Alle 30000 paramilitairen in Colombia moeten hun wapens inleveren en weer een gewoon beroep leren.
Het piepkleine schooltje van Valparaiso is veranderd in een wapenmagazijn. In het enige klaslokaal tellen mannen van de Colombiaanse geheime dienst de 334 aftandse geweren, mitrailleurs en mortieren. In het venster staan dertien roestige handgranaten op een rij, daaronder 20000 kogels, officiële telling.
Buiten op het sportveldje staan de bijbehorende strijders. Om hun arm een band van de Autodefensas Unidas de Colombia AUC, beter bekend als paramilitairen. Een felle zon brandt het zweet uit hun robuuste koppen. Ze staan er voor het laatst, in deze outfit. Nog een paar uur en dan gaan de uniformen uit.
De meest gruwelijke slachtingen hebben ze op hun geweten. In de jaren tachtig begonnen ze als privé-legertjes van rijke veeboeren die, bij gebrek aan actie door de staat, zichzelf maar gingen verdedigen tegen de afpersing en ontvoering door de guerrilla. Ze eindigden als een landelijke verzameling criminele bendes met ruim 20000 strijders, geleid door drugshandelaars, die vooral slachtoffers maakte onder burgers. Wie links leek of werd verdacht van contact met de guerrilla ging eraan, en de rest van zijn familie ook, met kogels, messen of kettingzagen.
Maar nu is het genoeg geweest. Zeggen ze. De AUC ging als eerste overstag toen president Alvaro Uribe vier jaar geleden de oorlog verklaarde aan alles wat illegaal was en gewapend. Doel was ze aan de onderhandelingstafel te dwingen en zo een einde te maken aan veertig jaar gewapend conflict. Drie jaar praten resulteerde in een akkoord voor demobilisatie. De groep in Valparaiso is nog maar een kleintje. In andere streken gaat het met duizenden tegelijk. Over een paar weken moet Colombia officieel 'paramilitair-vrij' zijn.
Nederland is tot over zijn oren betrokken bij dit proces. Sterker: het was het eerste land dat Colombia met miljoenen euro's te hulp schoot. Een deel gaat naar de internationale observatiemissie die op het proces toeziet. Een ander deel naar projecten voor reïntegratie van ex-strijders. Een gewaagde onderneming, want het proces is zeer omstreden. De AUC is een volstrekt onbetrouwbare partner gebleken. Commandanten nemen een loopje met de wapenstilstand. Het aantal bloedbaden is afgenomen, maar het moorden gaat door, intimidatie en afpersing nemen explosief toe. Nieuwe paramilitaire groepen zijn actief geworden. Het aantal desmovilizados roept vragen op. Aanvankelijk zouden ze 13000 strijders hebben. Nu gaat de teller richting 30000. Het aantal wapens blijft daarbij ver achter. Alleen de ouwe rommel wordt ingeleverd, het echte tuig verstopt.
,,Strijders leveren tijdens ceremonies wapens in, maar er is geen zekerheid dat de groepen ophouden te bestaan,'' zegt Maria McFarland van Human Rights Watch (HRW). Deze organisatie heeft grote kritiek op de royale regelingen voor gedemobiliseerde strijders. De meesten mogen gewoon naar huis. Alleen wie aantoonbaar betrokken was bij moord, ontvoering of drugshandel wordt vervolgd. Meestal zijn dat de commandanten. Wie van deze groep alles opbiecht en afstand doet van illegaal verkregen bezittingen, ontloopt uitlevering aan Amerika wegens drugshandel en krijgt maximaal acht jaar cel.
De speciale wet die dit allemaal regelt, Justicia y Paz - letterlijk 'Gerechtigheid en Vrede' - biedt volgens HRW geen enkele garantie dat de commandanten open kaart spelen. ,,De wet kan eenvoudig worden misbruikt om uitlevering te ontlopen, het strafblad op te schonen en tegelijk de rijkdommen te behouden'', zegt McFarland. Veel commandanten zijn multimiljonair geworden door drugsgeld en gestolen land en boerderijen van de tienduizenden gevluchte boeren. ,,De regering doet niks om de financiële en criminele netwerken achter de gewapende bendes op te rollen.'' Het inleveren van wapens is daarmee een cosmetische publiciteitsstunt, de wet een instrument om criminaliteit te legaliseren. De echte maffia's, actief tot in het congres, gaan vrijuit. Veel commandanten zien na een paar jaar cel voor zichzelf een politieke carrière in het verschiet. De kritiek raakt dankzij onze steun aan het proces ook de positie van Nederland. Afgelopen herfst liet HRW minister Ben Bot per brief weten dat hij beter kon afzien van zijn steun aan Colombia.
