik verontrustende berichten: de toekomst van de boerenkaas staat op het spel! Atie van Olst van de Bond van boerderijzuivelbereiders vertelt het op het nieuws: het begrip 'boerenkaas' raakt zijn bescherming kwijt.
Daarmee sluit het item af en laat mij met prangende vragen zitten: hoe zit dat met mijn kaas? Wordt ons broodbeleg bedreigd?
Telefonisch wil Van Olst de problemen nog wel een keertje toelichten. Het is eigenlijk simpel. De Nederlandse overheid beschermt de boerenzuivelbereiders met wetten en behoedend toezicht; 'boerenkaas' is een beschermd begrip. Maar nu willen ze daar vanaf, in Den Haag. Per 1 januari 2006 verandert de Landbouwkwaliteitsregeling Kaas en wordt het begrip boerenkaas vogelvrij. Dan kan iedere kneedgomkaasfabrikant zijn product 'boerenkaas' noemen; alle Duitse, Deense en Franse producenten van namaak Gouda wrijven in hun handen.
Helemaal reddeloos is het nog niet. De boerenzuivelbereiders hebben hogere krachten ingeschakeld, zij stapten naar de EU en deponeerden daar een verzoek tot GTS, een Gegarandeerde Traditionele Specialiteit.
En nu komt het: die bureaucratie van de EU is zo traag, dat de aanvraag ongeldig dreigt te worden voordat een besluit genomen is; de GTS moet verwijzen naar bestaande wetten in Nederland, en die zijn er na 1 januari niet meer. Dan zijn de rapen gaar.
Met een hol gevoel in mijn maag leg ik neer. Daar gaat de kaas. Zou de overheid echt zo slecht voor haar kaasliefhebbers zorgen? En kan die EU echt niet een beetje opschieten?
Aanvragen voor een GTS lopen meestal via het Hoofdproductschap Akkerbouw (HPA). Toch eens even bellen. Daar blijkt Geert de Rooij de belangen van de boerenzuivelbereiders te behartigen. Leeft onze kaas nu onder voortdurende dreiging?
'Nee,' zegt hij. En die datum van 1 januari dan? Er zijn drie dingen zeker in dit leven, zegt De Rooij: de dood, de belastingen, en de goedkeuring van de wet door de besluitende commissie van de EU voor 1 januari 2006, dankzij druk van het Ministerie van Landbouw en HPA.
Wat een koene opstelling! Bravo! Wat een overheid, die zich zo druk maakt over mijn broodbeleg.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.