Kon Ayaan Hirsi Ali na de moord op Van Gogh veilig naar de Tweede Kamer komen? En was ze daar dan vrij geweest om onbelemmerd te werken?
AMSTERDAM - VVD-politica Ayaan Hirsi Ali heeft tegenover justitie verklaard dat zij haar werk als kamerlid na de moord op Theo van Gogh niet meer goed kon doen. Dat ze wekenlang wegbleef uit de Kamer was volgens justitie 'geen vrijwillige keuze'.
Hirsi Ali heeft verklaard dat zij door de 'noodzakelijke persoonsbeveiliging na de moord niet naar de Tweede Kamer kon, geen stukken kon lezen en haar buitenparlementaire activiteiten moest staken'. Natuurlijk hebben de bedreigingen -via een brief die op het dode lichaam van Van Gogh was gestoken- haar vrees aangejaagd, zei officier van justitie F. van Straelen gisteren.
Haar verklaring is belangrijk voor een deel van de rechtszaak tegen Mohammed B. Die wordt er onder meer van verdacht dat hij heeft verhinderd dat zij haar taak als kamerlid goed kon vervullen. Bewindslieden verklaarden eind vorig jaar dat Hirsi Ali, ook met zware beveiliging, wel fysiek naar de Kamer kon komen.
Hirsi Ali kreeg meteen na de moord extra beveiliging. Later dook ze onder. Contact met vrienden en familie was niet mogelijk. Dat duurde zo lang, dat vrienden van haar, Afshin Ellian en Leon de Winter, het vermoeden uitspraken dat het VVD-Kamerlid met opzet door 'krachten binnen de overheid' uit de Kamer werd gehouden.
Premier Balkenende, vice-premier Zalm en kamervoorzitter Weisglas veroordeelden die suggestie scherp. ,,Hirsi Ali heeft er zelf voor gekozen om even niet in de Kamer te komen'', zei Weisglas in Trouw. Een week na de moord had hij in Het Parool al gezegd: ,,Ik ben ervan overtuigd dat als ze (Ayaan Hirsi Ali en Geert Wilders) hun werk willen doen, dat mogelijk is. Ik heb met minister Donner afgesproken dat kamerleden hun werk kunnen blijven doen omdat anders aan de wortels van de democratie wordt gezaagd.'' Ook de verantwoordelijk ministers Donner en Remkes verzekerden dat Hirsi Ali veilig naar de Kamer kon komen. Maar pas na het kerstreces, op dinsdag 18 januari, keerde zij -zwaar beveiligd- terug in de Kamer.
Toen Hirsi Ali nog ondergedoken zat, ontkende ook zij in een interview in NRC Handelsblad dat haar het parlementaire werk onmogelijk werd gemaakt. ,,Ik word niet ergens tegen mijn eigen wil vastgehouden'', zei ze eind november. Volgens haar was een aantal manieren van bescherming mogelijk. ,,Ik kies op dit moment voor deze oplossing: helemaal afgeschermd. Zo kan ik me bezinnen, tot rust komen en een boek schrijven. Ik kan nú naar de Tweede Kamer, als ik wil. Maar dat gaat op een manier die voor mij zo onrustig is, dat ik gekozen heb voor dit alternatief.''
Die laatste zin, kan voor het openbaar ministerie misschien toch waardevol zijn. Volgens de wet kan je levenslang krijgen als je met opzet door geweld of door te dreigen met geweld een kamerlid verhindert in de Kamer te vergaderen. Ook kan iemand die zo verhindert dat een kamerlid in die vergadering 'vrij en onbelemmerd' zijn plicht doet, zo'n straf krijgen. Niet alleen lijkt dus te tellen of een parlementslid fysiek naar de Kamer kan komen. Ook als iemand door bedreiging niet vrij en onbelemmerd kan werken, kan dat voor de bedreiger strafbaar zijn. Voor mr. Plasman is het nog maar de vraag in hoeverre bewezen kan worden dat Hirsi Ali is belemmerd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.