De wereldhandelstop in Hongkong heeft een gering aantal afspraken opgeleverd. Maar daarmee is de op sterven na dode Doha-handelsronde wel nieuw leven ingeblazen.
De ronde krijgt een vervolg. De 150 landen die de afgelopen week in Hongkong bijeen waren, praten vóór de zomer nog verder over de liberalisering van de handel in landbouwproducten, goederen en diensten. Dat is de grote winst, zo vinden vrijwel alle landen, van een top die lang in de greep bleef van een ruzie tussen vooral de Verenigde Staten en de Europese Unie over landbouwsubsidies.
In het landbouwdossier is de belangrijkste afspraak dat de Europese Unie in 2013 de meest handelsverstorende exportsubsidies (ter aarde van 2,7 miljard euro) heeft afgebouwd. De EU eiste met resultaat dat de VS voedselhulp, die niet direct nodig is voor noodsituaties, achterwege laten. Die vorm van hulp, met bij Amerikaanse boeren opgekocht graan, is net zo handelsverstorend als de exportsubsidies.
De 49 minst-ontwikkelde landen krijgen toegang voor 97 procent van hun producten op de markten van de rijke landen. Toch uitten de internationale hulporganisaties veel kritiek op de uitkomst van de WTO-top. Omdat bijvoorbeeld aan de overheidssteun voor Amerikaanse katoenboeren niet wordt getornd, blijven ontwikkelingslanden slachtoffer van oneerlijke concurrentie.
Minister Brinkhorst van economische zaken was opgelucht dat de strijd over de exportsubsidies is opgelost. De EU werd door die kwestie stevig in het nauw gedreven. Nu kunnen we weer in het offensief, sprak de bewindsman.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.