*

 

Als een monnik aan de hiërogliefen

door Emiel Hakkenes − 07/05/05, 00:00

De academische uitgever Brill in Leiden noemt zijn werk 'van vitaal belang' en zijn boeken kosten bijna vijfhonderd euro. Toch leeft egyptoloog Rami van der Molen van de bijstand. Maar daar maalt hij niet om: zijn levenswerk is af.

'In de Bijbel worden sommige zaken in maar één zin beschreven; dat roept allerlei vragen op'', zegt egyptoloog Rami van der Molen (62) uit Zuidlaren. ,,Een graftekst in hiërogliefen uit dezelfde tijd kan in zulke gevallen extra duidelijkheid geven.''

Van der Molen schreef twee vuistdikke boeken: een woordenboek en een concordantie bij de zevendelige hiërogliefenverzameling van de Leidse professor Adriaan de Buck, waarvan het laatste deel in 1961 verscheen. De Buck bundelde alle grafteksten van (bijna) alle bekende sarcofagen - in musea en 'in het wild' - ter wereld. Verplichte kost voor egyptologen, maar voor leken niet te begrijpen.

Iederéén moet deze boeken kunnen raadplegen, vindt Van der Molen. ,,Die antieke grafteksten vertellen bijzonder veel over de wereld van het Oude Testament.''

Over de belegering van Jeruzalem zegt het Oude Testament (2 Kronieken 32) dat God een engel stuurde die de Assyrische belegeraars doodde. Koning Sanherib keerde diep vernederd terug naar Assyrië, waar hij door zijn eigen zonen werd vermoord. Van der Molen: ,,Volgens een kleitablet met spijkerschrift uit Assyrië nam Sanherib Jeruzalem niet in omdat hij een buit kreeg aangeboden. Hij werd afgekocht.'' Een 'uniek moment' volgens de egyptoloog. ,,Twee bronnen die over dezelfde gebeurtenis een tegengesteld verhaal vertellen - heel spannend.''

Zijn boeken hebben Nederland weer op de 'egyptologische wereldkaart gezet', meent Van der Molen, maar een promotie wordt hem onmogelijk gemaakt. ,,Wetenschappers kunnen mij wel schieten. Ik heb dit werk op eigen houtje gedaan, zonder de supervisie van een hoogleraar.''

Van der Molens levenswerk kwam niet zonder slag of stoot tot stand. ,,Na de lagere school mocht ik niet naar de mulo. Ik kwam uit een arbeidersgezin, het was kort na de oorlog. Mijn vader was net gestorven, mijn moeder wachtte, getraumatiseerd, op een pensioenuitkering van de Stichting '40-'45. Iemand moest de kost verdienen, dus ging ik naar de ambachtsschool om een vak te leren.''

Van der Molen werd huisschilder, en later, via avondcursussen, analist op het laboratorium van een aardappelzetmeelfabriek. Op zijn vijfentwintigste hakte hij de knoop door:

hij vertrok naar Israël, het land dat tot zijn verbeelding sprak.

Van der Molen - van huis uit Nederlands-hervormd - bekeerde zich in Israël tot het jodendom. Zijn naam veranderde hij van Geert in Rami, koosnaam van Abraham. ,,Van kindsaf heeft het jodendom mij aangetrokken. Die oude taal en geschriften fascineerden me enorm. Daarbij: in de oorlog hielp mijn moeder onze Joodse buren. Dat maakte veel indruk op mij als kind. Deze familie Cohen was mijn moeder bijzonder dierbaar, maar met mijn vader kon ze daar niet over praten; we hadden zelf al problemen genoeg. De buren werden opgepakt. Een aandenken aan hen, een foto, mocht mijn moeder niet bewaren. Mijn vader stond het niet toe, het risico op ontdekking was te groot.''

,,Het wettische, systematische van het jodendom past goed bij mijn karakter'', zegt Van der Molen. ,,Maar zo'n keuze is geen hogere wiskunde. Orthodoxe joden zeggen: bekering komt van boven.''

