Dolores Zorreguieta maakt kunst die de dictatuur in Argentinië weerspiegelt. Ze exposeert komende maanden in het Cobra Museum in Amstelveen.
Ze heeft een obsessie voor geweld, dood, bloed en monsters. Maar Dolores Zorreguieta is niet de sombere kunstenares-met-gekwelde-blik die je verwacht op grond van haar werk.
Daarin staan altijd de zwarte en gruwelijke kanten van het leven centraal. De halfzus van prinses Máxima blijkt een innemende en humoristische vrouw. Onbevangen praat ze over de invloeden die in haar werk zichtbaar zijn van de moorden en martelingen van de militaire dictatuur in het Argentinië van de jaren zeventig en de omstreden rol van haar vader Jorge Zorreguieta, die minister van landbouw was tijdens dit regime.
Het was even schrikken, vertelt Dolores Zorreguieta (1965), toen ze voor het eerst het Cobra Museum in Amstelveen bezocht dat haar had uitgenodigd voor een grote overzichtstentoonstelling. Ze had wel eerder tentoonstellingen gehad, in Buenos Aires en in een galerie in New York, waar ze sinds 1992 woont en werkt, maar op zo'n enorme ruimte was ze niet voorbereid. ,,Ik was overdonderd en realiseerde me dat ik als een gek aan het werk moest om die zalen te kunnen vullen.“ Ideeën heeft ze genoeg, vertelt ze in het Cobra Museum, waar ze de laatste hand legt aan de inrichting van haar expositie, maar de uitvoering is vaak het probleem. ,,Het kan briljant worden of een ramp.“ Op dat smalle koord balanceert ze voortdurend en dat is geen pretje. ,,Maar ik wíl dat nu eenmaal: alleen kunst maken die betekenis heeft.“
Als kleuter was al duidelijk dat ze later iets kunstzinnigs zou gaan doen. Op 4-jarige leeftijd kon ze al heel goed tekenen en schilderen. Ze was de jongste in een gezin van drie kinderen, maar groeide op bij haar moeder. Haar ouders gingen uit elkaar toen ze twee was. Haar vader zou later hertrouwen en nog vier kinderen krijgen, onder wie de huidige prinses Máxima. De jaren van de militaire dictatuur - ze noemt het zelf de donkere periode in de geschiedenis van Argentinië en in haar eigen leven - heeft ze bewust meegemaakt. ,,Ik was elf toen het begon, de democratie kwam op mijn zeventiende. Ik was toen een gekwelde tiener, voelde me niet op mijn plek. Mijn moeder was professor in de filosofie. Ze was gewend over alles heel open te praten en dat kon toen niet meer. Er was een groot contrast tussen ons persoonlijke leven en het politieke klimaat.“ Ze is ervan overtuigd dat de pijn, angsten en onzekerheid die je op jonge leeftijd ervaart, invloed hebben op je latere leven. Voor haar is die periode de voedingsbodem voor haar werk als kunstenares. Maar dat realiseerde ze zich pas toen ze naar New York was vertrokken, waar ze in 1994 het 'sleutelwerk' maakte waarop ze sindsdien voortborduurt: Wounds, een installatie van tachtig in de lucht zwevende 'rollades' als vleesgeworden wonden die verwijzen naar massamoorden. Dat is de eerste associatie, al kun je er ook cocons in zien als voorbode voor nieuw leven. Niet alleen haar jeugdherinneringen voeden haar, ook haar ervaringen met geweld in New York spelen een belangrijke rol. ,,In de media, in de entertainmentindustrie, op straat, in New York is geweld overal zo manifest aanwezig.“
Ze heeft nooit de bedoeling gehad met haar kunst een persoonlijke confrontatie aan te gaan met haar familie. ,,Ze hebben me altijd gesteund, ook al waarderen ze niet alles wat ik maak. Met mijn vader praat ik ook vaak over mijn werk, al geniet hij er niet altijd van. Maar ik kan niet anders: mijn kunst is een plek waar het onbehagen heerst. Die duistere kant, de pijn en angst diep in mijn hart, drijven me. Ieder kunstwerk is een poging angsten en demonen uit te drijven. In feite is mijn werk een eindeloze reeks reïncarnaties van hetzelfde thema.“
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.