Toen hij nog dienstdoend predikant was, kreeg ds. Van Gorsel uit Bergambacht op catechisatie wel de vraag voorgelegd, waarom christenen gelijk hebben en al die andere godsdiensten niet. Dan zei hij altijd: “Jongens, er is één kenmerkend verschil. Bij alle andere religies zetten we een laddertje naar de hemel om zo tot God op te klimmen. De Bijbel leert dat God vanuit de hemel een ladder op de aarde heeft gezet. We hoeven niet naar Hem op te klimmen, Hij is tot ons afgedaald.“
Daarmee is volgens hem het fundamentele verschil tussen christendom en islam aangegeven: “Allah is een strenge god, die onvoorwaardelijke gehoorzaamheid eist. (...) Het is een loondienst, (...) een slavendienst. Van liefde van Allah voor zijn schepselen is in ieder geval niets te merken.“
Nee, dan de God van de Bijbel: die zag zijn schepselen 'in schuld en vloek verloren liggen' en zond zijn zoon. 'Alzo lief heeft God de wereld gehad dat Hij Zijn Eniggeboren Zoon gegeven heeft': voor een moslim moet dat volgens Van Gorsel klinken als vloek of godslastering. Want God is Eén en kan geen Zoon hebben; bovendien wijst de islam de kruisdood en het offer van Christus van de hand. “Een Priester Die sterft voor de zonden hebben ze niet nodigt“, schampert de dominee, die denkt dat het allemaal te maken heeft met 'het bagatelliseren van de zonde'. “Er gaapt een wijde kloof ten aanzien van de verzoening. Voor de boodschap van de engel aan de herders -Ik verkondig u grote blijdschap - is in de islam geen plaats.“
Kerk in Den Haag kiest voor een andere zijsprong. Het blad gaat te rade bij het manicheïsme. Deze, door de Pers Mani in de derde eeuw gestichte, gnostische wereldkerk was gebaseerd op innerlijk doorleefde tegenstellingen: goed/kwaad, ziel/stof, én licht en donker - “de woorden die bij Kerstmis horen en altijd indruk maken. Maar waarom maken ze eigenlijk indruk? Misschien kan Mani helpen“, oppert het blad, maar hoe dan blijft helaas in duisternis gehuld.
Het Groningse Kerk in de Stad laat voor de verandering geen predikant aan het woord, maar 'gewone kerkganger' Marieke Laauwen, die vertelt over 'haar zoektocht naar de betekenis van het kerstfeest'.
Daar heeft ze wat mee af geworsteld, zo blijkt. Van 'helemaal niets met Jezus' hebben, luisterde ze jaren later, inmiddels moeder geworden, met heel andere oren naar het kerstverhaal. Maar nog was daarmee de vraag, wat er dan te vieren viel, niet beantwoord. Kerst als universeel geboortefeest? Zou kunnen, maar te oppervlakkig, vond ze.
“Tot ik me ineens realiseerde dat God in Jezus op aarde is verschenen. God als baby, net zo kwetsbaar en weerloos als mijn baby's. God afhankelijk van mensen. Als dat zo is“, bedacht ze, “ben ik ook verantwoordelijk voor Gods koninkrijk. Op dat moment ging kerst leven.“
Ds. M.A. Smalbrugge uit Aerdenhout probeert in de Adventsbode het heimwee en het verlangen onder woorden te brengen, dat ook veel anderen bij het kerstfeest zullen voelen. “Je maakt je tafel extra mooi. Waarom? Omdat je iets van de hemel op aarde wilt weergeven. Je vertelt het kerstverhaal, zelfs als je helemaal niet gelovig bent. Waarom? Omdat je misschien niet in God gelooft, maar wel wilt geloven dat deze wereld een ziel nodig heeft om te overleven. Je nodigt mensen uit. Waarom? Niet omdat je zo geniet van de drukte, maar omdat je wilt geloven dat gemeenschap belangrijk is in het leven. Je luistert naar kerstliedjes. Waarom? Niet omdat je de sentimentele kant ervan niet zou zien, maar wel omdat je soms heimwee wilt voelen dat je bijna nooit meer voelt. Je gaat naar een kerk, misschien alleen die ene keer midden in de nacht. Waarom? Omdat je niet zonder het idee 'vrede' wilt leven, ook al ben je realist genoeg om te zien dat wij soms meer van oorlog houden dan van vrede.“
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.