Reclame spreekt de consument aan op het vrijheidsgevoel. De overheid neemt keuzevrijheid als motief in de gezondheidszorg. Twee voorbeelden die een andere vrijheid verkennen. Angela, moeder van drie gehandicapte kinderen. Meneer Van der Horst, 89 en eindelijk zonder verplichtingen.
Vier kinderen heeft Angela Oorthuizen, de oudste drie zijn gehandicapt. Dat zijn pleegkinderen, die bij haar en haar man wonen. ,,We hebben acht jaar geleden bij Jeugdzorg opgegeven dat we een gehandicapt kind wilden. Eerst dachten we dat de oudste alleen Down had. Dat zou een makkie zijn. Later bleek dat hij ook autistisch is.''
De andere twee, een tweeling, zijn geboren uit drugsverslaafde ouders. Jeugdzorg had gevraagd of Angela en haar man deze kinderen bij zich wilden nemen. ,,Na lang nadenken en gesprekken met vrienden en familie, hebben we 'ja' gezegd.'' De tweeling, verslaafd geboren, was toen vier maanden. Ze moesten nog afkicken. ,,Iedere nacht gilden ze. Ze kregen morfine en methadon. We wisten dat het tropenjaren zouden worden.'' Nu zijn ze zes: Angela laat foto's zien: vrolijke kinderen, niets mis mee. ,,Ze doen wel raar, hoor, af en toe. Gillen, slaan, bang om verlaten te worden, door mij, bang om elkaar kwijt te raken. Dat blijft.''
Toen de oudste drie was en de tweeling een jaar, raakte Angela zwanger. Haar jongste is nu vijf, hij lijkt grappig genoeg sprekend op zijn pleegzus. En hij is zorgzaam voor zijn oudste broertje, dat al acht is, maar niet kan praten, of zichzelf aankleden.
Angela werkte ooit als verpleegkundige, maar is nu helemaal thuis. Ze hoeft geen tel na te denken op de vraag of ze zich vrij voelt. ,,Ja, ik heb innerlijke vrijheid.'' Waar bestaat die uit? ,,Uit loslaten. In het begin liet ik me pakken door het oordeel van anderen. Die gaven commentaar als op straat een van de tweeling begon te schreeuwen en te stampen. 'Je moet eens beginnen met opvoeden', zeiden ze dan. En ik deed zo mijn best. Nu ben ik daar sterker in geworden, ik laat zo'n oordeel los.'' Zoals ze er nu ook vrede mee kan hebben dat het af en toe in de kamer ''een enorme puinhoop is.''
De vrijheid van Angela staat haaks op het moderne westerse ideaal van vrijheid. Vrijheid valt daarin samen met grenzeloosheid, met onbeperkte bewegingsruimte, met zoveel mogelijk kunnen kiezen. In Ikea-taal, waarmee de burger op straat en per tv-scherm om de oren wordt geslagen: 'Wat jij wilt, zoals jij het wilt, wanneer jij het wilt'.
Deze opvatting van vrijheid is bijvoorbeeld terug te vinden in het overheidsbeleid ten aanzien van gezondheidszorg. Eindeloos kunnen, nee, moeten de burgers kiezen welke zorgverzekeraar ze willen, welke behandeling, welke medicijn, welk ziekenhuis. Droogjes merkte Margo Trappenburg, bijzonder hoogleraar patiëntenzorg, op dat de meeste patiënten hetzelfde willen: goede zorg zonder te hoeven nadenken waar en door wie. Haar conclusie: mensen houden niet van keuzes maken, en zeker niet in de gezondheidszorg. Voor chronisch zieken is de keuzevrijheid wel gunstig, voor mensen die maar af en toe ziek zijn, niet. Die zitten daar niet op te wachten.
Heeft de overheid dan verkeerd begrepen waar de vrijheidslievende burgers behoefte aan hebben? Het maatwerk in de zorg heeft niets met die vrijheid te maken, zegt Frits de Lange, ethicus, rector van de Theologische universiteit Kampen en adviseur van de overheid over het ouderenbeleid op langere termijn. ,,Niemand zit te wachten op 115 televisiekanalen of op 10 soorten pindakaas. Het is alleen een kwestie van efficiëncy: maatwerk kost het minst. Vandaar dat de overheid probeert zorg en verzekeringen zo dicht mogelijk op de individuele burger te organiseren.''
