Als de op een na jongste uit een gezin van tien kinderen, werd ik al vroeg door oudere broers en zussen ingeschakeld als oppas van hun kinderen. De stelregel was: baby's moet je niet verwennen.
Wanneer de baby's huilden, kreeg ik de opdracht mee: wél even kijken, maar niet in je armen nemen, want 'je hebt ze zó verpest!'
Toen mijn oudste dochter werd geboren (1972) wist ik niet beter. Het gevolg: slapeloze nachten, veroorzaakt door het doordringende gekrijs van onze dochter, die met wieg en al (buiten onze geluidszone) een paar keer in de keuken belandde. Toen onze zoon (1975) werd geboren, ging ik er al soepeler mee om, omdat ik langdurig huilen niet langer kon verdragen.
Bij ons derde kind (1978) woonden we in Botswana en hadden contact met Amerikaanse vrienden die overdag hun baby bijna altijd in een draagzak met zich meedroegen, net als trouwens alle Afrikaanse vrouwen. Bij de eerste kik werd het kind getroost of haalden ze het uit de wieg. Bij aanhoudend huilen marcheerden ze er eindeloos mee door de kamer om het stil te krijgen. Dat leek me een beetje te veel van het goede, maar ik was ondertussen wel zo van inzicht veranderd dat ik onze zoon niet langer dan een kwartier liet doorhuilen en hem daarna in mijn armen sloot!
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.