Nederland moet niet weer beginnen aan ontwikkelingshulp voor Indonesië.Want subsidie verstoort de zelfstandige natie.
CDA-senator Van Gennip haalt in Trouw van 12 augustus een merkwaardigehistorische anomalie tevoorschijn. Hij bepleit hervatting van de publiekehulprelatie op het moment van de viering en officiële Nederlandseerkenning van s lands eigen datum van onafhankelijkheid. Daarbijbagatelliseert hij dat de vroegere hulprelatie mede door hetpaternalistische optreden van de toenmalige minister Pronk door deIndonesiërs zelf op politieke gronden werd beëindigd.
De jaren daarna Van Gennip ontkent het niet werden gekenmerkt doorwanbeleid en corruptie waardoor ook multilaterale instituten en hetbedrijfsleven Indonesië links lieten liggen. Inderdaad toont het nieuwebewind van president Yudhoyono veelbelovende veranderingen maar deberichten over corruptie en misbruik van tsunami-gelden manen tot eenafstandelijke benadering. Maar er is meer. Van Gennip blijft steken in deklassieke publieke hulp waarvan het de vraag is of zij deontwikkelingslanden echt vooruit hielp, in de zin van zelfvoorziening. Nuis het moment voor Nederland om te kiezen voor een nieuwe aanpak. Publiekehulp moet voorgoed tot het verleden gaan behoren. Dat voorkomthulpverslaving, paternalisme van donoren en corruptie.
De relatie tussen Indonesië en Nederland kan slechts bloeien op basisvan gelijkwaardigheid en zakelijke banden. Die paar centen aan subsidie ofhulp verstoren de merites der soevereiniteit. Minister Bot toont een goedinitiatief om Indonesië te bezoeken op het door hen gekozen moment vanherdenking van hun begin van onafhankelijkheid.
Het lijkt een speling van het lot dat tezelfdertijd, 43 jaar geleden,Nederland en Indonesië het Verdrag van New York tekenden dat de Papoeasrecht op eigen ontwikkeling beloofde. De schandalige en wrede behandelingdoor Indonesië van het volk der Papoeas is a forteriori eenandersoortige reden om de hulprelatie thans niet te hervatten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.