maar op het strand vind je het meestal fossiel. Het glansloze slakkenhuisje is torenvormig en tamelijk dikwandig. Het bestaat uit zes of zeven windingen met loodrechte, boven op elke omgang hoekige dwarsribben, die een kantige schouder vormen, zodat de windingen trapsgewijs op elkaar staan. De smalle mondopening loopt uit in een langgerekt kanaal, waar de levende slak een lange adembuis door steekt. Bij het levende dier is de mondopening afgesloten met een hoornachtig dekseltje. Verse huisjes zijn crème, wit, zachtroze of lichtgeel, maar meestal zijn de schelpen op het strand lichtbruin of donkerblauw verkleurd en dus fossiel.
Het meest wordt het gevonden op de Waddeneilanden, vooral op Schiermonnikoog, en in Zeeland. Verse huisjes spoelen soms in grote aantallen aan bij aflandige wind en zijn dan in aanspoelsellijnen betrekkelijk hoog op het strand te vinden.
Op het trottoir bij ons huis bloeit de laatste paardebloem. Daar vind je ook nog veel bloeiende planten van het herderstasje.
Troepjes ringmussen zoeken zaadjes op onkruidveldjes, waar ze in de dorre stengels ook menig overwinterend insect buit maken. Waar veel kaardebollen staan, zijn putters te zien, die de zaadjes uit de stekelige hoofdjes peuteren. Putters behoren tot onze kleurigste zangvogels. Ze hebben een rood-wit-zwarte kop en veel wit, geel en zwart aan de vleugels. Opvliegende putters herinneren aan vrolijk gekleurde vlinders. Merels, kramsvogels en koperwieken eten de donkerrode appeltjes van de meidoorns.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.