In Jeruzalem werkte Van der Molen als analist in het Hadassah-ziekenhuis en op het Israëlisch Nationaal Herbarium. ,,Ik zat toen zo dicht bij de universiteit dat ik mij afvroeg of ik niet tóch kon gaan studeren. Van der Molen studeerde cum laude af in egyptologie, assyriologie en archeologie.

Na dertien jaar keerde hij terug naar Nederland. Aan de Vrije Universiteit in Amsterdam was een promotieplaats beschikbaar, maar Van der Molens ambities reikten verder dan het onderwerp van de professor: een compleet hiërogliefenwoordenboek in plaats van een deelonderwerp over grafschriften. Onmogelijk, volgens de hoogleraar.

Het meningsverschil bleek onoverbrugbaar. Van der Molen ging van lieverlee zelf aan de slag. Thuis, bij zijn moeder, die hij ondertussen verpleegde. 's Avonds werkte hij aan zijn woordenboek, bij de babyfoon om op moeder te letten. Het woordenboek vorderde met tien pagina's per avond. Handgeschreven, want computerprogramma's om hiërogliefen weer te geven bestonden nog niet. Als geschoold huisschilder had Van der Molen een vaste hand. ,,Zonder de ambachtsschool had ik die grafteksten nooit zo snel en precies kunnen kopiëren.''

Van der Molen bood na twintig jaar monnikenarbeid zijn manuscript aan bij Koninklijke Brill in Leiden. Die besloot het werk te publiceren, na beoordeling door een internationale commissie van hoogleraren. Royalty's keert de uitgever gewoontegetrouw niet uit, van de verkoopprijs in de boekhandel (bijna vijfhonderd euro per deel) ontvangt Van der Molen niets. De publicatie zelf is voor hem al voldoende erkenning. Tevreden: ,,Het is een rustig, overzichtelijk, voor iedereen toegankelijk werk geworden.'' Leven als een kluizenaar was de enige manier om het werk te voltooien. ,,Met een echtgenote of een baan had ik die woordenboeken nooit kunnen maken.''

Zijn persoonlijke geloof is door de bestudering van de hiërogliefen niet veranderd, zegt Van der Molen. Ook al vertellen die soms een ander verhaal dan de joodse Tenach.

De dichter van Psalm 126 schrijft: ,,Zij die in tranen zaaien, zullen oogsten met gejuich.'' Van der Molen: ,,Hier is zaaien een verdrietige bezigheid, maar de oogst zorgt voor blijdschap. Terwijl zaaien toch geen zware arbeid is, oogsten kost meer

spanning. Hiërogliefen vertellen ons dat de oude Egyptenaren zaaien beschouwden als een rituele begrafenis. Met het zaaien van het graan begraaf je de god Osiris, heerser over het dodenrijk én personificatie van de vruchtbaarheid van het land. Het opkomen van het graan is teken van de opstanding van Osiris uit de dood. Logisch dat je daar blij om bent.''

Stilte na een lange, lange monoloog. ,,Neem vooral nog een koek'', zegt Van der Molen. ,,Alles wat op tafel staat mag op, dat is joods gebruik.''

,,Ik zit al jaren in de bijstand, maar ik voel me toch nuttig. Ik ben nogal naïef, dat is mijn zwakte én mijn kracht. Andere wetenschappers zijn nu dertig jaar met de computer bezig hiërogliefen te vertalen en nog zijn ze niet klaar. Ik ben domweg begonnen en mijn werk is af. Daarop mag men mij beoordelen.''

De koekoeksklok slaat. Van der Molen heeft genoten, zegt hij. Genoten van de vrijheid waarin hij kon werken en van alles wat hij 'tot stand gewrocht' heeft. Met klem: hij koestert geen enkele rancune jegens de gevestigde academische orde. ,,In Israël heb ik geleerd te genieten van iedere dag, dingen te accepteren. Deze boeken zijn het antwoord op al mijn vragen. Het is goed zo.''

mailIcon print |