*

 

'Ik heb geen keus, alleen ik kan geld verdienen'

door Suzanna Koster − 15/03/06, 00:00

Veel ouders in Pakistan zijn na de aardbeving niet alleen hun huis kwijtgeraakt, maar ook hun inkomen en gezondheid. Hun kinderen moeten daarom voor de familie het geld gaan verdienen.

Een grijze auto stopt voor het kleine kebab-eetcafé in het centrum van Islamabad. De modder spat op. Waqas Mughal loopt naar de chauffeur. “Hoeveel kebab wilt u?“, vraagt de tiener als een volleerde bediende.

Zijn houding verraadt niet dat zijn toekomst er vijf maanden geleden heel anders uitzag. Hij had arts willen worden, maar zijn 17-jarige broer Fiaz die met een succesvol eetcafé het gezin onderhield, is overleden bij de aardbeving van oktober, zijn huis stortte in en zijn vader is te ziek om te werken. “Ik kan niet meer naar school, want niemand anders kan het huishouden betalen“, zegt hij.

Na de aardbeving zijn veel kinderen als Waqas gestopt met school om geld te verdienen. Zo is er een wasserette in de stad die bijna volledig op kinderen draait en zijn er diverse eettentjes waar jonge kinderen de hele dag de gasten bedienen.

Kinderarbeid is niet ongewoon in Pakistan, maar in het Pakistaanse deel van Kashmir was het aantal schoolgaande kinderen altijd relatief hoog, zeggen de autoriteiten in het gebied. Sardar Ashfaq, de regionale ondersecretaris voor educatie, erkent dat dat is veranderd. “We proberen onze studenten weer naar de school te krijgen,“ zegt hij. “Maar het verantwoordelijkheidsgevoel van de kinderen is soms zo groot dat zelfs hun ouders ze niet de school in krijgen.“

In zijn fel groene jasje rilt Waqas van de kou. Hij werkt iedere dag van 7 uur 's ochtends tot 6 uur 's avonds in het smerige eetcafé, maar hij verdient niet genoeg om warme kleren te kopen. Hij maakt plastic tafels schoon, bedient de klanten en haalt kannen water. De regen stort vandaag met bakken tegelijk op het ijzeren plafond en dringt het gebouw binnen door de scheuren in muur.

Terwijl Waqas praat, richt hij zijn blik af en toe op zijn baas, de kebabmaker. Die zit met zijn voeten dicht bij een grote bak met olie. Zo nu en dan valt stof van een ingestort binnenmuurtje naar beneden. De tafels zijn vettig, de borden afgewassen zonder zeep, maar het lijkt de gasten niet te kunnen schelen.

Toen de tiener vijf jaar was, besloot hij dat hij dokter wilde worden. Veel van zijn familieleden waren ziek en hij wilde ze beter maken. “Dat kan niet meer“, zegt hij berustend.

Abdul Shakoor, eigenaar van een eetcafé, bood Waqas een baan aan. “Hij was werkloos. Hij krijgt 100 rupees per dag. Ik denk dat het goed voor hem is“, zegt de eigenaar vol zelfvertrouwen. Maar 1,38 euro is lang niet genoeg voor een gezin van 10 mensen.

Vanuit zijn tent kijkt vader Maqsood Hussain uit op wat er over is van zijn huis. Hij zegt dat hij in een tweestrijd verkeert. “Ik heb geen andere manier om mijn familie te onderhouden, maar toch was het een moeilijke beslissing om hem te laten werken.“

De 22-jarige Rukia is nog steeds woest over haar broertjes moeilijke beslissing. “Onze overleden broer wilde dat dit kind naar school ging. Hij is intelligent. Hij had dokter kunnen worden. We proberen hem te dwingen, maar hij wil niet“, zegt de bijna afgestudeerde studente heftig.

Want Waqas zelf denkt er niet over om de komende tijd te stoppen met werken. “Mijn zusjes en broertjes vragen mijn vader om geld, voor eten, voor warme kleren. Ik heb geen keus. Alleen God kan me hier nog uit redden“, zegt hij met een glimlach.

mailIcon print |