Het gaat steeds beter met de allochtone winkelier. De stoffige dozen hebben langzamerhand plaatsgemaakt voor een mooie presentatie van producten die ook de autochtonen steeds vaker naar binnen lokken. Met name de tweede generatie integreert steeds meer.
AMSTERDAM - De stapel stoffige dozen in de etalage van de Turkse groentenman is inmiddels verdwenen. Evenals het halve schaap in de vitrine van de Marokkaanse slager. De allochtone winkelier past steeds beter in zijn keurige, georganiseerde Nederlandse omgeving. Zijn bedrijfsvoering wordt ook almaar professioneler en dat doet hun aantal fors groeien. Niet in de laatste plaats omdat ook de autochtone Nederlanders hun weg naar de Turkse groentenman en zijn branchegenoten steeds meer vinden.
Het Hoofdbedrijfsschap Detailhandel (HBD) constateerde in een recent onderzoek dat het aantal allochtone winkeliers tussen 1993 en 2004 bijna is verdubbeld. Het zijn er nu zo'n 9000 op een totaal van 125000. ,,Met name de tweede en derde generatie zien hun overlevingskansen verbeteren. Die zijn nu zelfs beter dan van de autochtone starters in de detailhandel'', zegt Harry van den Tillaart van de Nijmeegse Radboud Universiteit die het onderzoek van HBD uitvoerde.
Hij stelde daarbij vast dat het opleidingspeil van de tweede-generatiewinkeliers veelal hoger is dan van hun autochtone tegenvoeters. ,,Ik vermoed ook dat de allochtonen steeds meer voor de eigen winkel kiezen omdat ze elders op de arbeidsmarkt meer moeite hebben om hun opleiding te verzilveren.''
Woordvoerder Paul Jansen van het Vakcentrum, de koepel van kleine detaillisten, wijst er daarnaast op dat de allochtoon zich vaak vestigt op plekken in achterstandswijken, plekken die de autochtoon steeds meer verlaat omdat zijn winkel niet meer levensvatbaar is. ,,De allochtoon zit hier te midden van zijn natuurlijke achterban. Het zijn wijken die in meerderheid worden bevolkt door allochtonen. Bovendien zijn de huren er laag, vergeleken met andere plekken.''
Volgens Cees van Vuuren, bedenker van de allochtone winkelformule Fresh & Snackstore, zijn de allochtonenwinkels op te zetten voor een prijs die vijf maal zo goedkoop is als een Albert Heijn van vergelijkbare grootte. ,,Ze halen hun inventaris en goederen uit het vaderland, meestal Turkije. Daarnaast zijn er nauwelijks personeelskosten. Het zijn voornamelijk familieleden die meewerken. Dat maakt die winkels natuurlijk goedkoop; voor verpakte spullen zijn ze iets duurder dan Aldi, met verse producten zijn ze beduidend goedkoper dan de Aldi.
Dat hebben inmiddels ook de autochtone klanten ontdekt, die steeds meer op zoek zijn naar ingrediënten voor de exotische keukens. Bovendien is de allochtone winkel ook steeds meer een afspiegeling van de eetlust van de Nederlander. De boerenkool ligt er naast de couscous.''
Wat volgens Van Vuuren van groot belang is dat de tweede generatie beter dan hun ouders de weg weten in ondernemend Nederland. ,,De goed opgeleide zoon wijst zijn vader de weg. Denk aan automatisering, denk aan regelgeving.''
Aalzen Aikema, directeur van groothandel Van Tol in Bodegraven, beaamt de inbreng van de tweede generatie. Zijn bedrijf belevert sinds 15 jaar ook allochtone winkeliers en heeft het voor zijn ogen zien veranderen. ,,De vaders hadden moeite met de taal, dus oriënteerden zij zich op de eigen landgenoten. Daarbij waren ze vooral inkoopgericht. De verkoopkant zoals presentatie en marketing werd verwaarloosd. De flessen werden nog in zakken teruggebracht in plaats van in de daarvoor bestemde kratten. De zoons treden meer naar buiten. Zij spreken goed Nederlands, zijn goed opgeleid, passen zich beter aan aan het georganiseerde Nederland, weten beter wat de regels zijn, bij voorbeeld van hygiëne. Het gaat gewoon steeds beter met ze. Hun presentatie is perfect, hun gastvrijheid voorbeeldig. Zij voldoen moeiteloos aan onze spreuk: 'De vent maakt de tent'.''
Woordvoerder Jansen van het Vakcentrum betwijfelt echter of de allochtone winkelier van vandaag beter dan hun vaders omgaan met zaken als hygiëneregels en arbeidsvoorwaarden. ,,Ik heb niet de indruk dat de professionalisering daar al ver is voortgeschreden. Ze hebben toch vanuit hun cultuur moeite met al die betuttelende regels. Nederlanders hebben daar al moeite mee.''
Onderzoeker Van den Tillaart moet dit toch tegenspreken. ,,De professionalisering is buiten kijf, ook op het punt van de hygiëne. Je ziet dat de tweede generatie een soort natuurlijke bedding vindt waarin ze kan gedijen. Hun allochtone landgenoten worden steeds meer it'er, accountant, reclamedeskundige, noem maar op. De drempel naar dit soort adviseurs wordt daarmee steeds lager. Ze trekken elkaar omhoog. Ik verwacht daar veel van.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.