Hoe meer keuzemogelijkheden, hoe meer angst en onzekerheid. Het wordt Russische roulette: want niemand weet wat hem in de toekomst te wachten staat aan ziekte of ongeluk. Een kwestie van gokken wordt het dan.
De Lange ziet meer in vrijheid die ruimte geeft voor onverwachte dingen. Vrijheid zoals de 18de-eeuwse filosoof Immanuël Kant die omschreven heeft. Dat er iets kan gebeuren dat niet verwacht is. Ruimte voor creativiteit, voor zelfontplooiing. ,,Een individu kan alleen vrij zijn in een omgeving die die vrijheid ondersteunt.''
Als ouderdom of ziekte de bewegingsvrijheid aantasten is er volgens De Lange een systeem dat betrouwbaar is, duurzaam en dat de meeste vrijheid biedt: het gezin. Vriendschappen zijn daar minder geschikt voor: die zijn labieler, informeler, minder betrouwbaar.
Angela Oorthuizen koos ervoor om haar tweeling uit het tehuis weg te halen, omdat de kinderen volgens haar in een gezin meer kansen krijgen om in vrijheid op te groeien. Wat betekent dat voor haar eigen vrijheid en bewegingsruimte? ,,Ik doe een grote stap terug om anderen vrijheid te geven, de kans om te zijn wie ze zijn. Ik weet waarvoor ik leef, ik hoef me nooit af te vragen waarom ik hier ben. Het zorgen zit in me.''
Angela komt tot haar recht, al zijn haar dagen gevuld met het zorgen voor anderen. Ze heeft voor dit bestaan gekozen op een moment dat ze zo vrij was als maar kan: ,,We kwamen terug van een jaar werken in Kameroen, in een heel afgelegen dorp. We konden na dat jaar gaan en staan waar we wilden, want we hadden geen huis, geen baan, geen geld.'' Wel hadden ze het volste vertrouwen dat ze wel aan het werk zouden komen. Dat gebeurde ook en Angela en haar man meldden zich bij Jeugdzorg aan als pleegouders voor een gehandicapt kind. ,,De ouders die zich hiervoor aanmeldden leven allemaal vanuit een christelijke overtuiging'', vertelt Angela. ,,Zonder vertrouwen kun je niet goed vrij zijn.''
Bedoelde kardinaal Ratzinger dit misschien, toen hij, voordat hij tot paus werd gekozen, streng sprak over vrijheid die niet anders dan in dienstbaarheid beleefd kan worden?
Het klinkt als een onhaalbaar ideaal, er klinkt onvrijheid in door, opoffering, stappen terug doen. ,,Als je alleen je eigen roem of rijkdom nastreeft, raak je verslaafd, gevangen door de angst om dat weer kwijt te raken. Dan ben je onvrij'', legt Paul van Geest uit, hoogleraar en kenner van het werk van kerkvader Augustinus (354-430). Op de opvattingen van Augustinus greep de toenmalige kardinaal Ratzinger terug toen hij over vrijheid schreef.
Vrijheid betekent, in de opvatting van Augustinus ook: vrij van zorgen. Zorgeloos ben je, schreef Augustinus, als je maat houdt. Niet te veel, niet te weinig. Als je te veel geld hebt word je bang om het kwijt te raken; als je te weinig hebt, zijn er zorgen om te kunnen overleven. ,,Te veel bezit, het te veel geleid worden door zucht naar macht, rijkdom, roem, of door wellust, leidt tot een isolement, tot onvruchtbaarheid'', vat Paul van Geest de lessen van Augustinus samen.
En dan komt de dienstbaarheid in beeld. Dienstbaarheid is dan geen zelfopoffering, maar met de ander omgaan zoals je met jezelf omgaat. ,,Hoe je met jezelf omgaat, met de ander en met God, dat is bij Augustinus een vloeiende beweging. Het hangt met elkaar samen.'' Zie je de ander als een middel om zelf meer roem of geld te verwerven, dan houd je de ander en jezelf gevangen in een klemmende machtsgreep en raak je niet gevoelig voor God omdat je jezelf in feite al onrecht aandoet. ,,Want wie, zegt Augustinus, beperkt zich nu in zijn leven tot het vergaren van zaken die vergankelijk zijn?
