In de verte straalt licht: waarschijnlijk een boerderij.
Een plek dus waar mensen wonen.
Omdat de mens nu eenmaal ook na zonsondergang (voor-
dat hij slapen gaat) nog iets om handen wil hebben en ook
dan deze handelingen zo aangenaam mogelijk wenst uit te
voeren, heeft hij kunstlicht uitgevonden en er zijn stulpjes
mee uitgerust.
Drinken de mensen in hun huis 's avonds bijvoorbeeld
een kopje koffie, dan gieten ze het door
de aanwezigheid van dit kunstlicht (dat lichtvlekje daar in de
verte, omgeven door het immense duister) niet over hun kle-
ren, maar waar het hoort: in de mond.
En ze kunnen nu met recht een opmerking maken die hun
tevredenheid uitdrukt (iets wat de mens erg graag doet omdat
het met levensvreugde te maken heeft):
'Lekker toch hè, zo'n kop koffie,' of zoiets.
Uit: 'Gaandeweg rustieker' van Peter van Lier
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.