*

 

27 juli 2006 Kamgras is in de zomer een gemakkelijk

Henk van Halm − 27/07/06, 00:00

herkenbaar gelobde aarpluimen op dunne, rechtopstaande stengels van een halve meter hoog. De aartjes zijn zo kort gesteeld dat de pluim een rolronde aar lijkt. Die bloeiwijze is opgebouwd om een zigzag lopende aarspil met op elke tand twee aartjes. Een aartje heeft twee tot vier bloemen, het andere is een kamvormig ingesneden schijfje, dat steriel is en zilverachtig glanst. Na de bloei worden de halmen hard en eet het vee ze niet meer, waardoor het zaad ongestoord kan rijpen. Dat is zeer in het voordeel van de rupsen van zandoogjes, die het blad eten en in de kleine pollen overwinteren. Soms groeien uit de aartjes in de bloeiwijze kleine plantjes, doordat uit de kafjes blaadjes ontstaan.

Kamgras was vroeger algemener dan tegenwoordig. Het is sterk afgenomen, vooral in het IJsseldal. Het groeit in het wild in niet intensief begraasde weilanden, in beweide duinvalleien en open bossen. Kamgras heeft een voorkeur voor vochtige en matig voedselrijke grond en mijdt heel zure bodem. Door de tegenwoordige overbemesting krijgen meer productieve grassen de overhand en wordt het kamgras verdrongen. Het doet het eigenlijk het best op dichtgeslagen grond. Omdat het niet erg vorstbestendig is, kan het alleen standhouden door zich zelf uit te zaaien.

mailIcon print |