Dat VVD-kamerlid Visser de wet wil aanpassen om te voorkomen datkinderen van illegalen bijstand krijgen, klopt juridisch van geen kant.Nederland is gebonden aan internationale verdragen.
Kinderen van illegaal verblijvende vreemdelingen hebben recht opbijstand voor onder andere voeding en kleding. Terecht leidde de CentraleRaad van Beroep dit af uit het Internationaal Verdrag inzake de Rechten vanhet Kind (IVRK).
Ieder mens heeft recht op een adequate levensstandaard. Voedsel, kledingen onderdak maken daar deel van uit. Dit is geregeld inmensenrechtenverdragen waar Nederland aan gebonden is. Het staat in artikel11 van het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en CultureleRechten uit 1966 en specifiek voor kinderen in artikel 27 van hetInternationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind uit 1989.
Beide verdragen kennen ook een bepaling die zegt dat er ten aanzien vandit recht op geen enkele grond discriminatie mag plaatsvinden. Dus ook nietop grond van het feit dat iemand vreemdeling is en geen verblijfsstatusheeft in Nederland. Precies dit punt heeft de Centrale Raad van Beroep zeerterecht gebruikt in zijn uitspraak van 8 augustus waarin met verwijzingnaar het IVRK bepaald werd dat ook kinderen van illegaal verblijvendeouders recht hebben op een vorm van bijstand voor voedsel, kleding enandere noodzakelijke kosten.
Het hoeft ons niet te verbazen dat de overheid moeite heeft de gevolgenvan deze uitspraak te aanvaarden. Maar er is toch echt geen sprake van eenrechter die op de stoel van de bestuurder gaat zitten, zoals VVD-kamerlidArno Visser stelde in het interview in Trouw van 12 augustus. De rechterheeft de mogelijkheid zij het niet onbeperkt om het Nederlandse rechtte toetsen aan verdragen waaraan Nederland gebonden is. Dat is rechtspraaken geen bestuur. Als toetsing aan de Grondwet mogelijk wordt, kan derechter, anders dan Visser blijkbaar denkt, bovendien nog steeds óók aanverdragen toetsen.
Het zal niet de eerste keer zijn dat door de Nederlandse overheid gezegdwordt: dan passen we de wet wel aan. Ook aanpassing van de wet verandertechter niets aan het feit dat Nederland aan het IVKR gebonden is. DeCentrale Raad van Beroep heeft dit verdrag correct geïnterpreteerd. Mochtde wet aangepast worden om kinderen van illegaal verblijvenden toch weeruit te sluiten van bijstand, dan zal de wet in strijd zijn met het verdragen zal Nederland dus niet in overeenstemming handelen met haarinternationale verplichtingen. Of de rechter nu wel of niet aan het verdragkan toetsen, maakt daarvoor niet uit.
Visser meent dat de rechter zelf bedacht heeft dat niet de Ghanese maarde Nederlandse overheid zorg zou moeten dragen voor de Ghanese kinderenwaar het in de betrokken uitspraak om ging. Ook hier echter heeft derechter een juiste interpretatie gegeven van het IVRK. Daarin staatnamelijk dat de rechten die het verdrag noemt, gegarandeerd moeten wordenvoor ieder kind dat valt onder de rechtsmacht van de staat. Een kind datzich op Nederlands grondgebied bevindt, valt onder Nederlandse rechtsmacht.Dat is ook geen werking die nooit is beoogd zoals Visser het noemtvrijwel alle mensenrechtenverdragen werken op deze wijze. Geen wonder:het gaat om rechten die ieder mens heeft, waar hij of zij zich ook bevindt,wat zijn afkomst of status ook is.
De vergissing die steeds weer gemaakt wordt, is dat gedacht wordt dathet realiseren van een recht op een adequate levensstandaard voor illegaalverblijvenden ook betekent dat zij ook een status moeten krijgen. Dit zijntwee geheel verschillende kwesties. Een recht op een adequatelevensstandaard zegt niets over de vraag of iemand in Nederland mag blijvendan wel mag worden uitgezet. Zolang een kind zich op het Nederlandsegrondgebied en dus onder de Nederlandse rechtsmacht bevindt heeft deNederlandse overheid de plicht om bij te springen wanneer mensen op geenenkele andere wijze zelf aan voldoende voedsel of onderdak kunnen komen.Tot het moment van daadwerkelijke uitzetting mogen kinderen in elk gevalniet van voedsel en kleding verstoken blijven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.