*

 

Elk mens is een xenofoob Eén vraag aan God: Waar gaat het allemaal om? Ivo van Hove

door Colet van der Van − 17/08/05, 00:00

Stel, God bestaat en je mag hem één vraag stellen. Wat vraag je dan?Vandaag, tot besluit van een zevendelige serie: Ivo van Hove, directeur enregisseur van Toneelgroep Amsterdam.

Ik weet niet wie Ivo van Hove is. Ik geloof niet dat je altijddezelfde bent. Als ik s ochtends opsta ben ik een ander dan wanneer ikoverdag repeteer of s avonds een boek lees. Een mens is eencaleidoscoop.

Schets eens een aspect van die caleidoscoop.

Ik ben een schorpioen en een schorpioen heeft een zachte kant, maardie is op het eerste gezicht niet zo goed te zien.

De scharen springen meer in het oog?

Ik heb een strenge blik. Dat is een lastig trekje. In mijn werk ishet belangrijk dat mensen niet bang of op hun hoede zijn. Dat ze hun hartdurven bloot te leggen, durven te falen, hun problemen met me durven tedelen. Voor die openheid moet ik mijn best doen. Die is voor mij nietvanzelfsprekend.

Heb je nog iets met de God aan wie je je vraag gaat stellen?

Ik heb eerste communie gedaan, plechtige communie, ben misdienaargeweest maar heb geen diepe verbondenheid met het geloof. Ik kan nietzeggen dat God mij geraakt heeft. Van grote afstand kijk ik naar de kerkals instituut. Ik houd niet van een kerk die zich te veel met politieke enmaatschappelijke problemen bezighoudt, vertelt wat wel en niet mag. Als jemaatschappelijke vraagstukken vermengt met religieuze overtuigingen leidtdat in mijn ogen tot desastreuze opvattingen, zoals over abortus eneuthanasie.

De kerk vaardigt enkel njet uit. Het doet me denken aan het oudeRusland.

Je hebt op het internaat gezeten bij de paters. Wat heb je er geleerd?

Ik heb het gevoel dat ik die zes jaar op het internaat, van mijnelfde tot mijn zeventiende, het hele leven al een keer geleefd heb. Ik heber alles meegemaakt. De eerste verliefdheden, ontgoochelingen, ruzies,vernederingen, gevoelens van eenzaamheid en rouw. Alles.

Schiep zon heel leven op kostschool een afstand tussen jou enje ouders?

Ik kom uit Kwaadmechelen in Belgisch Limburg, een dorpje vanmijnwerkers en boeren. Ik was de zoon van de apotheker en dat is geen leukepositie in zon kleine gemeenschap. Ik had het gevoel een outsider tezijn, niet geaccepteerd te worden. Ik was blij dat ik daar weg kon.

Op het internaat leerde ik los van mijn ouders tegen het leven aan tekijken. Pas na mijn dertigste kwam het besef terug dat ik toch een zoon vanhen beiden was. Ik zag dat ik op hen leek. Daarvóór dacht ik dat ikanders was, exclusief. Mezelf gemaakt had bij wijze van spreken.

Waarin leek je op hen?

Mijn vader was een sociale man die na de mis op zondagmiddagtournées generales gaf in het café. Allemaal een pintje. Hij had in zijnapotheek dagelijks contact met 150 tot 200 mensen en kon met iedereenpraten. Ik heb enerzijds dat sociale maar ook het huismussige van mijnmoeder. De gordijnen dicht en me terugtrekken in mijn eigen wereld.

Terug naar God. Welke vraag zou je hem willen stellen?

Waar gaat het allemaal om? Dat is toch de vraag waar je in het levendagelijks bewust of onbewust mee bezig bent. Maar misschien is er nietéén grote vervulling. Kan dat ook niet. Neem het verhaal van Romeo enJulia. Hun liefde en seksuele passie ontvlammen in zon grote hevigheiddat ze binnen drie dagen ervoor kiezen om te sterven. Zelfmoord. Voor mijis dat een metafoor voor het bestaan. Ik geloof niet dat je passioneel kuntleven. Passie gaat voorbij. Ik vind dat niet negatief, eerder eengeruststelling. Geluk is voor mij het accepteren van de relativiteit vande dingen.

