Syrië werkt mee met het onderzoek naar de dood van Libanons ex-premier Hariri, maar met grote tegenzin.
“De resolutie is beschuldigend en gaat uit van de aannames van Mehlis, die wij beschouwen als ondoordacht en niet objectief genoeg“, luidde gisteren de officiële reactie van Syrië op de VN-resolutie die maandagavond is aangenomen. Die resolutie eist dat VN-onderzoeker Detlev Mehlis alle medewerking krijgt van Syrië, op straffe van 'nadere actie'. Mehlis concludeerde vorige maand dat de moord niet kan zijn gepleegd zonder medeweten en instemming van de Syrische inlichtingendienst. Dreigen met sancties doet de resolutie niet - die zijn geschrapt door indieners VS en Frankrijk om China en Rusland achter de resolutie te krijgen.
De Syrische minister van buitenlandse zaken Al-Sjaraa haalde maandagnacht hard uit: ,,De conclusies van Mehlis zijn te vergelijken met de stelling dat de VS, Spanje en Groot-Brittannië van tevoren wisten van de aanslagen op 11 september 2001, 9 maart 2004 en 7 juli 2005.'' Hij vroeg zich ook af waarom Groot-Brittannië kort voor de aanslagen oefeningen had gehouden voor als er een aanslag zou komen.
De Amerikaanse minister Condoleezza Rice noemde de vergelijking van Al-Sjaraa 'echt ongelofelijk'.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.