Maaike (19) begon zichzelf acht jaar geleden te slaan en later te snijden. ,,Het geeft me rust.“
,,Als ik mezelf snij, voel ik geen pijn. Het geeft me een soort rust. De pijn komt pas achteraf, en het schuldgevoel. Vroeger at ik dan soms een appel omdat dat wél goed was. Ik was slecht, dat ik mezelf sneed was slecht en met die appel compenseerde ik dat.
De reden om mezelf te beschadigen is steeds veranderd. Ik heb het gedaan omdat mijn ouders nooit over problemen wilden praten, om controle over iets te hebben, omdat ik me rot voelde, omdat ik niks voelde. Ik begon op mijn elfde, zette mijn hand op de deurpost en gooide de deur dicht. Later sloeg ik mezelf met een hamer, en met mijn armen tegen een muur.
Ik was 13 toen de huisarts zei dat ik een burn-out had. Ik sloeg mezelf al twee jaar en zat onder de blauwe plekken. Mijn moeder dacht dat ik een bloedziekte had. Op school zagen ze die blauwe plekken ook. We moesten naar de riagg, ze dachten dat ik thuis mishandeld werd.
Met de hulpverleners daar heb ik nooit gepraat. Ik heb ze niet verteld dat ik zelf die blauwe plekken had gemaakt, dat mijn ouders me niet sloegen. Later heb ik me daar wel schuldig over gevoeld, maar in die tijd kon het me allemaal niks schelen. Ik wilde dat iedereen me gewoon met rust zou laten.
Uiteindelijk besloten de hulpverleners dat we in gezinstherapie moesten. Mijn ouders wilden dat niet, want dan moest mijn broer ook mee. En die had er niks mee te maken, vonden ze. Mijn ouders zeiden: 'We stoppen met de riagg, we gaan het gewoon gezellig maken thuis'. Dat was dat. Ik heb het echt geprobeerd, dat gezellig maken. Mezelf even niet beschadigen. Maar na een tijdje begon ik toch weer.
Een halfjaar later werd ik bang van mezelf, van wat ik deed. Het werd zomer en ik maakte me zorgen. De zomer is een heel vervelende tijd voor zelfbeschadigers: het is warm, maar je durft geen korte mouwen te dragen. Stiekem wilde ik wel dat mensen het zouden zien. Dan dacht ik: Ik doe mijn mouw een klein stukje omhoog. Maar ik durfde steeds niet.
Ik ben naar de vertrouwenspersoon op school gegaan en heb mijn mouwen opgestroopt. Ze heeft geen instanties gewaarschuwd. Dat was heel fijn. Ik ging vaak bij haar langs, langzaamaan praatten we er steeds meer over. Ze gaf me een krantenartikel dat ging over iemand die zichzelf beschadigde. Voor het eerst zag ik: ik ben niet de enige.
Uiteindelijk heeft de vertrouwenspersoon me naar een klassiek homeopaat doorverwezen. Daar kom ik nog steeds. Met hem kan ik heel goed praten. Ik snijd mezelf nu hooguit één keer per maand. En ik voel me steeds beter. Dat is het belangrijkste.“
De geïnterviewde wilde niet met haar volledige naam in de krant
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.