Waar gaat het zeker níet om in het leven?

Alles hoort tot het bestaan. Ook het geweld en de verschrikkingen.Wij proberen daar als geciviliseerde burgers mee om te gaan, maar ik geloofdat elke mens fundamenteel een xenofoob is, de vreemdeling en dat isiedere ander haat. In een liefdesrelatie wil je één worden maar datis onmogelijk. Daarmee leren leven vind ik belangrijk. Accepteren dat eenander dingen kan doen die je verafschuwt.

Mijn laatste toneelstuk, Scènes uit een huwelijk ging daarover.Op het einde, wanneer het paar allang gescheiden is, gooien ze elkaar deverschrikkelijkste verwensingen naar het hoofd, maar ze accepteren die. Datis voor mij een utopie. Een geluksdroom. Iedere liefdesrelatie moet een odeaan de tolerantie zijn. Maar zolang de demonen niet uit die lichamen zijn,kan er geen harmonie tot stand komen.

Je zegt niet: we zouden de xenofoob in ons moeten uiroeien?

Elke keer als we dat proberen heeft het een averechts effect. Je moethet xenofobe een plaats geven. Het is toch vreemd dat mensen naar toneelgaan om Medea haar kinderen te zien vermoorden? Dat wil je in dewerkelijkheid niet meemaken maar wel in het theater. En mensen zijnonthutst, wat betekent dat ze iets herkennen. Een kunstenaar moet mensende gelegenheid bieden hun driften en instincten te ventileren. Waaromhebben extreem-rechtse partijen zoveel aanhang? Omdat het uitzweten vanirrationele krachten nergens meer een plek heeft en frustratie toch eenuitweg zoekt. De kunsten kunnen die plek bieden.

Je maakt fysiek theater. Blauwe-plekken-theater is het ook wel genoemd.Welke gedachte zit daarachter?

Geen. Het is mijn temperament. Blijkbaar hoort dat bij mij. Ik maakheftig theater maar theater gaat over fantasieën en die zijn vaakgewelddadig of seksueel.

Chaos is een woord wat vaak terugkomt bij jou.

Ik sta bekend als een control-freak, maar dat is angst voor chaos.Een wanhopige poging om het bestaan richting te geven, maar ook eennoodzakelijke. Je kunt niet in chaos leven, al zul je moeten erkennen dathij bestaat. Het is als een pad hakken door een oerwoud.

Ben je wel eens verdwaald in dat oerwoud?

Nee, maar ik heb mensen om me heen die me ervoor behoeden wanneer datdreigt te gebeuren.

Je hebt eens gezegd dat je je creativiteit beschouwt als een vorm vanvoortplanting.

Ik woon samen met een man. We hebben lang geleden één keer ruziegehad over kinderen en sindsdien ligt het onderwerp achter ons. Daarom ismijn creativiteit een vorm van voortplanting. Ik hoop dat iets van wat ikmaak, blijft voortbestaan.

Een ander woord dat vaak terugkomt bij jou is verlangen.

Als je dat niet meer hebt ben je dood. Ik verlang altijd dat de dagvan morgen iets zal brengen wat ik vandaag nog niet hebt meegemaakt. En ikverlang dat ik voor altijd met mijn partner kan samenzijn. Zo burgerlijkben ik ook. Ik heb de behoefte dat iemand om me geeft, ook als ik nurks ofziek ben dat zijn mijn simpele hunkeringen. Op dat vlak ben ik geengroot revolutionair. Daarom maak ik ook toneel. Omdat mijn fantasieën veelgroter zijn dan mijn hunkeringen. Maar wat ik ensceneer wil ik niet in derealiteit meemaken. Ik ben de bangste kip in het repetitielokaal.

mailIcon print |