,,Dit proces houdt totaal geen rekening met de rechten van de slachtoffers op waarheid, rechtvaardigheid en genoegdoening“, meent ook Michael Frühling, tot vorige maand aan het hoofd van het Colombiaanse kantoor van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN. Een paar dagen voor zijn vertrek bracht hij een vernietigend rapport uit. Hierin wordt erkend dat de regering voorziet in 'reparatie' van de schade aan de slachtoffers. Maar in de praktijk heeft nog geen enkele commandant de informatie verstrekt of bezittingen ingeleverd waarmee dat allemaal betaald moet worden. Frühling ziet dan ook 'een levensgroot risico van straffeloosheid.'
De conservatieve politicoloog Alfredo Rangel is minder fel. ,,Voor vrede zijn nu eenmaal concessies nodig aan gerechtigheid. Als je tegen die mannen zegt dat ze zestig jaar cel krijgen dan levert niemand zijn wapen in.'' De gematigde analist Sergio Jaramillo vindt de wet ook te laks. ,,Maar eerlijk is eerlijk; geen enkel recent vredesproces had een vergelijkbare standaard“, zegt hij verwijzend naar Noord-Ierland en Zuid-Afrika. ,,Het probleem is dat je de dingen van begin af aan goed moet doen, maar het is nog niet te laat.'' De komende maanden zal het Constitutioneel Hof vaststellen of Justicia y Paz niet tegenstrijdig is met de Grondwet. Er liggen tientallen amendementen op tafel, onder meer van het openbaar ministerie zelf.
,,Nooit meer het slaafje meer van de commandant'', zegt een opgeschoten jongen met kaalgeschoren hoofd lacht. Nu durft hij wel. Straks mag hij naar huis, naar zijn broertjes en ouders die hij twee jaar niet heeft gezien. Bij het schooltje staan zijn maten van 20, 21 jaar in camouflagepak in de rij voor speciale pasjes. Daarmee hebben ze anderhalf jaar recht op gratis onderwijs en gezondheidszorg. Er wordt kleding uitgedeeld en de eerste 150 euro voor de nieuwe start. Verderop liggen de machinegeweren slordig op een hoop. Een mager ventje sjouwt met een granaatwerper. Spijt hebben ze niet. Ze hadden geen werk en de AUC betaalde tenminste. Nu mag de regering met sociale programma's voorkomen dat ze in de criminaliteit gaan, zoals gebeurde na de demobilisaties in Nicaragua, Guatemala en El Salvador.
De Colombiaanse regering vindt de kritiek begrijpelijk maar voorbarig. ,,Natuurlijk zijn er problemen'', reageert vice-president Francisco Santos. ,,Je demobiliseert tienduizenden strijders, een geschiedenis van 25 jaar met politieke netwerken, financiële netwerken, met drugshandel, dat verwijder je niet met een pennenstreek. En kijk ook eens naar wat wel goed gaat.'' Santos wijst op de daling van het aantal doden en ontvoeringen, de ingeleverde wapens en de tienduizenden ex-strijders de bezig zijn terug te keren in het burgerleven. Volgens cijfers van de Internationale Organisatie voor Migratie, die de regering helpt bij het volgen van ex-strijders, meldt 93 procent van hen zich daadwerkelijk aan bij een van de centra voor reïntegratie.
,,Er zijn meer twijfels dan zekerheden bij dit proces'', erkent ook Sergio Caramagna van de Organisatie van Amerikaanse Staten OAS. ,,Wij weten ook wel dat die groepen wapens achterhouden, dat gebeurt bij al dit soort processen. De centrale vraag is of het de moeite waard is.'' Caramagna ligt zwaar onder vuur. De OAS controleert, onder meer met het Nederlandse geld, of de paramilitairen zich wel aan de wapenstilstand houden, maar ze zouden te passief reageren. ,,Een schoothondje van de regering'', vindt McFarland van Human Rights Watch dan ook. ,,Gebrek aan capaciteit'', antwoordt Caramagna die meer gelooft in stille diplomatie. ,,Rechtstreeks de commandanten aanspreken is veel effectiever dan naar de krant lopen.''
In Valparaiso klinkt inmiddels een onvervalst strijdlied van de AUC uit de boxen. Van gruweldaden verdachte commandanten grijpen naar hun hart. Aftandse wapens worden ingeleverd. Witte vlaggetjes steken uit de loop. Een van de commandanten kijkt waterig uit zijn ogen. ,,Ja, heel moeilijk'', stamelt hij, smijt quasi achteloos zijn wapengordel in een plastic ton en loopt zonder omkijken door. Verderop trekken zijn strijders haastig hun uniformen uit. In spijkerbroeken en T-shirts klimmen ze in de klaarstaande vrachtwagens, euforisch. Hun gezichten zijn veranderd. Stoïcijnse vechters zijn lachende jongens geworden die teruggaan naar moeder. Een boer uit Valparaiso kijkt van afstand toe. Hij is bang. ,,Als zij weg zijn dan komen 'die anderen' misschien met ons afrekenen.'' De afgelopen twee dagen zouden zestig families het gebied hebben verlaten uit angst voor de guerrilla. ,,Het enige wat we hopen is dat straks in hun plaats het leger komt om ons te beschermen.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.