Vroeger had je Israël en Laseroms. Dat waren krachtdadige jongens die op het gebied van hardheid geen zee te hoog ging. Israël kon er ook nog verschrikkelijk goed bij voetballen. IJzeren Rinus was in alles een opvallende man. Ik moest altijd erg om hem lachen, behalve wanneer hij mij met zijn kolenschoppen een hand gaf. Dan kon ik een dag geen pen meer vasthouden. Sprak je met zijn maat in het kwaad Laseroms, dan kon je je amper voorstellen dat Cruijff voor deze vierkante Brabander doodsbang was. Laseroms had nooit de baard in de keel gekregen, maar onder zijn piepstemmetje spanden zijn spierballen, staken de messen uit zijn schoenen en kreeg hij zijn kousen nauwelijks nog over zijn ballonkuiten. Cruijff deed het tegen deze booswicht graag rustig aan, want Theo had de gewoonte voor de aftrap even naar Johan toe te lopen en dan in het voorbij gaan te sissen: 'Zeg Cruijff, als jij vanmiddag bij ons in het strafschopgebied durft te komen, dan zorgen Rinus en ik ervoor dat je er alleen per brancard weer uit komt.'
Grapjes over brancards deden in die dagen wel vaker de ronde. Suurbier en Hovenkamp, als vleugelverdedigers ook van die leuke boeven in het Nederlands elftal, wilden nog wel eens wedden wie het eerst zijn tegenstander had liggen. Met of zonder brancard het veld af, daar werden weddenschappen over afgesloten. Foei, natuurlijk foei, maar in die tijd kon het allemaal en er waren ook niet veel voetballers die er over klaagden.
Hoe anders kijk ik heden ten dage aan tegen de actuele krachtpatsers. Rare types vind ik het nu en eentje in het bijzonder vind ik zelfs buitengewoon eng. Die ene zag ik vrijdagavond aan het werk en opnieuw gruwde ik van 'm. Stijn Vreven, armzalige Belg. Deze weinig tot niets kunnende rechtsback zoekt vanaf de aftrap ruzie met iedereen en met de linksbuiten van de tegenpartij in het bijzonder. Laseroms, Israël, Suurbier, Hovenkamp, het waren killers van professie, maar ondanks hun rauwe manier van voetballen, hielden zij toch altijd het respect van publiek en tegenstanders. Die Vreven kan daar geen recht meer op doen gelden, want hij komt akelig dicht in de buurt van openlijke geweldpleging. Deze back deelt voortdurend uit, maar kan zelf niets incasseren. Dat zijn de engsten. Van oudsher vind ik Vitesse een ontzettend leuke vereniging, maar vanwege Vreven kan ik alleen maar hopen dat Vitesse dit seizoen naar de eerste divisie degradeert. Om Vreven ben ik ook seizoenen heel erg tegen FC Utrecht geweest.
Vreven is als voetballer één brok voetbalgekte en een stuwmeer aan frustratie. De trainer die hem steeds weer opstelt durf ik van kwader trouw te beschuldigen, want wie van voetbal houdt -en dat mag ik van voetbaltrainers toch verwachten- stelt Stijn Vreven niet op. Het is altijd weer hetzelfde gedonder. Met zijn zware lijf intimideert hij vanaf de aftrap zijn tegenstander. Zijn armen zwaaien vervaarlijk rond, een schouderduw van Vreven is altijd een bodycheck naar het voorbeeld uit het ijshockey en als de linksbuiten erg lastig wordt, gooit Vreven ook nog zijn dikke achterwerk in de strijd. Stijn Vreven is met kilometers afstand niet alleen de naarste, maar in zijn spel ook de allerdomste voetballer die ik ken. Onbegrijpelijk dat scheidsrechters niet veel harder optreden tegen deze maniakale back. Vrijdag was Bas van Dongen bij Sparta-Vitesse de scheidsrechter van dienst. Hij was de verschrikkelijke overtreding van de Spartaan Rachid Bouaouzan op de arme Niels Kokmeijer van Go Ahead blijkbaar nog niet vergeten. Vreven mocht alles, Bouaouzan moest alles maar verdragen en verder niet zeuren. Vreemde manier van fluiten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.