*

 

Wouter Bos en zijn leden

Hoogezand Gert Prins − 02/02/06, 00:00

Maandenlang zijn ook de leden van de Tweede Kamer voor de Partij van de Arbeid bezig met de voorbereiding van de besluitvorming omtrent de uitzending van onze militairen naar de provincie Uruzgan in Afghanistan. Het kamerlid Koenders ziet grote bezwaren. Er wordt een landelijke partijbijeenkomst gehouden, waar blijkt dat de meningen zeer verdeeld zijn. Per saldo wijst een opiniepeiling uit dat 60 procent van de leden van de Partij van de Arbeid tegen uitzending is.

De laatste dagen hebben vele -ook buitenlandse- deskundigen opnieuw hun opvattingen te berde gebracht over het nut en de kans van slagen van deze militaire missie. Wouter Bos vindt daarin reden om te neigen naar instemming. Deze koersverandering vind ik een wonderbaarlijke gang van zaken. Hoe komt het toch dat die maandenlange grote twijfels met het oog op de risico's verbonden aan de uitzending nu plotsklaps zouden kunnen worden weggenomen?

Bos zegt dat hij zijn te verwachten instemming met de uitzending te zijner tijd in het land goed en met droge ogen aan de leden van zijn partij zal kunnen uitleggen. Over het slagen van die boodschap heeft hij blijkbaar geen twijfel. Tegen dergelijke krachtige uitspraken kan ik weinig inbrengen, behalve dat de tijd het zal leren. Wel roept deze handelwijze bij mij de vraag op: heeft het nog zin om lid te zijn van een politieke partij en op een partijbijeenkomst mee te werken aan meningsvorming over te nemen besluiten? Dit in het licht van het feit dat als 60 procent van de leden van een partij een zaak afwijst de fractie van die partij in de Tweede Kamer die boodschap niet aanneemt.

mailIcon print |