Standaardwerken over de oudste christelijke geschriften beschouwen het 'Geheime evangelie' van Marcus als een authentiek document, misschien wel betrouwbaarder dan het bijbelse evangelie zelf. Strijders voor homorechten vinden er het bewijs in dat Jezus homoseksueel was. Maar het document is een vervalsing. Een knappe, dat wel, en eentje met een boodschap.
In 1958 maakte Morton Smith, net benoemd als hoogleraar aan de Columbia University in New York, een sensationele vondst bekend. Toen hij bezig was met een inventarisatie van de bibliotheek van het Grieks-orthodoxe Mar Saba klooster niet ver van Jeruzalem, vond hij op de laatste pagina's van een oud boek een Grieks manuscript.
Het ging om een tot op dat moment onbekende brief van de kerkvader Clemens van Alexandrië aan een zekere Theodorus. In deze brief waarschuwt Clemens tegen een versie van het evangelie van Marcus dat door de carpocratianen (gnostici uit de tweede eeuw) vervalst zou zijn.
Volgens Clemens zijn er minstens drie versies van het evangelie van Marcus: toen hij met Petrus in Rome was, maakte Marcus een selectie uit de verhalen over de Heer, bedoeld voor het onderricht aan de catechumenen. Na de dood van Petrus ging Marcus naar Alexandrië waar hij een nieuwe versie maakte door aan het bestaande evangelie verhalen toe te voegen, uitsluitend bedoeld voor lezers die een hoger geestelijk niveau hadden bereikt.
Deze versie kregen vervolgens de carpocratianen in handen; zij vervalsten het door er eigen elementen aan toe te voegen. Theodorus heeft gehoord dat daarin een scène voorkomt over 'een naakte man met een naakte man'. Clemens antwoordt dat hij deze scène in de tweede versie van Marcus niet is tegengekomen en citeert dan letterlijk de scène waarop gedoeld zou kunnen zijn. In dit verhaal wekt Jezus een gestorven jongeman op. Deze man vat een liefde op voor Jezus en dringt erop aan bij hem te mogen blijven. Het verhaal mondt uit in de volgende scène: “En na zes dagen gaf Jezus hem een opdracht. Toen het avond geworden was, kwam de jongeman naar hem toe met alleen een linnen doek om zijn naakte lichaam. En hij bleef die nacht bij hem, want Jezus leerde hem het geheimenis van het Koninkrijk van God.“ Er staat bij, dat Jezus de aanwezige vrouwen niet wilde ontvangen.
Een maand geleden verscheen het boekje 'The Gospel Hoax' van Stephen C. Carlson dat een verrassend nieuw licht op deze discussie werpt. De auteur is er stellig van overtuigd dat het manuscript met de brief van Clemens en het 'Geheime evangelie' van Marcus een vervalsing van de hand van Morton Smith is. In zijn onderzoek gaat Carlson als een detective te werk. Het manuscript is intussen verdwenen, maar aan de hand van de door Smith en anderen gemaakte foto's is wel het handschrift te analyseren. Jurist Carlson gebruikt daarvoor een in het justitieel onderzoek gangbare methode om een vervalst handschrift van het origineel te onderscheiden. Kenmerkend voor het handschrift van een vervalser zijn bijvoorbeeld kleine inktvlekken midden in een haal, die ontstaan wanneer de schrijver aarzelt of hij het wel precies genoeg doet en zijn pen even van het papier haalt. Als je deze methode toepast op het door Morton Smith 'ontdekte' manuscript en het vergelijkt met andere manuscripten uit hetzelfde klooster, vertoont het handschrift waarin de brief van Clemens geschreven is alle typische kenmerken van een vervalser. Bovendien vertonen letters die afwijken van de in het Mar Saba klooster gebruikelijke types een opmerkelijke overeenkomst met het Griekse handschrift van Morton Smith zoals we dat kennen uit aantekeningen van hem. Daar komt bij dat Smith zelf volgens Carlson verborgen aanwijzingen heeft gegeven over de werkelijke auteur van het manuscript. Zo bestaat er in de bibliotheek van het Mar Saba klooster een manuscript waarin een klein gedeelte beschreven is met precies hetzelfde handschrift als dat van de brief van Clemens. Morton Smith schrijft dit toe aan een auteur uit de 20ste eeuw, genaamd M. Madiotes. In de beschikbare online Griekse telefoonboeken heeft Carlson deze naam niet kunnen ontdekken. Wel heeft hij ontdekt dat het Griekse woord dat aan deze naam ten grondslag ligt twee betekenissen heeft: 'kaal' en 'bedrieger'. Smith was, toen hij dit onderzoek deed, al kaal. De aangeduide persoon vertoont dus een opmerkelijke gelijkenis met Morton Smith zelf.
Een ander belangrijk punt in Carlsons betoog vormen de anachronismen: sommige elementen in de brief van Clemens zijn eerder gericht op een publiek van de 20ste eeuw dan op antieke lezers. Het homo-erotische aspect is een voorbeeld daarvan. Diverse aspecten in het betoog van Clemens doen denken aan een homo-erotische verhouding: in de versie van Marcus die de carpocratianen kenden, was sprake van 'een naakte man met een naakte man'. In het 'Geheime evangelie' zoals Clemens dat citeert, wordt niet alleen gezegd dat de jongeman Jezus liefhad, maar ook dat hij bijna naakt naar Jezus kwam en de nacht met hem doorbracht. Onderstreept wordt het homo-erotische aspect bovendien door de vermelding dat Jezus de vrouwen niet wilde ontvangen. Morton Smith was zelf homoseksueel. In de jaren waarin hij aan dit manuscript werkte, was de strijd om de rechten van homoseksuelen in Amerika losgebrand. Modern in de homo-erotische relatie in het 'Geheime evangelie' is het feit dat het om twee mannen gaat met een gelijke sociale status: van de jongeman wordt uitdrukkelijk gezegd dat hij rijk was. In de oudheid was openbare homoseksualiteit eerder een aangelegenheid van mensen met een ongelijke sociale status: een volwassene en een jongen, of een heer en een slaaf. Zo zijn er meer aspecten in de brief van Clemens die eerder op een modern dan op een antiek publiek gericht zijn.
Carlson toont voorts aan de hand van het werk van Morton Smith aan, dat deze geleerde meer dan enige ander de capaciteiten had die nodig zijn voor een dergelijke vervalsing. Ook probeert hij aannemelijk te maken dat hij de motieven ervoor had: Smith schiep er regelmatig behagen in het establishment uit te dagen. Ook de strijd om de rechten van de homoseksuelen zal een motief geweest zijn. Verder kan het een manier geweest zijn om niet alleen zijn eigen capaciteiten, maar ook die van de academische wereld te testen.
Iedereen die intussen van de onechtheid van de brief van Clemens en het 'Geheime evangelie' van Marcus overtuigd is, is het over één ding eens: het is geniaal gedaan. Als Smith inderdaad de bedoeling heeft gehad om de academische wereld te testen, dan is het boek zonder twijfel geslaagd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.