Je doet jezelf dan tekort in zijn idee. Dienstbaarheid vanuit een gezonde waardering voor jezelf -hoef je jezelf niet meer te bewijzen- levert in zijn idee de ware vrijheid op''
,,Weet je wat echt een vrij gevoel geeft?'', zegt Paul van Geest. ,,Geld weggeven als je zelf veel verloren hebt.'' Hij maakte het in zijn omgeving mee. Iemand verloor bij de beurskrach van drie jaar geleden een flink bedrag en maakte van wat er over bleef een deel over naar een goed doel. ,,Dat werkt wel, hoor.''
De huidige paus is in zijn opvatting over vrijheid en dienstbaarheid wel rechtlijniger dan Agustinus was, vindt Van Geest, als hij ze met elkaar vergelijkt. ,,Augustinus had meer oog voor de menselijke aard, zag dat er altijd ruis zit in onze drijfveren om goede dingen te doen. De dienstbaarheid kan ook leiden tot iets waar we zelf beter van worden, maar dat is niet erg, zegt Augustinus, zolang we dat realiseren. Ook mensen die moeder Teresa helpen doen dat soms deels uit eigenbelang.''
Al met al lijken Augustinus en Benedictus XVI samen te zeggen dat we ons het meest vrij voelen als we ons niet teveel door hebzucht laten leiden en oog hebben voor de ander. Dan is de mens pas echt een ziel zonder zorgen. Hoe zit dat in de laatste levensfase: is dat tot het einde toe vol te houden? Hoe zorgeloos en vrij is iemand die oud is en alleen nog voor zichzelf hoeft te zorgen?
,,Ik heb er geen vrede mee dat ik hier zit en weinig kan, maar ik ben er wel aan gewend.'' Hendrik van der Horst (89) woont sinds een halfjaar in een verzorgingshuis in Woerden. Zelfstandig wonen ging niet meer: hij komt niet meer zelf uit bed, aankleden is te lastig geworden.
Hij heeft geen enkele verplichting meer; hij is vrij man. ,,Ik heb altijd hard gewerkt.'' Van der Horst was accountant in dienst van de Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG). Het ging daarbij om steeds grotere bedragen en belangen. ,,Mijn vrijheid was dat ik het kon zeggen als dingen niet klopten'', zegt de oud-accountant. ,,Dat konden de vrij gevestigde accountants niet zo makkelijk.'' Hij weet voorbeelden van burgemeesters die de regels overtraden en zo probeerden te redden wat er te redden viel in het belang van hun gemeente. Maar Van der Horst was onverbiddelijk. Als de boeken niet klopten, zette hij zijn handtekening niet. ,,Dat gaf spanningen. 's Nachts moest ik mijn bed uit. Ik lag dan te worstelen met een rapport.''
Na zijn pensionering nam hij nog af en toe en klus aan; soms in het buitenland. Zijn vrouw ging dan mee. Tot ze niet meer kon. ,,Ze had Alzheimer. Ik heb jaren thuis voor haar gezorgd. Mijn rechterarm is versleten door al dat tillen.''
Hij schiet vol als hij aan zijn Neeltje denkt. ,,Ze moest naar een verpleeghuis. Ik heb haar elke dag bezocht. Op de fiets. Behalve als het slecht weer was, dan ging ik met de bus.'' Op het laatst herkende ze hem niet meer. ,,Dan zei ik: ik ben het, Henk.'' Hij ging toch. ,,Daar was ik vrij in. Ik kon het niet laten, ik zou geen vrede gehad hebben als ik niet ging.'' Zijn vrouw is overleden.
Hij hoeft niet meer voor haar te zorgen. Zijn eigen bewegingsruimte is beperkt, door zijn aandoening. ,,Ik voel me wel vrij. Op dinsdag en donderdag ga ik naar bewegingstherapie. Dat helpt, ik ga vooruit. Maar het is ook voor de gezelligheid.''
Vrijheid is voor hem nog altijd: ,,Zeggen wat je moet zeggen zonder dat je bedreigd wordt.''
Voor Angela Oorthuizen betekent vrijheid ook met haar kinderen in de camper drie maanden naar Italië. ,,Ze zijn nog niet leerplichtig en de oudste kan weinig, dus dat maakt niet veel uit. Dat is het voordeel van geen baan hebben. Mijn man wel, maar die kon lang vrij nemen en tussendoor af en toe terug.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.