De Nederlandse markt voor kabeltelevisie zal nog vele jaren te weinig concurrentie kennen en dus moeten de prijzen wel degelijk gereguleerd worden.
Dat schrijft telecomtoezichthouder Opta aan de Europese Commissie. De commissie heeft vorige maand voorstellen van de Opta in een uiterst kritische brief afgewezen. Maar volgens de Opta heeft Brussel daarbij principiële fouten gemaakt en onder meer argumenten van de kabelmaatschappijen zelf te zwaar laten wegen.
De commissie ziet potentiële concurrenten voor kabel-tv die nu al door hun mogelijke verovering van marktaandeel de prijzen van kabel-tv laag houden. De Opta vindt dit een onaanvaardbare redenering. Bij veel telefoniemarkten is sprake van (meer) potentiële concurrentie en veel lagere marktaandelen dan op de rtv-markten in Nederland waar kabelaars 90 procent van de markt hebben. Toch twijfelt de commissie er niet aan dat de telefoon gereguleerd moet worden, schrijft de Opta.
De toezichthouder wil de tarieven voor de kabelabonnementen kunnen bepalen omdat bedrijven als UPC, Casema en Essent hun prijzen nu nog vrijwel onbeperkt kunnen verhogen. Mochten Opta en Brussel er niet uitkomen, dan volgt het eerste conflict van een Nederlandse instelling met de Nederlandse eurocommissaris Kroes.
De Opta verwacht de komende jaren nog weinig concurrentie van satelliet-tv en internet-tv. Gisteren bevestigde een onderzoek naar IP-tv van Screen Digest die visie. In 2009 zal pas 9,4 procent van de Europese kijkers tv via internet ontvangen. Dat is dan vooral in Italië (20 procent), Frankijk (17) en Spanje (16). Nederlanders hebben door een landelijk dekkend kabelnet last van een remmende voorsprong en zullen de kabel niet massaal opzeggen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.