'Maar hoe moet ik mijn bedrijf dan leiden?'' Met lichte wanhoop keek de ondernemer mij aan.
Ik was op bezoek bij de Kleine Club, een gezelschap van zakenlieden dat zich onder lunchtijd af en toe bezighoudt met spiritualiteit. Zijn wanhoop is goed te begrijpen. Het bedrijfsleven draait immers om de economische wet van de schaarste. De ziel kampt met overvloed.
God is namelijk een slechte zakenman. Hij is zelfs goed gek. Niet zo'n charmante afwijking waarvan je vergoelijkend kunt zeggen dat het eigenlijk best wel meevalt. Hij investeert roekeloos, zonder eerst te berekenen of het wel voldoende rendement oplevert.
Atheïsten, die immers vaak een fundamentalistisch godsbeeld hebben, zullen nu denken: daar heb je Suurmond weer met zijn exotische geloof. Niks hoor, dit is doodgewoon christendom.
Een kennis van mij hoogleraart jaarlijks een tijdje aan de pauselijke universiteit in Rome. Momenteel staat daar de pausmobiel met een panne van eeuwigheid tot eeuwigheid, amen, maar ook in normale tijden is het echt geen plek voor frivole theologie. Elke keer verzekert hij er de studenten dat God gek is. Toch heeft de Zwitserse garde hem nog nooit met de vele mogelijkheden van hun gevreesde zakmes kennis laten maken.
God is een uitslover. Zo klopt een christen niet eens zijn eigen hart. Dat wordt voor hem gedaan. Ook staat hij niet bij nacht en ontij op om de zon boven de horizon te krikken. Dat gebeurt geheel buiten hem om. Hij organiseert geen verliefdheid, verwondering of andere gelukservaring. Die overkomen hem. Zelfs zijn haar beslist soeverein wanneer het krult, grijs wordt of uitvalt. Kortom, een christen leeft niet: het leven voltrekt zich aan hem of haar. Alles wordt hem ongevraagd door God geschonken.
Overvloed en onbehagen, zeg dat wel. Waar moet een mens het allemaal laten? Gelovigen zijn daarom altijd op zoek naar mensen aan wie ze iets kwijt kunnen. Zieken, rouwenden, eenzamen, demente bejaarden, noem maar op. Zelfs vijanden zijn niet veilig voor christenen die maar al te graag hun teveel aan genade op hen dumpen.
Puur eigenbelang, die christelijke naastenliefde. En ze kijken wel uit om iemand een hak te zetten, want dat geeft God alleen maar een excuus om nóg meer te geven. Hele pretpakketten worden er dan over je uitgestort, met vergeving & bijpassend berouw & opluchting & ontroerde omhelzingen & gefluister van lieve woordjes & een alles-is-weer-goed etentje tot slot. Te veel van het goede.
Ter bescherming van de gelovigen, proberen kerkelijke concilies en synodevergaderingen regelmatig God onder curatele te stellen, om die incontinente stroom genade enigszins in te dammen. Zo staat er in een recent synodaal geschrift over Jezus Christus van de Protestantse Kerk in Nederland: 'hun die hun schuld belijden, wil God verzoening schenken.' Dat is nou een duidelijk contract, dacht ik opgelucht toen ik dat las: zolang ik mijn schuld niet belijd, levert hij dus niets. Maar het werkt niet. Mijn schuldige hart klopt gestadig verder, de zon blijft door een belachelijk blauwe hemel rollen, het lentegroen is irritant mooi, mijn haar gaat zijn onbedwingbare gang. Zelfs voel ik me verzoenend naar president Bush -inderdaad, ondanks mezelf, dat is nou juist het probleem. Er valt met God eenvoudigweg geen zakelijke afspraak te maken.
Voor een zakenman of -vrouw is overvloed even nutteloos als een vrachtwagen doorgedraaide tomaten of als lachen, een verschijnsel dat slechts een verspilling van kostbare tijd is. Maar een gelovige is veroordeeld tot een leven dat overcompleet is. Daarom is religie zo'n koopje. Een pastor stuurt je na een bezoek geen nota, kerkdiensten zijn gratis en Pasen is eigenlijk één goddelijke grap.
De leden van de Kleine Club werden zich langzamerhand bewust van een probleem. Spiritualiteit en verstandig ondernemerschap lijken elkaar uit te sluiten. Kon ik, als theoloog, hen verder helpen? Ik ging eens verzitten in de designstoel en zette me schrap. ,,Beste mensen, ik moet u afraden om met God in zee te gaan. Hij staat bekend als een volstrekt onverantwoordelijke zakenpartner.''
Onrust voer door het gezelschap. ,,Maar'', zei iemand, ,,als ondernemers discussiëren wij toch over normen en waarden, we stimuleren maatschappelijk engagement...''
,,Mooi en nuttig'', antwoordde ik. ,,Helaas is God nutteloos.''
Stilte.
,,Maar waar dient God volgens u dan voor?''
Stilte.
Toen begon een van de aanwezige vrouwen zachtjes te schudden. Eerst met haar mond dicht, het gezicht rood aanlopend, zakdoekje erbij. Daarna met hortende, bepaald onzakelijke klanken. De een na de ander volgde, totdat het hele gezelschap enthousiast tijd aan het verspillen was. Ik vertelde dat P. Fentener van Vlissingen, die een snufje spiritualiteit in zijn onderneming doet, eens van het organisatiebureau McKinsey het compliment kreeg dat er in zijn bedrijf zo opvallend veel gelachen werd. Het bureau vermoedde dat dit positief uitwerkte op het bedrijfsresultaat.
De dwaasheid van God als wijsheid voor de ondernemer.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.