*

 

De grauwe monnik heeft op de rug een kuif van

Henk van Halm − 17/08/05, 00:00

stijve haarschubben, inderdaad net de kap van een monnikspij. De vlindervliegt vooral in de duinen, in twee elkaar overlappende generaties van meitot half oktober. Zijn kleur is somber: asgrauw met fijne donkerestreepjes, die van individu tot individu verschillen. De lange en smallevleugels lopen spits toe.

Deze nachtvlinder komt op kunstlicht af en bevliegt in het donkerallerlei bloemen, waaronder dagkoekoeksbloem, spoorbloem, kamperfoelie endistels.

Overdag rust hij met dakvormig over zijn lijf gevouwen wieken bijvoorkeur op een oude plank of een verweerde paal, waar hij zelf een grijsverweerde houtsplinter lijkt. Zo vond ik de grauwe monnik op een stapeljuthout bij een Terschellinger boerderij.

De rups is vaalbruin met onduidelijke okergele lengtestrepen en glanzendloodgrijze buik. Hij is vanaf juli te vinden op melkdistels, kompassla,havikskruiden, leeuwentand, biggenkruid, cichorei en andere lage planten,voornamelijk composieten.

Als strikt nachtdier verstopt hij zich overdag aan de onderkant van delaagste bladeren. Rupsen van de tweede generatie veranderen in septemberin een geelbruine pop, die soms tweemaal overwintert.

Het is een slecht jaar voor vlinders, maar op sommige plekken vliegenze toch wel. Het meest zie je witjes voorbij dwarrelen. Daaronder zijn veelgrote koolwitjes en knollenwitjes, die gewoonlijk geringer in aantal zijndan kleine geaderde witjes. Samen met allerlei uiltjes en spannertjes komengroene gaasvliegen in de warme zomeravond op verlichte ramen.

www.trouw.nl/henkvanhalm

mailIcon print |